Zetten (kaartspel)

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Zetten is een kaartspel dat gespeeld wordt met 4 personen. Het spel is voornamelijk in de Vlaamse Kempen populair. Zettersprijskampen worden daar regelmatig ingericht door allerhande verenigingen.

Het spel is een eenvoudige vorm van manillen.

Spelverloop[bewerken]

Uit een traditioneel kaartspel van 52 kaarten worden enkel de piketkaarten gebruikt: 7, 8, 9, 10, boer, dame, heer en aas. Deze 32 kaarten worden onder de vier spelers verdeeld zodat elk van hen er acht heeft. Opmerkelijk aan het spel is dat men in duo's speelt. In veel gevallen worden er vierkante tafels voorzien waarbij aan elke kant een speler zit. De spelers die over elkaar zitten, vormen een team, maar weten niet van elkaar welke kaarten ze hebben. Net na het uitdelen van de kaarten, zegt elke persoon hoeveel "slagen" zijn team volgens hem kan behalen, met een maximum van 8. Daarna start het effectieve spel: elke speler gooit afwisselend een kaart op tafel. Nadat elke speler een kaart heeft gegooid, kijkt men wie de hoogste kaart heeft gesmeten. Dat team wint "een slag".

Nadat alle kaarten zijn gegooid, controleert men of de teams hun vooraf geschatte aantal slagen heeft gewonnen. Heeft men minder slagen dan geschat, dan wordt dat geschatte aantal afgetrokken van het puntenaantal van het team. Heeft men het geschatte aantal behaald (of meer), wordt het getal dat men had gezegd bijgeteld bij het puntenaantal. De ploeg die het eerst 42 punten heeft behaald, wint het spel.

Kaartwaardes[bewerken]

Omdat er traditionele kaarten worden gebruikt, zitten in het spel klaveren, harten, schoppen en ruiten. Alle spelers moeten in principe volgen. Als de eerste persoon harten gooit, moeten de andere personen ook harten gooien tenzij ze deze niet meer hebben.

De speler die bij start van elk spel de eerste kaart mag gooien, bepaalt welke kleur (harten, ruiten, schoppen, klaveren) troef is. Deze kleur is dominant en overtroeft alle anderen. Stel dat harten troef is: de eerste speler gooit klaveren. De tweede speler heeft geen klaveren en moet dus iets anders gooien. Als hij dan een harten gooit, heeft hij in principe die ronde reeds gewonnen, tenzij de andere tegenspeler ook een harten gooit met een hogere waarde.

De hoogste kaarten in het spel zijn de jok gevolgd door de onderjok. Dit zijn steeds boeren. Indien harten troef is, dan is harten boer de jok en de hoogste kaart. De boer van dezelfde kaartkleur (rood) is dan automatisch de onderjok. Dat is in dit voorbeeld ruiten boer. Daarbij komt dat de onderjok dezelfde kleur krijgt dan de jok. Met andere woorden: indien harten boer jok is, wordt ruiten boer ook een harten. Als de eerste speler een harten gooit en de tweede speler fysisch gezien geen harten heeft, maar wel ruiten boer, is hij verplicht om die ruiten boer te gooien.