West Coast swing

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

De West Coast swing is een parendans die afkomstig is van de lindy hop. Hij is te herkennen aan een elastisch bewegingspatroon, dat voortkomt uit de strekking-compressietechniek die voor de connectie tussen partners wordt gebruikt en wordt voornamelijk op een klein rechthoekig deel van de dansvloer (een zogenaamde slot) gedanst. Beide partners kunnen stappen improviseren, waardoor West Coast swing een van slechts enkele dansen is waarin de nadruk op improvisatie ligt. Enkele andere voorbeelden zijn salsa, Argentijnse tango en shag.

Bij West Coast swing loopt de volger voorwaarts nieuwe patronen in op tellen "1" en "2" van ieder basispatroon, in plaats van een rock step (gewichtsverplaatsing naar van de ene voet naar de andere en terug). Traditionele figuren bestaan uit patronen van 6 en 8 tellen op basis van een van de vier basisvariaties:

  1. starter step
  2. side pass
  3. push break (sugar push)
  4. whip

Alternatieve benamingen voor de basispatronen in West Coast swing zijn: push break (of sugar push), left side pass, right side pass, tuck turn en whip. Bijna alle andere figuren in West Coast swing zijn varianten van deze basispatronen.

De anchor step is een veelgebruikt einde van veel figuren in de West Coast swing.[1]

Geschiedenis[bewerken | brontekst bewerken]

De West Coast swing is afkomstig van de lindy hop.

Dansdocent en artiest Dean Collins, die rond 1937 in de omgeving van Los Angeles aankwam, had grote invloed op de ontwikkeling van de stijl van swingdans aan de westkust (West Coast) van de Verenigde Staten.

Laure Haile, van de naar Arthur Murray vernoemde keten dansstudio’s, beschreef de swingdansen in Los Angeles en gebruikte de naam "western swing".

Gedurende de jaren 40 en 50 van de twintigste eeuw waren western swing, boogiewoogie, en, in mindere mate, jump blues populair aan de westkust van de V.S. Deze dansen werden in 1954 hernoemd en in de markt gezet als rock-'n-roll. Ze waren een 'swingier', gepolijster en tammere versie van de jitterbug op de plaatselijke swingmuziek.

West Coast swing (toen nog western swing genoemd) is de basis van de dans in een van de scènes in Hot Rod Gang (1958). De muziek in deze scène komt van rockabillymuzikant Gene Vincents "Dance to the Bop".[2]

De zeer bekende dansdocent Arthur Murray leerde zijn studenten western swing met een begin in de gesloten positie en de mogelijkheid om enkel, dubbel of drievoudig ritme te dansen. Later ontstonden er zogenaamde "throwout"-figuren waarbij de vrouw ‘naar binnen’ liep en de man een rock step deed, of de partners samen liepen op tellen een en twee. Hoewel de dans grotendeels hetzelfde bleef, hanteerde het danslerarengenootschap Golden State Dance Teachers Association (GSDTA) de loopstappen op tellen 1 en 2. De GSDTA verving Laure Hailes coaster step rond 1961 door een anchor step.

De term "West Coast swing" wordt in een dansboek uit 1961 en in een advertentie uit 1962 van Skippy Blair, de danser die erom bekend staat dat hij de West Coast swing populair heeft gemaakt, als synoniem voor "western swing" gebruikt, maar werd pas eind jaren ’60 algemeen in gebruik genomen door swing dansers.

De term western swing werd tot in 1978 nog gebruikt door diverse grote dansstudio’s, als aanduiding voor dansen waarbij op een klein rechthoekig deel van de dansvloer gedanst wordt.

Rond 1978 werd ook de term "California swing" gebruikt, maar hierbij was de styling net wat anders. Tegen deze tijd had de GSDTA zo’n 200 of meer figuren en variaties voor West Coast swing vastgelegd.

In 1988 werd West Coast swing benoemd tot officiële dans van de Amerikaanse staat Californië.

