Dimpna van Geel
De heilige Dimpna (ook Dymfna, Dimfna, Dympna of Dymphna) is een vrouwelijke heilige (maagd en martelares) uit de zevende eeuw, waarschijnlijk geboren te Engeland. Ze is de patroonheilige van de Belgische stad Geel. Haar naamfeest is op 15 mei.
Onder bisschop Guy I van Laon (1238-1247), schreef Petrus Cameracencis, een kanunnik aan de kerk van Saint-Aubert te Kamerijk, een "Vita" van deze heilige. De auteur benadrukt dat hij de biografische gegevens slechts kent via mondelinge overlevering.
Biografie [bewerken]
Dimpna was de dochter van de heidense Ierse koning Damon en een christelijke moeder van grote schoonheid. Haar moeder liet Dimpna in het geheim dopen door Gerebernus. Toen het meisje nog een kind was, sterft haar moeder. Haar vader is radeloos en zoekt naarstig naar een nieuwe echtgenote. Maar niemand kan de plaats van zijn overleden vrouw innemen. Als laatste wil hij zijn dochter dwingen met hem te trouwen. Dimpna vlucht daarop, samen met haar biechtvader Gerebernus, naar het vasteland van Europa. Ze komen in Vlaanderen terecht en vestigen zich in de bossen in de Kempen. Hier leven beiden als kluizenaars en zorgen voor de armen en behoeftigen. De kapel van de H. Martinus te Geel is dan weldra een bekende plaats. Haar vader is hen achtervolgd en na enkele jaren vindt hij beiden in hun kluizenaarsverblijf. Wederom dwingt hij Dimpna om met hem te trouwen en haar biechtvader moet het huwelijk sluiten. Maar hun antwoord is een duidelijk neen. Hierop ontsteekt haar vader in razernij, onthoofdt zelf zijn dochter en laat Gerebernus door zijn dienaren onthoofden.
Haar relieken werden overgebracht naar Geel (die van Gerebernus naar Sonsbeck bij Xanten - zijn hoofd echter bevindt zich nog te Geel). Op haar graf deden zich genezingen voor en dat bracht pelgrims, vooral geesteszieken, naar Geel. Deze devotie ligt aan de basis van de latere gezinsverpleging voor psychiatrische patiënten te Geel. In de 19de eeuw kwam deze zorg onder de staat en kende een grote bloei. In 1970 verbleven er ca. 1700 patiënten te Geel, 1350 bij pleeggezinnen en 350 in de gesloten inrichting.
Er is te Geel een Sint-Dimpnakerk opgetrokken in bruine en witte ijzerzandsteen (Demergotiek), 1349-1480, met onvoltooide toren. Er bevinden zich het graf en de relikwieën van de heilige Dimpna, fraaie Antwerpse retabels, het Dimpnaretabel van Jan van Wavere (1515) en een Passieretabel, met schilderwerk van Goswin van der Weyden, en in het koor het praalgraf van Jan van Mérode en zijn echtgenote Anna van Gistel door Cornelis Floris De Vriendt (1544). Tegen de zuidkant van de kerk is er een ziekenkamer, 16de eeuw, waar vroeger zieken verbleven. Voorts fraaie schilderijen en beeldhouwwerk. Tevens bevindt zich te Geel het Sint-Dimpna- en Gasthuismuseum. Het huidige gebouw, 1687, van het in de 12de eeuw gestichte hospitaal, herbergt een interessante collectie meubilair, schilderijen, voorwerpen van tin, ijzer, hout en glas, porselein en liturgische voorwerpen, naast andere bezienswaardigheden.
Dimpnadagen [bewerken]
Op 19 mei 1990 vond er een verbroedering plaats tussen Geel en het Duitse Xanten. Reden voor deze toenadering van beide steden was een "vijandelijke overname". Volgens de legende roofden tijdens de middeleeuwen "Rovers uit Xanten", de schrijnen van de heilige Dimpna en de heilige Gerebernus. Deze scène wordt in het hoogaltaar van de Sint-Dimpnakerk in Geel voorgesteld. Om de 5 jaar wordt tijdens een folkloristische stoet de stadsgeschiedenis van Geel voorgesteld, waaronder ook de wandaad van Xanten. De laatste Dimpnadagen, met vele manifestaties, de dimpna-ommegang en het spektakel Gheelamania II vonden in mei 2010 plaats. De overblijfselen van de heilige Gerebernus bevinden zich in een kapel te Sonsbeck (D) bij Xanten, zijn hoofd nog te Geel.
Patrones [bewerken]
De heilige Dimpna is de patrones van de bezetenen en geesteszieken en de beschermheilige tegen epilepsie en krankzinnigheid.