Winst-en-verliesrekening

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Een winst-en-verliesrekening, resultatenrekening, exploitatierekening of staat van baten en lasten is, naast de balans en het eventuele kasstroomoverzicht, een onderdeel van een jaarrekening (en daarmee onderdeel van een jaarverslag).

De (enkelvoudige) winst-en-verliesrekening geeft een overzicht van de opbrengsten en kosten van een entiteit (meestal een onderneming) over een bepaalde periode (meestal een jaar). Het saldo van de winst-en-verliesrekening is de over de periode behaalde winst (positief saldo) of het over de periode geleden verlies (negatief saldo). Heeft een winst-en-verliesrekening betrekking op een groep van entiteiten, dan wordt het overzicht aangeduid als de geconsolideerde winst-en-verliesrekening.

Vaststellen van resultaten[bewerken]

Vrijwel elke rechtspersoon en elke onderneming die geen rechtspersoon is, maakt een winst-en-verliesrekening. In Nederland is dit voor rechtspersonen wettelijk geregeld in Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek. Artikel 361 luidt:

"Onder jaarrekening wordt verstaan: de enkelvoudige jaarrekening die bestaat uit de balans en de winst-en-verliesrekening met de toelichting, en de geconsolideerde jaarrekening indien de rechtspersoon een geconsolideerde jaarrekening opstelt."

In de praktijk is het vaststellen van het resultaat een tamelijk gecompliceerde aangelegenheid. Dit heeft vooral te maken met de toedeling van kosten aan meerdere boekjaren. De winst-en-verliesrekening van een auteur (om een voorbeeld met kleine bedragen te nemen) zou er in zijn meest eenvoudige vorm als volgt uit kunnen zien:

honorarium boeken 1000
honorarium lezingen 250
totaal omzet 1250
kantoorartikelen 120
reiskosten naar lezingen 150
totaal kosten 270
bruto winst 980
inkomstenbelasting 410
netto winst 570

Ervan uitgaande dat deze auteur zijn boeken niet met de pen schrijft, maar op een pc die een jaar of vijf mee gaat en € 1800 gekost heeft, moet hij aan elk jaar 1800/5 = € 360 toerekenen. Dit staat bekend als afschrijven. Dat hij in het eerste jaar € 1800 heeft uitgegeven, is in het kader van de winst-en-verliesrekening alleen van belang voor het bepalen van de "startwaarde".

Zijn winst-en-verliesrekening wordt dan als volgt:

honorarium boeken 1000
honorarium lezingen 250
totaal omzet 1250
afschrijving pc 360
kantoorartikelen 120
reiskosten naar lezingen 150
totaal kosten 630
bruto winst 620
inkomstenbelasting 360
netto winst 260

Als zijn activiteiten gelden als onderneming, zal hij ook een balans maken, maar ook als het geen onderneming is, zou hij dat kunnen doen voor de bezittingen en schulden die met de activiteiten te maken hebben. Op die balans zal hij ook melding maken van de aanwezigheid van die pc en van de waardevermindering. Op het moment van ingebruikname zal hij dit een waarde toekennen van € 1800, en elke maand wordt dat met € 30 verminderd. Na 60 maanden is de waarde nihil.

(Volledigheidshalve: deze methode van afschrijven, met gelijke bedragen, staat bekend als "lineair afschrijven". Indien sprake is van een snelle waardedaling in het begin van de levensduur van een bedrijfsmiddel, kunnen ook andere methoden gebruikt worden. Het uitgangspunt blijft dat de werkelijke waarde en de boekwaarde een redelijke samenhang moeten vertonen, zonder dat het een onwerkbaar proces wordt.)

Vraagstukken in waardering[bewerken]

Bij grotere entiteiten dan deze auteur kunnen er legio problemen optreden. Bij projecten die zich over verschillende jaren uitstrekken, kan de vraag rijzen, aan welke jaren welk deel van de omzet en welk deel van de kosten toegerekend moet worden. Bij vaste activa die over langere tijd worden afgeschreven, kan de vraag rijzen, na enige tijd, of de huidige boekwaarde van het activum nog strookt met de werkelijke waarde in het economisch verkeer. Indien niet, dan zal een extra afwaardering moeten plaatsvinden tot het actuele niveau. (Duidelijk is dat dit dan gepaard gaat met ofwel een fors lagere winst, ofwel een afwaardering van het eigen vermogen.) Dit probleem kan met name spelen bij immateriële activa als goodwill, patenten en merken.

Op dit punt spelen de nieuwe regels met betrekking tot de financiële verslaglegging (IFRS) ook een rol. Waardering volgens IFRS zal niet meer plaatsvinden op basis van aankoopwaarde of boekwaarde, maar op basis van fair value, ofwel op basis van een waardering gekoppeld aan wat de waarde op de markt op het moment van verslaglegging is.

Verder kunnen problemen ontstaan met toekomstige uitgaven (of te missen inkomsten), waarvan de omvang op de balansdatum nog niet exact vast staat, doch er wel een gerede kans bestaat dat die uitgaven gedaan moeten worden.

Een voorbeeld: de kosten voor toekomstige reorganisaties, waartoe in jaar X besloten wordt, doch welke kosten eerst in een volgend jaar (jaren) gemaakt zullen worden. Voor dergelijke kosten moet dan in jaar X een voorziening worden opgenomen ten laste van de winst over jaar X. Een ander veelvoorkomend geval is de situatie dat een onderneming op de balansdatum nog geld van debiteuren moet ontvangen, maar niet zeker weet of deze alles zullen betalen. Er moet dan een voorziening voor "dubieuze debiteuren" getroffen worden.

Dit soort zaken leidt tot de aanwezigheid van incidentele factoren in een winst-en-verliesrekening. (De hierboven bedoelde reorganisatie leidt tot een lagere winst in jaar X, doch naar verhoopt tot een hogere winst in latere jaren.)

Incidentele baten[bewerken]

Bij grote ondernemingen plegen incidentele baten en lasten ook voort te vloeien uit de koop en verkoop van deelnemingen (overnames van andere bedrijven of gedeelten daarvan en de verkoop ervan). Met name uit verkopen komen boekwinsten of -verliezen voort.

Analisten plegen winst-en-verliesrekeningen van beursgenoteerde ondernemingen nauwlettend te analyseren ten aanzien van de ontwikkeling van de diverse posten. Daarbij wordt (onder meer) getracht om deze incidentele factoren te elimineren en te komen tot een "geschoonde" winst. Hiervoor wordt een term als "winst uit gewone bedrijfsuitoefening" gebruikt. De resterende winst (of verlies) wordt dan gevormd door "incidentele baten en lasten".

Reorganisaties komen inmiddels dermate frequent voor dat een stabiele situatie, zonder dergelijke effecten in de winst-en-verliesrekening, bij grote ondernemingen vrijwel niet meer voorkomt. Het nut van het berekenen van een "geschoonde winst" is daarmee volgens sommigen twijfelachtig.

Externe links[bewerken]