Ešnunna

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Ešnunna (ten tijde van Hammurabi's regering).

Ešnunna of Esjnoenna[1] (heden: Tell Asmar) was een stad in het noordoosten van Sumerië, het oude Tweestromenland (Mesopotamië), gelegen tussen de Tigris en de bergen.

Het was de hoofdstad van het vorstendom Warum, dat voor en tijdens de Oud-Babylonische heerschappij een bloeiperiode meemaakte. Na het ineenstorten van het rijk van Ur III verklaarde Ešnunna zich in 2026 v.Chr. onder koning Ilushu-ilia onafhankelijk. Zijn opvolgers breidden het territorium verder uit, waardoor ze de wegen tussen Elam, Hoog-Mesopotamië en Sumer beheerste. Het rijk van Isin dwarsboomde deze uitbreiding.

Ešnunna zou nadien veroverd worden door Hammurabi in 1753 v.Chr. en aldus geïncorporeerd worden in het Oud-Babylonische rijk. In de Amoritische periode was haar hoofdgod Tishpak.


De stad werd in de jaren dertig van de twintigste eeuw opgegraven. Ze is ook bekend geworden voor haar codex die gevonden werd in een buitenpost van het koninkrijk, de stad Shuduppum (Tell Harmal even buiten het huidige Bagdad). Dit wetboek staat bekend als de codex van Ešnunna en stamt uit circa 1930 v.Chr.

De meeste tabletten die zijn opgegraven, worden in de Universiteit van Chicago bewaard en zijn nog altijd grotendeels ongepubliceerd.

Koningen van Ešnunna[bewerken]

Bronnen, noten en/of referenties
  1. Encarta-encyclopedie Winkler Prins (1993-2002) s.v. "Esjnoenna". Microsoft Corporation/Het Spectrum.