Slots[bewerken | brontekst bewerken]

West Coast swing is een zogenaamde "slotted dance".[3] Het ‘slot’ is een ingebeeld rechthoekig gebied, lang en dun, van ongeveer 2,5 meter lang als er heel traag gedanst wordt, maar korter als de muziek sneller is. De volger beweegt zich achter- en vooruit in het slot en danst daarbij als het ware recht door de leider heen. De leider beweegt steeds een minimale afstand van het middelpunt opzij, hij/zij gaat amper voor de volger aan de kant. De volger raakt de leider dan ook steeds zachtjes wanneer hij/zij de leider passeert.

Bij sociale dansavonden dicteert de etiquette om (vooral op een drukke dansvloer) steeds binnen hetzelfde slot te blijven, om botsingen te voorkomen. Wanneer een danspaar meerdere keren hetzelfde slot heeft gedanst, dan heeft het ‘recht’ op dat deeltje van de dansvloer en meestal werken andere koppels mee en kiezen zij hun eigen slot parallel aan dat van andere paren. Als het niet druk is op de dansvloer en het danspaar meer ruimte heeft, bijvoorbeeld bij een wedstrijd, dan kunnen de dansers het slot meer vrijelijk over de vloer verplaatsen.

Er zijn broodjeaapverhalen over de herkomst van het dansen in slots. Volgens een verhaal is het een uitvinding van filmmakers in Hollywood die wilden dat dansers op hetzelfde vlak bleven, om te zorgen dat ze niet steeds in en uit focus kwamen.[4][5]

Een variatie op dit verhaal is dat de filmmakers zouden willen voorkomen dat kijkers tegen de ruggen van de dansers aankeken. Als je naar films met werk van Dean Collins uit de jaren ‘40 en rock-'n-rollfilms van halverwege de jaren ’50 kijkt, dan zie je dat dansers vaak en onvermijdelijk met hun rug naar de camera draaien.[6][7] Hoewel in hetzelfde gebied en onder dezelfde omstandigheden ook een swingdans populair werd die niet met slots werkt, namelijk de balboa, is toch vaak gezegd dat jitterbugdansen in de bioscoopzalen de inspiratie waren voor het dansen in slots.

Er zaten veel figuren in slots in de lindy hop en jitterbug tijdens de jaren ‘40 en ‘50. Maar in tegenstelling tot het loop-loop uit de West Coast swing, werden daar twee sets triple steps gebruikt wanneer de volger zich door het slot verplaatste, gevolgd door een rock step in plaats van de huidige triple en anchor step.

Muziek[bewerken | brontekst bewerken]

West Coast swing stamt uit het swingtijdperk van de jazz. In deze periode verwerkten veel jazz-, blues- en countrymuzikanten swing in hun muziek. Laure Haile, die Western swing als eerste beschreef, noemde in haar boek Arthur Murray Silver Dance Notebook, de volgende liedjes als goede voorbeelden van goede swing- of foxtrotnummers:

Ook goede swing, maar met een ongebruikelijk schema "AABA":

Er zijn West Coast swingfiguren te zien in rock-‘n-roll-films uit die periode.[8]

Terwijl in de jaren ’60 de tieners liever freestyle dansten en steeds wisselende dansrages volgden, bleven volwassenen swingdansen.

In de Encyclopedia of Social Dance uit 1971 werd maar één liedje vermeld voor Western swing: "Comin' On" van Bill Black's Combo (1964).

Halverwege de jaren ’70, in het discotijdperk, werden parendansen weer populair en in Californië was toen onder andere de West Coast swing populair. Tegen de jaren ’90 dansten country-and-westerndansers West Coast swing op hedendaagse country-and-westernliedjes.

West Coast swing kan op bijna alle muziek met een vierkwartsmaat gedanst worden.

In het verleden werd 32 maten per minuut (32x4 = 128 bpm) gezien als de ideale snelheid voor West Coast swing. Ter vergelijking: voor western swing werd geadviseerd platen van ongeveer 28 mpm (28×4= 112 bpm) te gebruiken. In haar regels voor 2014–2016 adviseerde United Country Western Dance Council een bereik van 102–114 bpm met als ideale tempo 108 bpm "voor alles." West Coast swing wordt ook gedanst op genres als hip hop en blues, die beiden vaak veel trager dan 100 bpm zijn.

