Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

De Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme (Wwft), in het Engelstalig internationaal verkeer Dutch Anti-Money Laundering and Anti-Terrorist Financing Act, is een Nederlandse wet ter uitvoering van de derde Europese witwasrichtlijn. De wet, die van kracht is geworden per 1 augustus 2008, heeft de Wet identificatie bij dienstverlening (WID) en de Wet melding ongebruikelijke transacties (Wet MOT) samengevoegd. Hierdoor is het voor instellingen die te maken hebben met de anti-witwaswetgeving gemakkelijker geworden om inzicht te krijgen in de verplichtingen waaraan zij moeten voldoen.

De Wet MOT, voorloper van de WWFT, werd in 1994 ingevoerd, nadat nationaal en internationaal was besloten om de invloed van crimineel geld op de samenleving in te perken. Een belangrijk speerpunt hierbij was het tegengaan van witwassen.

Sinds 1994 moeten banken en andere financiële instellingen zoals levensverzekeraars, creditcardmaatschappijen en casino's "ongebruikelijke transacties" melden aan het Meldpunt Ongebruikelijke Transacties in Zoetermeer. Dit meldpunt is op 1 januari 2006 gefuseerd met het Bureau ter politiële ondersteuning van de Landelijke Officier van Justitie inzake de Wet MOT (BLOM) tot de Financial Intelligence Unit - Nederland (FIU-NL). De FIU-NL is ondergebracht bij de nationale politie.

Vanaf december 2001 geldt de meldplicht ook voor handelaren in auto's, schepen, kunst en antiek, goud, zilver en juwelen en dergelijke en vanaf 1 juni 2003 ook voor dienstverleners zoals advocaten, accountants, notarissen, makelaars en belastingadviseurs.

Een bijzondere moeilijkheid hierbij was de juiste omschrijving van het begrip 'makelaar'. Tot 2001 was dit beroep immers wettelijk beschermd (de titel was uitdrukkelijk in het Wetboek van Koophandel vermeld) en onbevoegd gebruik leverde een strafbaar feit op volgens het wetboek van Strafrecht. De Wet MOT verwijst daarom naar "tussenpersonen als bedoeld in artikel 62 Wetboek van Koophandel voor zover deze bemiddelen bij de totstandkoming van overeenkomsten met betrekking tot onroerende zaken". Ook de aan- en verkoop van vermogensrechten, zoals een appartementsrecht, valt hieronder.

Of een transactie ongebruikelijk is, wordt bepaald aan de hand van een lijst met indicatoren, die door de Minister van Financiën en de Minister van Justitie gezamenlijk is vastgesteld. Daarbij wordt bijvoorbeeld gekeken naar:

  • Ongewoon grote geldopnames, stortingen en betalingen met contant geld.
  • Geldwisseltransacties van ongewoon grote bedragen.
  • Transacties boven een bepaalde grenswaarde, die niet verklaard kan worden uit de gewone bedrijfsvoering van een klant.

De wet sluit uit dat een melder strafrechtelijk kan worden vervolgd op grond van de gegevens die hij heeft gemeld op basis van de Wet MOT. Ook civielrechtelijk kan de melder niet aansprakelijk worden gesteld voor de schade die een derde als gevolg van een melding lijdt, tenzij aannemelijk wordt gemaakt dat de melder de transactie in redelijkheid niet had mogen melden.

Een melding moet, voor zover mogelijk, de volgende gegevens bevatten:

  • de identiteit van de klant;
  • de aard en het nummer van het identiteitsbewijs van de klant;
  • de aard, het tijdstip en de plaats van de transactie;
  • de omvang van de transactie;
  • de herkomst en bestemming van het geld of de andere waarden die bij de transactie zijn betrokken;
  • de omstandigheden die de transactie ongebruikelijk maken.

Het Meldpunt kan een melder om aanvullende informatie omtrent de ongebruikelijke transactie vragen (de zogenaamde "Artikel 10 bevraging" onder de Wet MOT). De melder is verplicht deze vragen te beantwoorden.

Ten slotte wordt op de meldplicht toezicht uitgeoefend. Wanneer een melder zich niet houdt aan de bepalingen van de WWFT pleegt deze een economisch delict.

In 2007 ontving het Meldpunt 214.040 meldingen van ongebruikelijke transacties. Na beoordeling door het Meldpunt werden hiervan 45.656 als verdacht doorgegeven aan o.a. de politie.

Er is een internetconsultatie geweest over de voorgestelde Wijziging van de Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme en de Wet op de economische delicten in verband met het verbod op contante betalingen voor goederen vanaf 3.000 euro en het uitbreiden van de mogelijkheden voor informatie-uitwisseling ten behoeve van de poortwachtersfunctie (Wet plan van aanpak witwassen).[1] Voorgesteld wordt onder meer een nieuw artikel 1f in de Wwft dat luidt:

Het is verboden voor natuurlijke personen, rechtspersonen of vennootschappen die beroeps- of bedrijfsmatig handelen als koper of verkoper van goederen, betaling van deze goederen in contanten voor een bedrag van € 3.000 of meer te verrichten of te accepteren, ongeacht of de transactie plaatsvindt in een handeling of door middel van meer handelingen waartussen een verband bestaat.

Het gaat dus niet om betalingen voor diensten, en ook niet om betalingen tussen particulieren.

Sinds juli 2018 zijn financiële instelling daarnaast onder meer verplicht om:[2]

  • De risico’s op witwassen en financieren van terrorisme vast te stellen en te beoordelen
  • Pas na voldoende gegevens te hebben verzameld over de klant alleen een vereenvoudigd cliëntenonderzoek te doen.


Zie ook[bewerken | brontekst bewerken]

Externe links[bewerken | brontekst bewerken]