Baconalfabet

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Figuur 1. De sleutel uit Bacons De Augmentis Scientiarum (1605) gebruikt het tweeletter-alfabet a en b.
Figuur 2. Het ene lettertype op elke tweede regel staat voor "a' op de regel erboven, het andere lettertype voor "b" (uit De Augmentis Scientiarum).


Een Baconalfabet of Baconversleuteling, is een door de Britse filosoof, wetenschapper en politicus Francis Bacon ontwikkelde versleutelingsmethode in twee stappen.

Omschrijving[bewerken]

Coderen[bewerken]

Stap 1[bewerken]

Eerst wordt elke letter in de originele tekst (de "klare tekst") omgezet in een groep van vijf a's of b's (een tweeletter-alfabet) volgens

a → aaaaa   g   →  aabba   n  →  abbaa   t   →  baaba
b → aaaab   h   →  aabbb   o  →  abbab   u-v →  baabb
c → aaaba   i-j →  abaaa   p  →  abbba   w   →  babaa
d → aaabb   k   →  abaab   q  →  abbbb   x   →  babab
e → aabaa   l   →  ababa   r  →  baaaa   y   →  babba
f → aabab   m   →  ababb   s  →  baaab   z   →  babbb

- zie figuur 1. Het is hierbij gebruikelijk om de i en de j aan elkaar gelijk te stellen, en ook de u en de v. Dit is een binaire codering. Twee tekens (a en b) worden gebruikt op vijf posities, dus er zijn 2^5 (= 32) mogelijkheden waarvan er 24 worden gebruikt voor 26 letters.

Stap 2[bewerken]

Daarna wordt een willekeurige tekst genomen of verzonnen. Deze wordt met twee lettertypes zo geschreven, dat het ene lettertype een "a" betekent en het andere een "b" - zie figuur 2. Het maakt niet uit welke letter wordt gebruikt, het gaat alleen om het lettertype. Om te verhullen dat het om een gecodeerd bericht gaat, worden twee sterk gelijkende lettertypen gebruikt. In figuur 2 scheelt het vaak maar een haaltje.

Decoderen[bewerken]

De versleutelde tekst wordt op omgekeerde wijze gedecodeerd. Daarom moet de ontvanger het recept voor de lettertypes (figuur 2) ook hebben.

Nadeel[bewerken]

Een Baconalfabet is een klassiek handcijfer (handmatige versleuteling). Het grootste nadeel is dat het handmatige proces arbeidsintensief is.

Tussenvorm[bewerken]

Gezien het grote verstopgehalte van de versleuteling wordt het Baconalfabet gezien als een vorm tussen cryptografie en steganografie.

Modern voorbeeld[bewerken]

De versleuteling van het codewoord alice wordt:
alice → aaaaa ababa abaaa aaaba aabaa.

Voor de twee lettertypes in de willekeurige tekst kiezen we elke willekeurige kleine letter = a, elke willekeurige hoofdletter = b, zodat bijvoorbeeld aaaaa → allem of een ander woord met vijf kleine letters enzovoorts.

  a     l     i     c     e
aaaaa ababa abaaa aaaba aabaa
allem eNsEn wOrde nvrIj enGel

Met als resultaat de over te zenden tekst:
"alle meNsEn wOrden vrIj en Gelijk in waardigheid en rechten geboren."

Om het principe te tonen zijn de hoofdletters en corresponderende b's vet weergegeven. In een handschrift valt een codering met twee bijna gelijke lettertypes haast niet op.

Bronnen[bewerken]