Brandblusschuim

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Een autobrand wordt bestreden met schuim
Een schuimblusvoertuig van de brandweer tijdens een oefening

Brandblusschuim is schuim dat gebruikt kan worden om branden te blussen. Het kan in kleine hoeveelheden met een brandblusser toegepast worden, maar ook in grote hoeveelheden door brandweerwagens zoals een schuimblusvoertuig.

Werking[bewerken]

Schuim kan vuur blussen door de brandstof af te dekken en zodoende af te sluiten voor zuurstof waardoor er geen verbranding meer kan plaatsvinden. Daarnaast isoleert het in beperkte mate waardoor de nog aanwezige warmte langzaam afgevoerd wordt. Als laatste koelt het enigszins door verdamping van het in het schuim aanwezige water.

AFFF[bewerken]

AFFF staat voor Aqueous Film Forming Foam, een stof die als het aan bluswater wordt toegevoegd een sterk schuim vormt en daarmee geschikt is voor het blussen van vloeistofbranden (ook wel plasbranden genoemd). Naast schuim vormt het ook een dunne film op de brandende vloeistof die zichzelf snel weer sluit als hij onderbroken wordt. Hiermee wordt de herontbranding beperkt als bijvoorbeeld een brandweerman door de schuimdeken moet lopen.

Het schuimvormend middel wordt op de markt gebracht voor verschillende bijmengpercentages (doorgaans 1, 3 en 6%)

Om een film vormende laag te maken op water oplosbare vloeistoffen (alcoholen) wordt er een speciale Alcohol bestendig schuim gemaakt: AFFF -ARC of -ATC. Dit schuim vormt eerst een laag tussen het schuim en de vloeistof in de vorm van een polymeer. Dit polymeer zorgt ervoor dat de filmvormende laag kan gevormd worden. De concentraties van deze ATC schuimen zijn o.a. 1x1,1x3,3x3,3x6,6x6%

Het middel wordt met een speciaal mondstuk door het bluswater gemengd of voorgemengd in handblussers gebruikt.

Samenstelling[bewerken]

Brandblusschuim is bijna altijd een mengsel van water en schuimvormend middel (SVM).

Normaal gesproken is de verhouding 1 tot 6 procent SVM.

De hoeveelheid lucht wordt bepaald door de manier waarop het schuim wordt aangemaakt. Men spreekt hier van een verschuimingsgetal, het aantal keer dat de vloeistof (mengsel van water en schuim) in volume toeneemt na verschuiming.

Er zijn 3 soorten brandblusschuim, onderverdeeld naar het verschuimingsgetal:

  • Zwaar schuim 1-20
  • Middelzwaar schuim 20-200
  • Licht schuim 200-1200

1 liter 3% "pre-mix" (0,97 liter water met 0,03 liter SVM) kan als dus tussen de 1 en 1200 liter schuim genereren. De zwaarte van het toegepaste schuim is afhankelijk van het te blussen voorwerp of vloeistof. Licht schuim is voor veel brandweertoepassingen doorgaans te licht omdat het makkelijk wegwaait, maar wordt bijvoorbeeld wel in discotheken toegepast in schuimparty's. Licht schuim kan echter van bijzonder nut zijn in besloten ruimten, bv. bij het blussen van een kelderbrand. Reden van gebruik zit hem dan vooral in het feit dat met een minieme hoeveelheid water een enorme hoeveelheid blusmiddel gevormd kan worden.

Een schuimstraalpijp voor middelschuim

Productie[bewerken]

Het schuim wordt gemaakt door eerst het schuimvormend middel aan het water toe te voegen in een tussenmenger en daarna lucht toe te voegen met behulp van een schuimstraalpijp. Bij zwaar schuim is een tussenmenger soms overbodig en wordt het SVM in de schuimstraalpijp aan het water toegevoegd.