Athribis

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Bronzen figuur gevonden te Ziphteh

Athribis of Athlibis (Grieks: Ἄθλιβις of Ἀθάρραβις[1]) is de Griekse naam voor twee steden van het Oude Egypte. Dit artikel gaat in op de hoofdstad van de 10e nome in Neder-Egypte. Een andere stad Hut-Repyt in Opper-Egypte werd ook Athribis genoemd door de Grieken.

Inhoud

De stad [bewerken]

Een kleine heuvel, Tell Atrib, bij Banha ten noorden van Caïro markeert de voormalige archeologische plek, ten noordoosten van de huidige stad Banha. Athribis stond op ten oosten van de Tanitische arm van de Nijl, nu opgedroogd.

Vlakbij de tempel is een mijn waar het steen vandaan kwam om de tempel te bouwen. Bij de mijnen zijn ook kleine graven te vinden, een paar daarvan zijn bewaard gebleven. Ze herbergen Grieks beïnvloede inwoners. De ruïnes en de graven geven aan dat de stad vergroot werd tijdens de regering onder de Ptolemaeën.

Antieke bronnen [bewerken]

Ammianus Marcellinus (4e eeuw na Chr.) rekende Athribis als een van de meest aanmerkelijke stad was van de Nijldelta. Het schijnt dat de stad zo belangrijk was dat het de naam kreeg Athribiticus Fluvius. Athribis was een van de militaire nomen toegekend in de tijd van de farao's. Onder de christelijke keizers, behoorde Athribis toe aan de provincie Augustamnica Secunda. De nome en zijn hoofdstad zijn genoemd naar de godin Thriphis, veel inscripties zijn gewijd aan deze grote lokale godin in Athribis en Panopolis. Thriphis werd geassocieerd in aanbidding met Amon Khem. Geen van de afbeeldingen van de godin is in het heden teruggevonden. De auteur John Gardiner Wilkinson denkt dat in Athribis een stad was waar een leeuw-koppige godin werd aanbeden, maar dat haar speciale namen niet zijn vastgesteld.

De ruïnes van Atrib (Atrieb of Trieb) bij de punt waar het moderne kanaal van Mouevs van de Nijl af gaat, laat het gebied zien van het oude Athribis. Jaarlijkse overstromingen van de Nijl tot moderne tijden creëerden badplaatsen. Daarnaast is er een tempel die 61 meter lang is en opgedragen is aan de godin Thriphis (Anthrebi in het Koptisch). Het meeste van de tempelstructuren kunnen worden geassocieerd met de 25e tot de 30e dynastie. In de buurt is er een necropolis uit de Grieks-Romeinse tijd. De monniken van het 'witte klooster' zijn bekend onder de naam van Attrib, hun benaming van de ruïnes is Medeenet Ashaysh. Een inscriptie van de gevallen voorwerpen van de tempel heeft de datum van de negende jaar van Tiberius, en herbergt de naam van Julia, de dochter van Augustus. Aan de andere kant van dezelfde blok staan de cartouches met de namen van Tiberius Claudius en Caesar Germanicus en elders in de tempel wordt Ptolemaeus XII genoemd.

Noten [bewerken]

  1. Athribis wordt gebruikt in Herodotus, II 166, Claudius Ptolemaeus, IV 5 § 41, § 51, Plinius maior, Naturalis Historia IX 11; Stephanus van Byzantium, s.v. Ἄθλιβις

Referenties [bewerken]

  • W. Bodham Donne, art. Athribis, Athlibis, in W. Smith (ed.), Dictionary of Greek and Roman Geography, I, Londen, 1856, p. 310.
  • S. Shenouda, art. ATHRIBIS (Tell-Atrîb) Egypt, in R. Stillwell - e.a. (edd.), The Princeton Encyclopedia of Classical Sites, Princeton, 1976, p. 110.