Coaster
Een coaster of kustvaarder is een klein zeehandelsschip.
De huidige term "coaster" slaat op een schip onder een bepaalde tonnage en niet op zijn vaargebied. Coasters varen wereldwijd van Europa tot Japan en de beide Amerika's. Een andere categorie zijn de schepen van de Beperkte Handelsvaart. Deze schepen mogen niet verder dan 35 zeemijl uit de kust vanwege hun beperkte certificaten.
Coasters in Nederland waren van origine typisch Groningse schepen. Ze werden gebouwd op de scheepswerven aan het Winschoterdiep tussen Groningen en Hoogezand. De werven hebben vanwege de ligging aan het kanaal bijna allemaal een zogenaamde dwarshelling. De schepen werden vooral gebruikt voor de Groningse binnen- en Zuiderzeevaart. In de beginperiode bleef men inderdaad vlak onder of nabij de kust. Men maakte ook oversteken naar Engeland. Zo is de "kustvaart" ontstaan en de benaming "kuster" of "kustvaarder". Met het verstrijken der tijd nam deze kustvaart een grotere vlucht en zo ontstond de benaming Kleine Handelsvaart. Ook elders in Nederland vele werven waren gespecialiseerd waren in de bouw van deze schepen KHV. Hieronder vielen schepen met een maximum tonnage van 500 BRT. Later werd dit maximaal 100m lengte en nog weer later 1800 BRT. De diploma-eisen om op zulke schepen te varen werden in de wet vastgelegd en waren lager dan werd vereist voor wat toen heette de Grote vaart (GHV); de naam die de term "ter lange omvaart" verving.
In Nederland is het verschil tussen "coaster" en "grote vaart" het tonnage, terwijl in het Verenigd Koninkrijk juist het vaargebied het verschil tussen "Coastal" en "Deepsea" bepaalt. Vaart een schip in het Verenigd Koninkrijk "coastal" dat wil zeggen van de ene Britse haven naar een andere, dan heeft wettelijk gezien de bemanning geen diploma's nodig. Theoretisch kan dus de bakker van om de hoek als kapitein op de "Queen Mary" varen,[bron?] al zal dit in de praktijk mede met oog op de verzekering nooit voorkomen.
Een kruiplijncoaster is gebouwd op rijnvaarthoogte en heeft naast certificaten voor de zeevaart ook een certificaat van onderzoek voor het varen op de Rijn. Deze schepen kunnen dus diep in het binnenland hun vracht halen en brengen, en deze over zee vervoeren. De gezagvoerder heeft daarom tevens een Rijnpatent of hij moet boven het Spijkse veer een loods nemen.