Andrej Bitov

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Andrej Bitov

Andrej Georgevitsj Bitov (Russisch: Андрей Георгиевич Битов) (Leningrad, 27 mei 1937) is een prominent Russisch schrijver.

Leven[bewerken]

Bitov werd geboren als de zoon van een architect en een juriste. Hij groeide op in Leningrad en werd tijdens het beleg van Leningrad naar de Oeral geëvacueerd. Eind jaren vijftig studeerde hij geologie in Leningrad, vanaf 1959 publiceert hij verhalen, later ook romans, essays en beperkt poëzie.

In 1965 werd Bitov lid van de Bond van Sovjetschrijvers. In 1979 raakte hij samen met onder andere Viktor Jerofejev, Vasili Aksjonov en Fazil Iskander uit de gratie vanwege zijn medewerking aan de schrijversalmanak 'Metropol', waarin ook werk werd gepubliceerd van relatief onbekende (in de Sovjet-Unie niet altijd geaccepteerde) schrijvers. Pas in 1986, tijdens de Perestrojka, kon zijn werk weer in de Sovjet-Unie worden gepubliceerd.

Sinds de jaren negentig heeft Bitov zitting in tal van literaire commissies, sinds 1992 is hij onder meer voorzitter van de Nabokov-stichting. Het voorzitterschap van het Russische PEN-centrum wees hij af.

Werk[bewerken]

Bitov begon als experimenteel verhalenschrijver, maar verkreeg allengs vooral bekendheid met zijn latere (ook in het Nederlands vertaalde) romans Leven in weer en wind, Het Poesjkinhuis (1978) en Monachovs vlucht (1987). In zijn sfeerrijke romans en verhalen concentreert Bitov zich nauwelijks op de uiterlijke handeling (de sociale thematiek ontbreekt vrijwel volledig in zijn werk); hij beschrijft vooral gevoelens van mensen (met name van de hedendaagse Russische intelligentsia) die in een psychologische of morele crisis verkeren; deze thematiek benadert hij steeds vanuit een uitermate subjectief, bijna wijsgerig standpunt. Het merendeel van zijn werk is satirisch geladen. Bitov is, in het bijzonder door zijn ingenieuze schrijfstijl, duidelijk verwant aan Nabokov.

Het werk van Bitov verkreeg internationaal waardering en is vele malen bekroond, onder meer met de Poesjkin-prijs (1989), de Staatsprijs van de Russische Federatie (1992) en de Ivan Boenin-prijs (2008).

Literatuur en bronnen[bewerken]

  • E. Waegemans: Russische letterkunde, 1986, Utrecht
  • A. Bachrach e.a.: Encyclopedie van de wereldliteratuur, 1980, Bussum

Externe links[bewerken]