Derailleur

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Achterderailleur
Voorderailleur

Een derailleur of fietsversnelling is een onderdeel van een fiets waarmee de fietsketting van het ene kettingwiel naar het andere kettingwiel kan worden gebracht, zodat het verzet van de fiets te beïnvloeden is. Er kan onderscheid worden gemaakt tussen een achter- en een voorderailleur. Met behulp van een versteller kan de derailleur worden bediend. Shimano, Campagnolo en SRAM zijn thans (2011) de meest gebruikte merken derailleurs.

Achterderailleur[bewerken]

Een achterderailleur zit bij de kettingwielen (cassette) op het achterwiel. Deze derailleur heeft twee kettingwieltjes waarover de ketting geleid wordt. Deze wieltjes worden door een veermechanisme naar achteren gedrukt zodat de ketting bij het kiezen van de verschillende combinaties voortdurend onder spanning blijft. De achterderailleur regelt dus de spanning, en beweegt met de grootte van de kettingwielen mee; voor het grootste kettingwiel is immers meer ketting nodig dan het kleinste kettingwiel.

Voorderailleur[bewerken]

De voorderailleur kan de ketting van de op de trapas gemonteerde kettingbladen laten wisselen. Deze derailleur is niet meer dan een geleidebeugel. Het is hier niet nodig de ketting onder spanning te houden, want daarin voorziet de achterderailleur reeds.

Afstelling[bewerken]

Een derailleur dient goed afgesteld te staan. Als dit niet het geval is, loopt de ketting niet recht over de kettingwielen waardoor het geheel gaat ratelen. Daardoor gaat tijdens het trappen energie verloren en ontstaat sneller slijtage. Een verkeerde afstelling kan er ook toe leiden dat de ketting van de kettingwielen raakt, waardoor onder meer ernstige schade aan het achterwiel kan optreden.

Versnellingen[bewerken]

Het aantal versnellingen wordt gevonden door het aantal kettingwielen voor en achter met elkaar te vermenigvuldigen. Zijn er acht kettingwielen achter aanwezig en drie voor, dan geeft dit 24 mogelijke combinaties en - dus - 24 versnellingen. In de praktijk zijn er echter minder versnellingen beschikbaar. Dit daar niet elke combinatie bruikbaar/geschikt is. Wordt de ketting namelijk achter op het binnenste kettingwiel en voor op het buitenste blad (of andersom) ingesteld, dan loopt de ketting te schuin om efficiënt te kunnen draaien en treedt er grote slijtage op aan ketting en -wielen (zie ook kettinglijn).

Geschiedenis[bewerken]

De eerste experimenten met versnellingssystemen voor fietsen dateren uit de jaren '80 van de 19de eeuw. Toen moest echter vaak een wiel vervangen worden. In de Ronde van Frankrijk van 1937 werden automatische versnellingen voor het eerst toegestaan. Derailleurs vonden echter pas echt ingang toen de Fransman Lucien Juy de kabelderailleur introduceerde.

Zie ook[bewerken]