Stijlen[bewerken | brontekst bewerken]

Skippy Blair schreef over West Coast swing: "Het enige probleem met SWING is wanneer iemand besluit dat er maar EEN MANIER is om het te dansen. Er is nooit maar EEN MANIER om iets te doen..." "'Probeer verschillende stijlen van andere mensen die je mooi vindt… tot je er een vindt die BIJ JOU PAST."

Wanneer het op verschillende soorten muziek wordt gedanst krijgt West Coast swing een andere uitstraling en gevoel.

In een overzicht van trends in West Coast swing uit 1998 werden de volgende twee trends genoemd:

  • Traditional/Classic waarbij de vrije arm heel weinig wordt uitgestrekt, de leider bij de meeste figuren van en naar het midden van het slot beweegt en het paar een hoge basisspanning of –compressie heeft
  • Modern waarbij de vrije arm vaker wordt uitgestrekt, en belangrijk is hoeveel spins en dergelijke de leider kan aangeven

Bij snelle muziek blijft de hand waarmee de leider de volger vastheeft in een vaste positie op tel 3 wanneer de partners elkaar passeren of tijdens een push.

In 1994 merkte Blair op dat de leiders meer rechtop waren gaan dansen dan voorheen.

Basisrichtlijnen[bewerken | brontekst bewerken]

West Coast swing is een zich ontwikkelende sociale dans waar in de loop der tijd veel aan veranderd is en waar technieken uit tal van dansstijlen in zijn verwerkt. Maar er zijn veel richtlijnen waar men zich aan zou moeten houden om de ware aard van de dans te behouden. De aard van een dans wordt meestal omschreven in een basisbenadering, bewegingsbeginselen en traditionele stappen en figuren. Hoewel dansers deze richtlijnen best weleens kunnen negeren, bestaat bij te veel afwijkingen het risico dat de kenmerkende eigenschappen van de dans verloren gaan.

Moderne West Coast swing draait in grote mate om muzikaliteit en connectie. De manier van bewegen is gebaseerd op een principe uit de ballroom en latin waarbij de dansers hun zwaartepunt direct over de voet verplaatsen wanneer een gewichtsverplaatsing nodig is. Traditionele figuren bestaan onder andere uit patronen van 6 of 8 tellen van een van de vier basisvariaties: (1) starter step, (2) side pass, (3) push break / sugar push, (4) whip. Veel veelgedanste figuren uit de West Coast swing zijn afgeleiden van deze basisfiguren. West Coast swing is in de basis ook een geïmproviseerde dans, dus dergelijke bekende figuren zijn voor de ervaren danser slechts een beginpunt. Daarnaast is het bij West Coast swing belangrijk dat de leider het momentum van de volger inzet en stuurt om de volger te laten weten hoe hij/zij de dans wil leiden.

Technische richtlijnen:

  • Ieder figuur of patroon moet eindigen met een anchor, een typisch kenmerk van de West Coast swing. Dit markeert het einde van een figuur en herstelt de connectie tussen de dansers.
  • De leider moet zorgen dat het paar binnen het slot blijft en voor een verankerde connectie aan het eind van ieder figuur/patroon zorgen.
  • De leider gebruikt zijn/haar eigen gewichtsverplaatsingen, niet alleen de hand of de arm, om de beweging van de volger te sturen.
  • De volger danst door tot aan het eind van het slot, om een verankerde connectie te creëren.
  • De volger gaat uit van een stap-staptelling tenzij iets anders wordt geleid.
  • Er zijn zowel open als gesloten danshoudingen mogelijk.
  • Er moet altijd connectie zijn, middels een combinatie van fysieke en visuele connecties.
  • De meeste stappen worden in sets van 2 tellen gedanst, waardoor het mogelijk is om figuren van 6 of 8 tellen uit te breiden of in te korten naargelang de muziek verandert.
  • De leider moet vooruit plannen om de volger muzikale accenten te laten voelen.

