Cao Cao

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Tekening van Cao Cao.

Cao Cao (Mengde) (154 - 220) was een generaal ten tijde van de Han-dynastie, later eerste minister van Han. Hij was de zoon van Cao Teng en de vader van Cao Pi en Cao Chong. Hij legde het fundament voor wat later het Koninkrijk Wei zou worden.

Militaire loopbaan[bewerken]

Bij het uitbreken van de Gele Tulbandenopstand in 184 diende Cao Cao in het Han-leger. Samen met andere generaals als Liu Bei en Sun Jian vocht hij tegen de rebellen, die uiteindelijk werden verslagen.

Toen in 190 de Han-generaal Dong Zhuo de macht greep in de hoofdstad Luoyang, probeerde Cao Cao hem te vermoorden, maar dit mislukte. Daarna liet hij door heel China een oproep tot verdrijving van Dong Zhuo uitgaan, waar veel krijgsheren en nobelen op reageerden. Samen vormden zij een verbond en kozen Yuan Shao als leider. Dong Zhuo kon hier niet tegenop en vluchtte met de gevangen Han-keizer Xian naar de stad Chang'an.

Na enkele jaren wist de keizer te ontsnappen en keerde terug naar Luoyang. Hij vroeg Cao Cao om hem te beschermen, die een leger zond om de keizer naar Xuchang te escorteren (Luoyang was niet veilig meer). In de nieuwe hoofdstad Xuchang groeide Cao Caos macht, terwijl de keizer niet meer dan zijn marionnet werd.

De opkomst van Cao Cao[bewerken]

In 200-202 vocht Cao Cao met de krijgsheer Yuan Shao (een jeugdvriend van hem) een oorlog uit, die hij won (zie ook Slag bij Guandu). Hierdoor werd hij heerser over noordelijk China. In 207 begon hij een jacht op Liu Bei, die met zijn leger en volgelingen naar het opkomende rijk van Sun Quan in het Zuiden vluchtte (zie Koninkrijk Wu). Cao Cao achtervolgde hem en verzamelde een enorme vloot. In 208 kwam het tot de grote slag bij de Rode Muur (Chi Bi), die Cao Cao verloor. Liu Bei veroverde hierna westelijk China en stichtte er zijn eigen rijk (zie Shu (Drie Koninkrijken)), zodat China nu verdeeld was in drie rijken.

De volgende jaren werd Cao Cao tweemaal (209 en 216) aangevallen door Wu bij de stad Hefei, maar beide keren wist hij de vijand tegen te houden. Na de overwinning in 216 noemde hij zichzelf de 'Koning van Wei'. Maar ook Shu liet hem niet met rust, en versloeg in 217 zijn neef Xiahou Yuan en in 219 belegerde de Shu-generaal Guan Yu de stad Xiangyang (zie Beleg van Fancheng). Door hulp van Wu te vragen slaagde Cao Cao er toch in Shu te verslaan. Dit was de laatste overwinning van Cao Cao, want hij overleed in 220.

Cao Caos nalatenschap[bewerken]

Zijn zoon Cao Pi volgde hem op als eerste minister van Han, maar die besloot de Han-keizer, die al jaren niets meer te zeggen had, eindelijk van de troon te stoten en het Wei-rijk te stichten, dat zijn vader min of meer had opgebouwd. Door het werk wat Cao Cao gedaan had werd later, volgens velen, het machtigste van de Drie Koninkrijken. Overwinnen deed het echter niet, in het jaar 265 betrad Sima Yan, kleinzoon van Sima Yi, de troon en beëindigde hij Wei en richtte hij Jin op met het door Wei gewonnen land. De reden dat Wei werd beindigd was vanwege enkele interne zwakke punten die op den duur fataal zouden worden.

Het graf van Cao Cao[bewerken]

Volgens de krant China Daily van 28 december 2009 is het vermoedelijke graf van Cao Cao gevonden[1]. Het graf is 740 vierkante meter groot, en bevindt vlakbij de stad Anyang in de provincie Henan, Het graf bevatte meer dan 250 voorwerpen naast de stoffelijke resten van drie mensen: een man van rond de zestig jaar (vermoedelijk Cao Cao), een vrouw van ongeveer vijftig en een vrouw van tussen de twintig en 25 jaar oud.

Bronnen, noten en/of referenties