Engelse beschrijvende notatie

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

De Engelse beschrijvende notatie is een vorm van schaaknotatie die tot ongeveer 1970 algemeen gebruikt werd in de Engelstalige schaakliteratuur. Sindsdien is deze notatie verdrongen door de algebraïsche notatie, maar kennis ervan is nodig om oudere boeken en tijdschriften te kunnen lezen.

De stukken worden aangeduid met de beginletter (behalve het paard): King, Queen, Rook, Bishop, kNight (soms ook Kn of Kt), Pawn voor pionnen. Bij de algebraïsche notatie (voor Engelstalige lezers) worden dezelfde letters gebruikt (behalve voor de pion).

De lijnen worden aangeduid met de naam van het stuk dat in de beginstelling op die lijn staat. Als dat nodig is om de zet te beschrijven wordt aangegeven of de lijn op de Dame- of Koningsvleugel ligt door er Q of K voor te zetten. In plaats van a tot en met h zijn dat dus: QR QN QB Q K KB KN KR. Is er geen verwarring mogelijk, dan kan de 'Q' of 'K' worden weggelaten.

De rijen worden genummerd vanaf de speler die aan zet is. Het veld c1 heet dus voor de witspeler QB1 en voor de zwartspeler QB8.

Zetten worden genoteerd als Stuk dat speelt (Veld van herkomst) - Veld van bestemming.

Slagzetten worden genoteerd als Stuk dat speelt (Veld van herkomst) × Stuk dat geslagen wordt (Veld van bestemming).

Van een zet wordt alleen genoteerd wat nodig is om die zet uniek te identificeren. Voor de rokade schreef men voorheen castles, later werd voor bijzondere zetten als rokade, en passant slaan en dergelijke dezelfde schrijfwijze gebruikt als in de algebraïsche notatie.

Voorbeeld van Herdersmat:

Algebraïsch   Engels
volledig   verkort volledig   verkort
1 e2-e4 e7-e5 1 e4 e5 1 PK2-K4 PK2-K4 1 P-K4 P-K4
2 Lf1-c4 Lf8-c5 2 Lc4 Lc5 2 BKB1-QB4 BKB1-QB4 2 B-B4 B-B4
3 Dd1-h5 Pg8-f6 3 Dh5 Pf6 3 QQ1-KR5 NKN1-KB3 3 Q-R5 N-B3
4 Dh5×f7 # 4 Df7: # 4 QKR5×KB7 mate 4 Q×B7 mate

Nu volgt als voorbeeld nog een partij Boleslavski - Bronstein, Moskou 1945, zowel in de Engelse beschrijvende notatie als in de korte Nederlandse notatie.

1. P-K4 P-K4    1. e4 e5
2. N-KB3 N-QB3    2. Pf3 Pc6
3. B-N5 P-QR3    3. Lb5 a6
4. B-R4 P-Q3    4. La4 d6
5. P-B3 B-Q2    5. c3 Ld7
6. 0-0 KN-K2    6. 0-0 Pge7
7. P-Q4 N-N3    7. d4 Pg6
8. B-K3 B-K2    8. Le3 Le7
9. QN-Q2 P-R3    9. Pbd2 h6
10. R-K1 B-N4    10. Te1 Lg5
11. N-B1 B-B5    11. Pf1 Lf4
12. N-N3 B×N    12. Pg3 Lg3:
13. BP×B 0-0    13. fg3: 0-0
14. P-KR3 P×P    14. h3 ed4:
15. P×P N/B3-K2    15. cd4: Pce7
16. B-N3 B-K3    16. Lb3 Le6
17. R-QB1 B×B    17. Tc1 Lb3:
18. Q×B R-N1    18. Db3: Tb8
19. P-Q5 Q-Q2    19. d5 Dd7
20. B-R7 R-R1    20. La7 Ta8
21. Q×P KR-B1    21. Db7: Tfc8
22. B-Q4 Q-R5    22. Ld4 Da4
23. B-B3 QR-N1    23. Lc3 Tab8
24. Q-R7 P-QB4    24. Da7 c5
25. P-K5 N×QP    25. e5 Pd5:
26. P×P Q_N4    26. ed6: Db5
27. P-Q7 R-Q1    27. d7 Td8
28. B-K5 R-N3    28. Le5 Tb6
29. KR-Q1 N/3-K2    29. Ted1 Pge7
30. B-B7 R-N2    30. Lc7 Tb7
31. Q×R Q×Q    31. Db7: Db7:
32. B×R Q×QP    32. Ld8: Dd7:
  ½-½
  • Omdat de rijen worden gerekend vanaf de kleur die aan zet is, worden de eerste zet van wit en zwart op dezelfde manier genoteerd (Pion gaat naar het vierde veld voor de Koning).
  • Merk het verschil tussen de tweede en derde zet van wit. Bij de tweede zet (Paard gaat naar derde veld voor de Koningsloper) moet vermeld worden welke loper betreft, want het is ook mogelijk een Paard drie velden voor de Dameloper te zetten. Bij de derde zet (Loper gaat naar vijfde veld voor Paard) is er maar één mogelijkheid, dus kan volstaan worden met B-N5.
  • Bij de 21e zet van wit kan volstaan worden met Q×P (Dame slaat pion) want er is maar één pion die op dat moment geslagen kan worden. Bij de 32e zet van zwart (Dame slaat pion voor Dame) moet de lijn erbij, want Q×NP (Dame slaat pion voor Paard, D×b2), is ook mogelijk.