Carpaletunnelsyndroom

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Esculaap     Neem het voorbehoud bij medische informatie in acht.
Raadpleeg bij gezondheidsklachten een arts.
Carpaletunnelsyndroom
ICD-10 G56.0
ICD-9 354.0
OMIM 115430
DiseasesDB 2156
MedlinePlus 000433
eMedicine orthoped/455pmr/21 emerg/83 radio/135
MeSH D002349
Portaal  Portaalicoon   Geneeskunde

Carpaletunnelsyndroom[1] (CTS) is een aandoening in de pols waarbij de middelste zenuw (nervus medianus) bekneld is. De nervus medianus loopt vanuit de onderarm via een opening in de handwortelbeentjes naar de handpalm. Deze opening wordt de carpale tunnel[2] genoemd, met als officiële naam de canalis carpi[3]. Het carpaletunnelsyndroom treedt op wanneer het weefsel in en rondom de carpale tunnel gezwollen is. De klachten zijn vaak uiteenlopend van aard en vertonen veel overlapping met andere CANS-aandoeningen, waardoor een juiste diagnose op basis van de klachten moeilijk is.

Met elektromyografie (EMG) van de betrokken spieren kan uitsluitsel worden gekregen of er al dan niet sprake is van carpaletunnelsyndroom. Als zeker is dat de zenuw bekneld is kan met operatief ingrijpen de druk op de zenuw weggenomen worden. CTS is een van de meest voorkomende neurologische aandoeningen in de bevolking en komt bij vrouwen (nog) vaker voor dan bij mannen.

Symptomen[bewerken]

Onbehandeld carpaletunnelsyndroom

Typerende verschijnselen:

  • nachtelijke tintelingen en pijn in de hand die patiënt wakker maken;
  • neiging tot wapperen met de handen opdat de klachten verminderen;
  • verminderd gevoel in de duim, wijsvinger, middelvinger en een gedeelte van de ringvinger;
  • onhandigheid en gevoel van krachtverlies in de hand (bijvoorbeeld bij wringen van een dweil of schrijven);
  • regelmatig dubbelzijdig voorkomen;
  • ook overdag kunnen tintelingen en pijn voorkomen bijvoorbeeld bij fietsen, gebruik van de computermuis, enz.;
  • varieert van matige pijn in de hand of onderarm tot zeer hevige pijn die bijvoorbeeld het slapen onmogelijk kan maken;
  • in sommige gevallen kan de pijn zich verspreiden over de volledige arm.

Diagnose[bewerken]

Bij een typische presentatie van het beeld is de diagnose al nagenoeg zeker na onderzoek in de spreekkamer. Deze kan daarna bevestigd worden door een (kort) spierzenuwonderzoek (EMG), dat wordt uitgevoerd door een neuroloog, klinisch neurofysioloog of een laborant klinische neurofysiologie. Bloedonderzoek, röntgenfoto's en scans hebben geen plaats bij de diagnostiek van een CTS.

Er zijn ook een aantal verschillende lichamelijke onderzoeken die CTS indiceren:

  • Proef van Tinel is een test waarbij er met de wijsvinger op de aangedane pols tikt, waardoor de n. medianus wordt geprikkeld. De test wordt positief gescoord wanneer de hand symptomen van een CTS gaat vertonen.
  • Proef van Phalen is een test waarbij de beide polsen worden geflecteerd en vervolgens met de handruggen tegen elkaar geduwd. Deze positie wordt 30-60 sec. volgehouden. De snelheid waarmee de symptomen zich vertonen geeft aan in hoever het CTS zich heeft gemanifesteerd.

Behandeling[bewerken]

De behandeling is afhankelijk van de ernst, de duur, arbeidsomstandigheden en de voorkeur van de patiënt. Bij langdurige en ernstige klachten is een operatie de beste keus. Dit is een goede en definitieve behandeling waarmee 90% van de patiënten geneest. De operatie wordt meestal poliklinisch uitgevoerd door een orthopedisch chirurg, een neurochirurg of een plastisch chirurg. Er zijn onvoldoende aanwijzingen dat conservatieve therapie zoals fysiotherapie, advies en uitleg, injecties met corticosteroïden, nachtelijk spalken of ergonomische aanpassingen op lange termijn effectief zijn.[4]

Noten

  1. Friedbichler, M., Friedbichler, I. & Eerenbeemt, A.M.M. van den (2009). Pinkhof Medisch Engels. Houten: Bohn Stafleu van Loghum.
  2. Everdingen, J.J.E. van, Eerenbeemt, A.M.M. van den (2012). Pinkhof Geneeskundig woordenboek (12de druk). Houten: Bohn Stafleu Van Loghum.
  3. Federative Committee on Anatomical Terminology (FCAT) (1998). Terminologia Anatomica. Stuttgart: Thieme
  4. Huisstede et al, Arch Phys Med Rehabil. 2010 Jul;91(7):981-1004.

Bron

  • A.Hijdra, P.J. Koudstaal, Neurologie, (Maarssen:Elsevier/Bunge, 19982). ISBN 9789063482701

Externe links