Witte tijger

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Zie het artikel Zie voor de katachtige witte tijger het artikel Bengaalse tijger.
Witte tijger
Spilosoma lubricipeda01.jpg
Taxonomische indeling
Rijk: Animalia (Dieren)
Stam: Arthropoda (Geleedpotigen)
Klasse: Insecta (Insecten)
Orde: Lepidoptera (Vlinders)
Familie: Erebidae (Spinneruilen)
Onderfamilie: Arctiinae (Beervlinders)
Geslacht: Spilosoma
Soort
Spilosoma lubricipeda
(Linnaeus, 1758)
Spilosoma.lubricipeda.caterpillar.jpg
Witte tijger Spilosoma lubricipeda (1).jpg
Afbeeldingen Witte tijger op Wikimedia Commons Wikimedia Commons
Portaal  Portaalicoon   Biologie
Insecten

De witte tijger (Spilosoma lubricipeda), voorheen tienuursvlinder, behoort tot de spinneruilen (Erebidae), onderfamilie beervlinders (Arctiinae).

Beschrijving[bewerken]

De kleine zwarte vlekjes op de voorvleugels zijn duidelijk zichtbaar, maar liggen zonder patroon her en der verspreid. Ook het aantal vlekjes kan variëren. Ze hebben een kop met een dikke 'bontmuts'. Het achterlijf is krachtig geel met zwart gevlekt. ze hebben een spanwijdte van 3 tot 4 centimeter.

Voorkomen[bewerken]

De witte tijger komt voor in het Palearctisch gebied.

In Nederland en België[bewerken]

Door heel Nederland en België, en vrij talrijk. Overal in parken, tuinen en open bossen waar te nemen van mei tot en met augustus.

Levenswijze[bewerken]

Deze vlinders rusten overdag, vlak bij de grond op een stam of in het gras, met de vleugels gevouwen in de vorm van een dakje. Als ze verstoord worden krommen ze hun achterlijf en houden zich dood. Ze worden niet door vogels gegeten, daar ze vies smaken en giftig zijn.

Deze vlinder kreeg de oorspronkelijke naam tienuursvlinder omdat deze na 10 uur 's avonds pas werd gezien omdat het een nachtvlinder is. De vliegtijd van de witte tijger is vanaf half april tot half augustus.

De eieren worden in grote groepjes op de onderkant van de bladeren afgezet. Per jaar is er meestal maar één generatie.

De grijsbruine, dicht donkerbruin behaarde, zeer snel bewegende rups is maximaal 40 mm lang en heeft een witachtige of licht roodachtige rugstreep. De rups heeft ook veel zwarte wratten waarop langere of kortere haren staan ingeplant en de kop is geheel zwart. De rupsen tref je vooral aan de onderkant van allerlei planten. Het dier eet het liefst kruidachtige planten, maar is ook één van de weinige soorten die in adelaarsvaren kan worden gevonden.

Deze rupsen kunnen ook verward worden met de rupsen van de gele tijger. Maar die verschillen in paar opzichten zoals het bruinig haar, een blekere rugstreep en een wittige lengtestreep over de flanken die bij de rups van de witte tijger anders is. Sommige insectenkenners hielden ze vroeger voor dezelfde soort. Ze zijn ook zeer nauw verwant.

De vlinder overwintert als pop in een met haren doorweven spinsel.

Waardplanten zijn de grote brandnetel, brem, luzerne, slangenkruid en paardenbloem.