Binominale nomenclatuur

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Linnaeus, met in zijn hand, rustend op de Species Plantarum, een Linnaeusklokje (Linnaea borealis L.)

De binominale nomenclatuur (ook wel binomiale nomenclatuur genoemd) is een door Linnaeus geformaliseerde methode van naamgeving voor organismen. De term (bi-nominaal - twee namig) heeft betrekking op namen voor soorten: elke soort heeft een tweedelige naam: de geslachtsnaam (genus mv. genera) en de soortsaanduiding of toenaam (epitheton). Linnaeus kende zulke namen niet alleen toe aan planten en dieren, maar ook aan bijvoorbeeld stenen. In de praktijk wordt met de term binominale nomenclatuur niet alleen gedoeld op namen voor soorten, maar op het hele stelsel van nomenclatuur dat met deze tweedelige soortnamen samenhangt. De regels voor het gebruik ervan zijn vastgelegd in de drie nomenclatuurcodes, één voor planten (ICN, tot 1 januari 2012 ICBN), één voor dieren (ICZN) en één voor bacteriën (ICNB).

Historie van binominale namen[bewerken]

pagina 291 van Caspar Bauhin (1623), Pinax Theatri Botanici, met een aantal soorten van het geslacht Tithymalus (nu Euphorbia). Bauhin gebruikte al binominale namen maar nog niet consequent voor alle soorten in het hele werk. Image courtesy Missouri Botanical Garden. [2]

Linnaeus was niet de eerste die binominale namen gebruikte. De gebroeders Johann en Gaspard Bauhin bijvoorbeeld, gebruikten ruim hondervijftig jaar eerder[1] ook al binominale namen om een deel van de door hen beschreven soorten aan te duiden.[2] Linnaeus was de eerste die deze methode van naamgeving systematisch toepaste voor alle soorten door zijn hele werk. Ook wanneer een geslacht uit maar één soort bestond kreeg die soort een binominale naam. Tot dan toe hadden biologen in zo'n geval volstaan met het geven van een naam van één woord: de geslachtsnaam. Het eerste werk waarin Linnaeus deze methode voor alle soorten toepaste was de eerste druk van de Species Plantarum van 1753, die alleen over planten handelt. Niet veel later, in de tiende druk van Systema Naturae, waarvan het eerste deel, de zoölogie, in 1758 verscheen, paste hij de methode ook systematisch toe op alle namen van dieren. Linnaeus noemde de binominale namen nomina trivialia, om onderscheid te maken met wat hij nog steeds beschouwde als de "echte" namen, de nomina specifica legitima.[3]

Naamgeving vóór de invoering[bewerken]

Kroontjeskruid

Vóór de invoering van de binominale nomenclatuur had elke soort een wetenschappelijke naam die tegelijk ook de beschrijving was.

  • voor Kroontjeskruid (Euphorbia helioscopia) bijvoorbeeld, een Wolfsmelksoort, vinden we in Species Plantarum (1753): 459 als nomen specificum legitimum: Euphorbia umbella quinquefida trifida dichotoma involucellis obovatis foliis cuneiformibus serratis,[4] daaronder, als synoniem Euphorbia foliis crenatis, umbella universali quinquefida pentaphylla, partialibus trifidis, propriis triphyllis,[5] en tot slot ook nog Tithymalus helioscopius.[6]

Het gevolg was dat namen vaak moesten worden aangepast als verwante nieuwe soorten werden gevonden. Bij grote geslachten werden namen zo ook onpraktisch lang. Door de beschrijving los te maken van de naam, en de laatste te reduceren tot een korte formule, kon de naam gaan fungeren als een etiket. Een etiket bovendien dat niet hoefde te veranderen wanneer nieuwe soorten aan een geslacht werden toegevoegd. Dat op deze manier de naamgeving (nomenclatuur) los kwam van de beschrijving en indeling (taxonomie) is één van de grote verdiensten van Linnaeus.

"Principle of Binominal Nomenclature"[bewerken]

In de zoölogische nomenclatuur is naast het boven beschrevene ook nog sprake van het "Principle of Binominal Nomenclature". Dit houdt in

  • soorten krijgen een tweedelige naam (binomen)
  • ondersoorten krijgen een driedelige naam (trinomen)
  • alle andere rangen krijgen een eendelige naam.

Dit verschilt in beginsel niet van de methode van naamgeving onder de regels voor de botanische nomenclatuur maar in die laatste krijgt het principe niet zo uitdrukkelijk een naam.

Regels voor nomenclatuur[bewerken]

De regels voor de wetenschappelijke naamgeving van planten zijn (sinds 1905) vastgelegd in de International Code of Botanical Nomenclature (ICBN; per 1 januari 2012 ICN). Die regels worden om de zes jaar waar nodig herzien en opnieuw vastgesteld door een Internationaal Botanisch Congres. De regels voor namen van dieren zijn (sinds 1961) vastgelegd in de International Code of Zoological Nomenclature (ICZN), die zo nodig wordt bijgewerkt door de International Commission on Zoological Nomenclature. Regels voor namen van bacteriën (of prokaryoten) zijn (sinds 1975) vastgelegd in de International Code of Nomenclature of Bacteria (ICNB), die wordt beheerd en aangepast door de International Committee on Systematics of Prokaryotes.

Nomenclatuur versus taxonomie[bewerken]

Nomenclatuur moet niet verward worden met taxonomie. Taxonomie is een wetenschap die zich bezighoudt met het indelen van organismen in taxa (enkelvoud taxon). Nomenclatuur is geen wetenschap maar een set van regels die aangeeft wanneer welke naam voor een taxon gebruikt moet of mag worden.

Noten en referenties[bewerken]

  1. mededeling zonder bron in de New World Encyclopedia [1]. De tekst daar zegt "bijna tweehonderd jaar" maar de oudste publicaties van de Bauhins dateren van na 1590.
  2. in Caspar Bauhin, Pinax Theatri Botanici (Basel, 1623), vinden we inderdaad veel binominale namen.
  3. W.T. Stearn, Nomenclatural Importance of the Species Plantarum, in: Ray Society (1957), Species Plantarum, a facsimile of the first edition, vol. 1: 1-5.
  4. Linnaeus geeft hier als referentie "Diss. euph. 42", wat een verwijzing is naar soort nummer 42 in de dissertatie Specimen academicum, quo Euphorbia ejusque historia naturalis et medica exhibetur, van Johannes Witman uit 1752 (maar in de traditie van academische dissertaties in Uppsala door Linnaeus zelf geschreven). De naam staat hier als voorbeeld van een lange naam en is daarom onvertaald gelaten.
  5. Linnaeus geeft o.a. referenties naar zijn Hortus Cliffortianus en naar "Roy. lugdb. 192", wat verwijst naar A. van Royen (1740), Florae leydensis prodromus exhibens plantas quae in horto academico lugduno-batavo aluntur.
  6. met een verwijzing naar "Bauh. pin. 291", één van de binominale namen in Caspar Bauhins Pinax Theatri Botanici (Basel, 1623), zie de illustratie eerder in dit artikel.