Autogordel
Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Een autogordel is een riem die een inzittende van een auto beschermt bij een ongeluk. Door de autogordel blijft de persoon op zijn stoel en wordt niet uit de auto geslingerd.
De eerste veiligheidsgordel werd door de Britse uitvinder George Cayley (1773-1857) uitgevonden. Vanaf jaren 30 van de 20e eeuw werden de veiligheidsgordels in de vliegtuigen gebruikt. De eerste autogordel werd in 1956 door Ford geïntroduceerd.
Volvo heeft in 1959 de driepuntsautogordel (type dat nog steeds gebruikt wordt) ontworpen. Sindsdien is de autogordel langzaamaan steeds meer gemeengoed geworden.
Vanaf circa 2005 worden ook nieuwe autocars van de veiligheidsgordels voorzien.
Naast gordels in de autosector worden veiligheidsgordels ook in de vliegtuigen gebruikt. De passagiers moeten deze gordels tijdens het opstijgen en landen dragen. Aanbevolen wordt echter dat ook tijdens de rest van de vlucht de gordel omgehouden wordt.
[bewerk] Nederland
In 1975 was de gordel zo ingeburgerd dat hij voorin de auto verplicht werd gesteld voor iedere nieuw te ontwerpen auto. Een jaar later werd het verplicht om de autogordel te dragen. Personenauto's die tussen 1 januari 1971 en 1 januari 1990 in gebruik zijn genomen, moeten zijn voorzien van autogordels voorin. Personenauto's van voor 1971 hoeven geen autogordels te hebben. Personenauto's die vanaf 1 januari 1990 in gebruik zijn genomen, moeten zijn voorzien van autogordels voor alle zitplaatsen die naar voren zijn gericht. Het gebruikmaken van autogordels voor passagiers op de achterbank van personenauto's is verplicht sinds 1 april 1992. Indien in een auto meer passagiers zitten dan er gordels aanwezig zijn, dan moeten in ieder geval de beschikbare gordels gebruikt worden. De verplichting van het gebruik van de autogordel geldt niet voor:
- Mensen met een handicap, ze kunnen vrijstelling aanvragen bij het Ministerie van Verkeer en Waterstaat als zij een schriftelijke verklaring van een arts kunnen overleggen.
- Taxichauffeurs, indien zij passagiers in de taxi hebben of binnen de bebouwde kom van hun standplaats. Zonder passagiers en buiten de bebouwde kom moeten ze hem wel dragen, de vrijstelling geldt uiteraard niet voor de passagiers.
Het is NIET toegestaan kinderen beneden de drie jaar te vervoeren in een auto zonder gordel, ook niet op schoot. Het niet dragen van de gordel is een overtreding.
Het kan ook civielrechtelijke gevolgen hebben. Als bij een verkeersongeval letsel ontstaat zal als regel degene, die tijdens het auto-ongeval de gordel niet om had, tenminste 25% van zijn of haar schade zelf moeten dragen.
[bewerk] België
Volgens de Belgische Wegcode is het dragen van de veiligheidsgordel altijd verplicht, zowel voorin als achterin. Dus als de zitplaats van een veiligheidsgordel voorzien is, dan moet men de gordel ook dragen. Kinderen onder drie jaar mogen echter alleen in een speciaal kinderzitje vervoerd worden, kinderen tussen 3 en 12 jaar moeten ofwel een kinderzitje, ofwel een veiligheidsgordel gebruiken. Sommige categorieën van inzittenden zijn vrijgesteld van het dragen van de veiligheidsgordel:
- Chauffeurs die achteruit rijden.
- Taxichauffeurs wanneer ze een klant vervoeren
- Personen in bezit van vrijstelling i.v.m. medische redenen.
- Bestuurders en passagiers van prioritaire voertuigen.
| Bronnen, noten en/of referenties: |
|

