Bioritme (theorie)

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Volgens de leer van de bioritmetheorie (eigenlijk: geen theorie maar hypothese) wordt de levenscyclus beïnvloed door drie ritmische cycli met verschillende lang durende periodes. Bioritmiek gaat ervan uit dat de mens niet op elk ogenblik in dezelfde mate de beschikking heeft over zijn vermogens en dat deze beschikbaarheid cyclisch verloopt zoals de meeste continue processen in de natuur. De beschikbaarheid van een vermogen neemt geleidelijk toe, bereikt een maximum, neemt dan weer af, bereikt een minimum en gaat dan weer toenemen. Als men dit cyclisch proces projecteert op een voortlopende lijn dan krijgt men een aaneenschakeling van sinusoïden. Door de drie verschillende ritmes samen af te drukken (bij voorkeur in 3 verschillende kleuren) krijgt men een duidelijk beeld van de samenhang van de 3 bioritmes op een bepaald ogenblik. Zo is het bijvoorbeeld goed mogelijk dat men op een bepaald ogenblik maximaal beschikt over bepaalde eigenschappen en tegelijk minimaal over andere eigenschappen. Bioritmiek heeft niets te maken met de tak van de biologie, de chronobiologie, die zich op wetenschappelijke wijze bezighoudt met het optreden van verschillende ritmen in organismen[1] (zie ook: Biologische klok). De bioritmiek wordt als pseudowetenschap beschouwd. Om misverstanden te voorkomen wordt in de chronobiologie het begrip biologische ritmes gebruikt.[1]

Volgens de leer van het bioritme beginnen ritmes bij de geboorte ‘positief’, kruisen na een halve periodelengte de ‘nullijn’(dit is de gemiddelde beschikbaarheid van eigenschappen) en gaan over naar een 'negatieve fase'. Aan het einde van de periode volgt weer een omslag naar de positieve kant enz.. Alle ‘overgangen’, dat wil zeggen van positief naar negatief en vice versa worden als ‘kritische dagen’, dat wil zeggen potentieel slechte dagen beschouwd omdat hier meer onstabiliteit is. Komt het nu bij de drie cycli tot een fase-overgang op dezelfde dag dan heeft dat, naar de bioritmische leer crisisachtige gevolgen want dan is er onstabiliteit op velerlei vlakken.

De drie cyclussen van het bioritme

De drie beweerde cycli van het bioritme zijn:

  • Fysieke cyclus (coördinatie, kracht, welzijn; herhaalt zich elke 23 dagen)
  • Emotionele cyclus (creativiteit, gevoeligheid, stemming, waarneming, het omgevingsbewust zijn; herhaalt zich elke 28 dagen)
  • Intellectuele cyclus (opmerkzaamheid, het analytische functioneren, logische analyse, geheugen, communicatieve vaardigheid; herhaalt zich elke 33 dagen)

Met het bioritme zouden voorspellingen van de cycli van fysieke, emotionele en intellectuele kenmerken mogelijk zijn. De bioritmiek doet geen voorspellingen over wat zou kunnen gebeuren zoals bijvoorbeeld een horoscoop wel doet. Anderzijds zijn er wel gevolgtrekkingen te maken uit de mate van beschikbaarheid van iemands eigenschappen. Zo is bijvoorbeeld de tijd dat iemand minimaal beschikt over zijn intellectuele eigenschappen een ongunstig moment om examens te doen met voorspelbare gevolgen. De grondslag van deze simpele berekeningen werd gelegd door de knoarts Wilhelm Fliess en psycholoog Hermann Swoboda in het begin van de twintigste eeuw. Fliess ontdekte in de patiëntenaktes overeenstemmingen en regelmatigheden en publiceerde ze in zijn Periodenlehre.[2]

Chronobiologische ritmes, die in de biologie beschreven worden, ondergaan natuurlijke schommelingen. De ‘exacte’ dagcycli die de bioritmische leer postuleert hebben geen wetenschappelijke basis en zijn niet meetbaar.[1] Omdat men met computerprogramma's probeert deze opvatting een wetenschappelijk jasje te geven, wordt de bioritmische leer bij de pseudowetenschappen geteld.[1]

De door aanhangers gepostuleerde mogelijkheid dat met de studie van bioritmes de waarschijnlijkheid van een ongeval op de zogenaamde kritische dagen kan voorspeld worden, kon in een studie, waar 3000 verkeersongevallen geanalyseerd zijn, niet aangetoond worden. Door de volgens aanhangers veelal slecht begrepen grondstellingen van de bioritmiek hebben dit soort studies helaas vaak niet de juiste invalshoek.[3]

Literatuur[bewerken]

  • Wilhelm Hoerner, Zeit und Rhythmus: Die Ordnungsgesetze der Erde und des Menschen, Urachhaus, Berlin-Frankfurt/Main-Wien ISBN 3-878-38241-3, 1978
  • Martin Gardner, Mathematischer Karnival, Ullstein, Zürich, 3-550-07675-4, 1977 (hoofdstuk Die Numerologie des Dr. Fließ
Bronnen, noten en/of referenties