Zygodactyl

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Jump to search
Types vogelvoeten.

Zygodactyl is een term uit de biologie die gebruikt wordt om de bouw van de poten van bepaalde dieren aan te duiden.

De benaming komt van het Griekse woord ζυγόν zugón, dat "juk of paar"[1] betekent en δάκτυλος dáktulos, dat "vinger of teen"[1] betekent. Zygodactyl betekent aldus gepaarde (zygo-) tenen (-dactylus).

De meeste dieren hebben tenen en vingers die één kant op staan. Sommige dieren, met name vogels, hebben tenen die tegenover elkaar staan. Een dergelijke configuratie van uit elkaar staande tenen of vingers wordt zygodactyl genoemd. Een ander voorbeeld zijn kameleons, een groep van boombewonende hagedissen. Deze gebruiken hun gepaarde tenen en vingers om zich aan takken te hechten.

Het komt echter het meest voor bij vogels, namelijk bij de klimmende soorten. Dit betekent dat de vogel vier tenen heeft. Twee tenen aan weerszijden van de poot, deze worden samen gebruikt. De vogel oefent hiermee grip uit op het oppervlakte waar deze op beweegt. De meeste spechten (inclusief de draaihals), papegaaien, koekoeken (inclusief de renkoekoeken) en sommige uilen hebben dit. Niet alle klimmende vogels plaatsen hun tenen in deze verhouding, er zijn uitzonderingen zoals de drieteenspecht.

Literatuurverwijzingen[bewerken]

  1. a b Muller, F. (1932). Grieksch woordenboek. (3de druk). Groningen/Den Haag/Batavia: J.B. Wolters’ Uitgevers-Maatschappij N.V.