Chess Records

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Muddy Waters had zijn grootste successen op Chess Records (hier Mannish Boy met een drukfout op het label)

Chess Records was een Amerikaans platenlabel uit Chicago in de staat Illinois. Het was gevestigd aan 2120 South Michigan Avenue en speelde een belangrijke rol in de rock-'n-rollgeschiedenis begin vijftiger jaren.

De broers Phil and Leonard Chess, twee joodse Poolse immigranten hadden zich opgewerkt tot eigenaar van de mondaine Macomba Lounge Night Club in Zuid Chicago. Door de nachtclub, die een reputatie op het gebied van prostitutie en drugs had, kregen ze dagelijks met voornamelijk onbekende zwarte artiesten te doen, en zagen hoe het publiek op de muziek van deze makkelijk te exploiteren groep reageerde.

Oorspronkelijk heette Chess Records "Aristocrat Records", waarvan Leonard in 1947 aandelen kocht. In 1950 kocht hij met broer Phil de rest van de aandelen en werd het bedrijf tot Chess Records omgedoopt. Ze hadden in 1951 meteen al een nummer 1-hit met "Rocket 88" van Jackie Brenston and his Delta Cats, die de grondslag voor veel latere rock-'n-rollnummers vormde.

Vanwege het succes, en het feit dat er dagelijks maar een beperkt aantal platen per label op de radio gedraaid mocht worden, werd in 1952 ook Checker Records door de broers opgericht.

In de jaren vijftig produceerden hoofdzakelijk Leonard maar ook Phil het meeste zelf. Later in 1960 werd Ralph Bass aangetrokken voor de gospel- en blueszangers. De schrijver en bassist Willie Dixon speelde ook een belangrijke rol in hun succesvolle bluesproductie. Verder namen op Chess Records veel grote artiesten op zoals Etta James, John Lee Hooker, Elmore James ("King of the Slide Guitar"), Muddy Waters, Bo Diddley, Jimmy Reed en Chuck Berry. Chess Records geniet ook indirect bekendheid door drummer/zanger Maurice White en bassist/trombonist Louis Satterfield, die later de funkgroep Earth, Wind and Fire zouden vormen.

Marshall Chess, de zoon van Leonard, werd in 1969 eerst vicepresident en daarna president, waarna aan het eind van dat jaar het bedrijf door General Recorded Tape (GRT) werd overgenomen voor 6,5 miljoen dollar. Leonard Chess overleed in oktober van datzelfde jaar. GRT verhuisde het grootste gedeelte van het label naar New York City, en alleen de opnamestudio bleef in Chicago achter. Het Chess label verloor zijn waarde begin zeventiger jaren. In 1975 werd het restant verkocht aan All Platinum Records, maar de rechten belandden uiteindelijk bij MCA Records, nu bekend als Universal Music.

De film Cadillac Records (2008) gaat over het ontstaan van Chess Records.

Bronvermelding[bewerken]