Continuous Positive Airway Pressure

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
CPAP: Apparaat, slang, masker
Continuous Positive Airway Pressure-machine

Continuous Positive Airway Pressure of kortweg CPAP is een vorm van ondersteuning van de ademhaling bij mensen met longproblemen, maar ook wel bij mensen die lijden aan slaapapneu. Letterlijk betekent het 'voortdurend positieve druk in de ademwegen'.

Vroeger werd dit bewerkstelligd door bij een patiënt met een ETT of slaapapneu die geen actieve beademing krijgt, een klep op de expiratoire zijde aan te brengen die altijd een licht positieve druk handhaaft, en aan de inspiratoire zijde een grote ballon aan te brengen, die door zijn elasticiteit het systeem onder druk houdt, ook als de patiënt inademt (en dus lucht aanzuigt en de druk normaal zou dalen).

Tegenwoordig echter gebruikt men hiervoor kleine apparaten met daarin een pomp, die een regelbare druk geven van 4 tot 20 cm H2O. Aan het uiteinde van een daaraan aangesloten flexibele slang bevindt zich een masker, dat ofwel alleen de neus of neus en mond bedekt. Deze CPAP's bestaan in diverse variëteiten, met als belangrijkste verschil een vaste of een automatische (APAP) instellingsdruk. Deze laatste geven dan meer of minder druk naargelang de obstructie gedurende de nacht. Ook zijn er types die actief de adem ondersteunen bij uitademing (BiPAP)

CPAP heeft een groot aantal effecten op de ademhaling en bloedcirculatie:

  • een betere zuurstofvoorziening in het bloed (door de hogere druk)
  • een hoger CO2 gehalte (doordat het slechter kan uittreden)
  • een lagere pH (door meer CO2)
  • een grotere drang tot ademen (door meer CO2)
  • meer kans op perifeer oedeem (door slechtere bloedterugstroming naar het hart).

Zie ook[bewerken]