Dubbel boekhouden

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Schrijftafel met kasboek voor dubbelboekhouden rond 1910.

Het dubbel boekhoudsysteem is een methode van boekhouden, waarbij elke transactie of gebeurtenis op zijn minst op twee verschillende manieren wordt geadministreerd. Elke transactie wordt hierbij zowel aan de creditkant als aan de debetkant op een of meer grootboekrekeningen geboekt. Hierbij wordt gebruikgemaakt van dagboeken, zoals kasboek, inkoopboek of verkoopboek, die een automatische tegenrekening kunnen hebben ingesteld.

Het dubbel boekhouden is een set van regels voor het opslaan van financiële informatie in een financieel boekhoudsysteem. Het dubbel boekhoudsysteem zoals wij dat vandaag de dag kennen kreeg zijn uiteindelijke vorm in de 15e eeuw.[1]

Boekingen[bewerken]

De klassieke voorstelling van zo'n boeking of journaalpost is

te debiteren rekening 000.000  
aan te crediteren rekening   000.000

Het gevolg van deze techniek is dat het eindresultaat van zo'n boekhouding noodzakelijk tweemaal hetzelfde bedrag geeft. Het credittotaal moet gelijk zijn aan het debettotaal, en dat zowel in de gezamenlijke journalen (het centraal dagboek) als in de gezamenlijke rekeningen (het grootboek).

Computers met een boekhoudpakket zorgen ervoor dat in sommige dagboeken elk bedrag maar eenmaal ingebracht hoeft te worden, maar de manier waarop het programma de gegevens registreert en sorteert, komt nog altijd neer op deze klassieke dubbele registratie.

Het opsplitsen van de rekeningen in balansrekeningen en resultatenrekeningen, resulteert in een balans en een resultatenrekening, die samen met eventuele toelichtingen de jaarrekening vormen. Deze resultatenrekening en balans vloeien automatisch voort uit de (correct) gevoerde boekhouding, dit in tegenstelling tot het enkel boekhouden.

Boekhoudregels[bewerken]

De hiervoor genoemde boekingen worden aan de hand van de onderstaande regels uitgevoerd:

  1. Bij toename bezit: rekening van bezit debiteren.
  2. Bij afname bezit: rekening van bezit crediteren.
  3. Bij toename schuld: rekening van schuld crediteren.
  4. Bij afname schuld: rekening van schuld debiteren.
  5. Bij toename eigen vermogen: (hulp)rekening eigen vermogen crediteren.
  6. Bij afname eigen vermogen: (hulp)rekening eigen vermogen debiteren.

De rekening eigen vermogen wordt gedurende de boekingsperiode niet direct bijgewerkt. Via hulprekeningen van het eigen vermogen worden de mutaties van het eigen vermogen bijgehouden; dus feitelijk via de resultatenrekening. Bij het afsluiten van de boekingsperiode (vaak een jaar) wordt het saldo (winst of verlies) toegevoegd aan het eigen vermogen.

Rekening van bezit[bewerken]

  • Immateriële activa (bijvoorbeeld goodwill)
  • Materiële activa (bijvoorbeeld gebouwen, rollend materieel, terreinen)
  • Vlottende activa (bijvoorbeeld handelsdebiteuren, bank, kas)

Rekening van schuld[bewerken]

  • Langlopende schulden (bijvoorbeeld banklening)
  • Kortlopende schulden (bijvoorbeeld leveranciers)

Hulprekeningen Eigen vermogen[bewerken]

  • Opbrengsten (bijvoorbeeld Omzet)
  • Kosten (bijvoorbeeld lonen, rente, inkoopwaarde verkopen)

Rekeningnummers[bewerken]

De rekeningen of beter grootboekrekeningen hebben meestal een decimaal nummer, dit ter vereenvoudiging van de boekhoudkundige verwerking. In Nederland bestaat er geen wettelijk voorschrift omtrent de codering van de grootboekrekeningen.

Zie ook[bewerken]

Bronnen, noten en/of referenties
  1. Luca Pacioli’s werk uit 1494 “Summa de Arithmetica, Geometria, Proportioni et Proportionalita”.