Hoewel er veel uitzonderingen en variaties op de volgende richtlijnen zijn, zijn de traditionele richtlijnen (uit de jaren ’70) voor West Coast swing:

  • De volger begint altijd met de rechtervoet.
  • De volger begint op de zogenaamde down beat, de eerste of derde tel van een maat.
  • De volger heeft om te beginnen een ritmepatroon van zes tellen: loop, loop; triple stap met rechts, triple stap met links.
  • De volger loopt vooruit op de eerste twee tellen van ieder patroon.
  • De volger zet aan het eind van ieder patroon 3 stappen: de anchor step.
  • De leider begint altijd met de linkervoet.
  • De leider past zijn/haar eerste beweging aan aan de locatie van de volger.
  • De leider varieert stap 2 afhankelijk van de richting van het patroon.
  • Op beginners- en gevorderdenniveau beginnen de meeste dansers met een starter step van 4 tellen.

(De stap van de volger is anders dan die van de leider, de partners spiegelen elkaars passen niet.)

Hieronder staat een paar basisfiguren die iedere West Coast swingdanser zou moeten kennen. Ze worden uitgevoerd met hetzelfde "stap stap tri-ple-stap tri-ple-stap"-patroon dat 8 stappen in 6 tellen van de muziek beslaat. De term "tel" wordt gebruikt als synoniem voor een "beat", meestal een kwartnoot van de muziek.

Basisfiguren of "patronen"[bewerken | brontekst bewerken]

  • Underarm pass of right-side pass: Basisfiguur van zes tellen waarbij de volger naar de andere kant van het slot wordt geleid langs de rechterzij van de leider (right side pass) of ook nog onder de arm van de leider door (underarm pass). Telling: 1 2 3en4 5en6
  • Left-side pass: Basisfiguur van zes tellen waarbij de volger naar de andere kant van het slot wordt geleid langs de linkerzij van de leider. Telling: 1 2 3en4 5en6
  • Tuck pass: Als een left-side pass in zes tellen, maar de leider voert een “tuck” uit op 2 door de volger richting de leider te draaien en dan terug in de richting van het slot te draaien op tel 4. De volger draait vervolgens onder de linkerarm van de leider op 5&6. De draai kan ofwel een halve draai of anderhalve draai zijn. Sommige dansdocenten leren hun studenten dat de "tuck" niet geleid wordt, omdat hij moeilijk te volgen is. In theorie zou een tuck net zo moeten werken als het indraaien van de arm voordat je een frisbee gooit. Telling: 1 2 3en4 5en6
  • Sugar push of Push Break: Verplaatsing van zes tellen waarbij de volger, met het gezicht richting de leider, van het uiteinde van het slot naar binnen wordt geleid om met één of twee handen te worden vastgehouden en dan weer terug wordt geleid naar hetzelfde uiteinde van het slot. Voor de ogenschijnlijk heel eenvoudige push break is "compressie" of "weerstand" nodig om het patroon te kunnen volbrengen. Terwijl de armen sterk maar flexibel blijven, mag er niet te veel aan de armen worden getrokken of geduwd, maar aan het lichaam. De sugar push bestaat al sinds 1952. Soms wordt deze figuur de "six-count basic" (basisfiguur van 6 tellen) genoemd. Telling: 1 2 3en4 5en6
  • Whip: Basisfiguur van acht tellen met veel variaties. Bij een normale whip wordt de volger langs de leider geleid en dan terug richting het uiteinde van het slot gestuurd (“whipped”) waar hij of zij vandaan kwam. Het standaard voetenwerk voor de whip is een uitbreiding op het patroon van zes tellen doordat er twee loopstappen tussen de triple stappen worden toegevoegd. Het voetenwerk is dus "stap stap tri-ple-stap stap stap tri-ple-stap." Telling: 1 2 3en4 5 6 7en8

Geografische spreiding[bewerken | brontekst bewerken]

West Coast swing wordt overal ter wereld gedanst, maar is het populairst in de Verenigde Staten, in staten als Californië en Texas.

West Coast swing is in ieder geval populair in Bratislava, Frankrijk, Rusland, Duitsland, Israël, IJsland, Nieuw-Zeeland, Australië, Oostenrijk, Polen, Hongarije, Roemenië, Letland, Zweden, Noorwegen, Nederland, Finland, Wit-Rusland, Panama en het Verenigd Koninkrijk.

Zie ook[bewerken | brontekst bewerken]

Externe link[bewerken | brontekst bewerken]

Mediabestanden die bij dit onderwerp horen, zijn te vinden op de pagina West Coast Swing op Wikimedia Commons.