Fabels van Aesopus

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
De haas en de schildpad
De krekel en de mieren
De vos en de bok

De fabels van Aesopos, vaak ook Aisopische fabels of Aesopica (Latijn) genoemd, is een verzameling van fabels die toegeschreven worden aan de Griekse dichter Aisopos (ca. 620-560 v.Chr.). Zijn verhalen zijn bekend om de dieren die zich gedragen als mensen (personificatie).

Aristoteles bericht van Aisopos dat hij een slaaf van Thracische oorsprong zou zijn. Mogelijkerwijze zijn veel van zijn dierfabels van Thracische herkomst.

In 1703 verscheen de eerste volledige vertaling van een aantal fabels. De fabels van de Romeinse dichter Phaedrus en van de 17e-eeuwse Franse dichter La Fontaine zijn voor een groot deel op de fabels van Aisopos gebaseerd. In Rusland is de bewerking van de 19e-eeuwse auteur Ivan Krylov heel beroemd. Ook een anonieme middeleeuwse Nederlandstalige auteur liet zich hierdoor inspireren tot een bundel van fabels, genaamd Esopet.

Enkele bekende Aisopische fabels[bewerken]

De krekel en de mieren (Τέττιξ καὶ μύρμηκες)[bewerken]

Het was winter en een hongerige krekel vraagt de mieren, die bezig waren hun natgeworden graanvooraad te drogen, om iets te eten. De mieren vroegen op hun beurt waarom hij in de zomer geen voedselvoorraad had aangelegd zodat hij 's winters geen honger hoefde te lijden. De krekel antwoordde dat al zijn tijd opging aan het zingen. De mieren lachten en zeiden: 'heb je 's zomers gezongen? Dan zul je 's winters dansen!'

De schildpad en de haas (Χελώνη καὶ λαγωός)[bewerken]

Nuvola single chevron right.svg Zie De haas en de schildpad voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

In de fabel over de haas en de schildpad houden de twee dieren een wedloop. De haas denkt makkelijk te zullen winnen en spant zich totaal niet in. Onderweg denkt hij gerust een dutje te kunnen doen, maar als hij wakker wordt, heeft de schildpad de finish al bereikt. Zo verliest de haas toch de wedstrijd.

De moraal van het verhaal is dat hardlopers doodlopers zijn en dat langzaam-maar-zeker-werk tot goede resultaten leidt.

De vos en de bok (Ἀλώπηξ καὶ τράγος)[bewerken]

(een vrij letterlijke vertaling uit het Grieks)

Een bok daalde af, nadat hij in de zomer hevig dorst had gekregen, in een afgrond met steile randen, om water te drinken. Nadat hij had gedronken en verzadigd was, kon hij niet omhoog gaan en kreeg hij berouw en zocht hij een helper. Nadat een vos hem had gezien, riep hij: "O dwaas, indien jij zoveel hersenen had als haren in je baard, loerde jij, voordat jij naar beneden zou zijn gegaan, naar een weg omhoog."

Dit verhaal maakt duidelijk dat het nodig is, terwijl je eerst vooruit kijkt naar het einde van de zaken, zo te doen.

De leeuw, de ezel en de vos (Λέων καὶ ὄνος καὶ ἀλώπηξ)[bewerken]

(een vrij letterlijke vertaling uit het Grieks)

Een leeuw, een ezel en een vos gingen, nadat ze een bondgenootschap hadden gesloten, op jacht. Nadat veel dieren gevangen werden, droeg de leeuw de ezel op hen onder hen te verdelen.
Nadat deze de drie delen in gelijke stukken had gedaan, spoorde hij de anderen aan te kiezen.Toen werd de leeuw boos.
Nadat de leeuw boos geworden was, at hij de ezel op. Daarna beval hij de vos te verdelen. Nadat deze alles in een deel had opgestapeld, liet hij een klein stuk voor zichzelf over.
En de leeuw (zei) tegen hem: “Wie, o beste, leerde jou zo te verdelen?” Hij zei: “Het ongeluk van de ezel.”

Dit verhaal toont, volgens sommigen, dat het ongeluk van de naasten bij de mensen leidt tot matigheid.
Je zou er echter ook de machiavellistische les in kunnen zien, dat de koppige, domme ezel denkt dat hij van een machtige onderhandelingspartner ongestraft een evenredig deel kan opeisen, terwijl de sluwe vos rekening houdt met het machtsverschil. En vervolgens dus ook niet het gewelddadige machtsmisbruik van de leeuw als reden geeft voor zijn eigen opportunisme, maar het 'ongeluk van de ezel', zodat hij niet alsnog de leeuw voor het hoofd stoot en wordt opgegeten.

Er is ook een variant op het verhaal. In dit variant stookte de vos de ezel op om tegen de leeuw te protesteren. De leeuw had toen de ezel opgegeten en had toen geen ruimte meer over voor het wild dat ze gevangen hadden en daarom kreeg de vos het wild.

De vos en de druiven[bewerken]

Een hongerige vos zag een fraaie tros druiven hangen aan een lange wijnstok. Die zien er lekker rijp uit, dacht de vos. Hij ging op zijn twee poten staan om de druiven te grijpen, maar de tros hing te ver. De vos nam een aanloopje en sprong hoog in de lucht, maar nog kon hij de tros niet bereiken. Wat de vos ook probeerde, het lukte hem niet de druiven te pakken. Dus gaf hij op. De vos keerde zich om met de neus in de lucht en liep weg alsof het hem niks kon schelen. "Ik dacht dat die druiven rijp waren," zei hij tegen zichzelf, "maar nu zie ik dat ze toch zuur zijn."

Moraal van het verhaal: het is gemakkelijk om neer te kijken op wat je niet kunt krijgen.

Deze fabel is bekend in een gezegde. Men zegt "de druiven zijn zuur" als men iets versmaadt wat buiten bereik is. Merkwaardig is dat het gezegde vaak in de tegengestelde betekenis wordt gebruikt: men heeft verdriet omdat iets buiten bereik is.

De jongen die wolf riep[bewerken]

De pastoris puero et agricolis, een illustratie die Francis Barlow in 1687 maakte bij een vertaling van de fabels van Aesopus

Een zoon moest van zijn vader op de geiten passen en opletten of er geen hongerige wolf aan kwam. Als er een wolf kwam, dan moest hij "wolf" roepen. Maar de jongen was erg ondeugend en sloeg driemaal voor niets alarm. Uiteindelijk riep hij voor de vierde keer "wolf", maar zijn vader luisterde er niet meer naar. Tegen het vallen van de avond kwam de vader naar zijn geiten en zijn zoon kijken. Maar het enige wat hij zag, was een wolf met een dikke buik, en de strooien hoed van zijn zoon die uit zijn bek stak.

Moraal van het verhaal: sla niet zomaar alarm, anders gebeuren er ongelukken. De Engelse uitdrukking to cry wolf (in het Nederlands: loos alarm slaan) is op dit verhaal gebaseerd.

De kikker en de os[bewerken]

Er was eens een kikker die een os zag. Hij wilde net zo groot zijn als de os en dus blies hij zichzelf op. Maar hij was nog steeds te klein. Hij blies zich steeds groter op tot hij uiteindelijk uit elkaar knalt.

Moraal van het verhaal: wie zich beter wilt voordoen dan hij is, krijgt altijd problemen.

De monniken en de vrouw[bewerken]

Er waren eens twee monniken die een gelofte van kuisheid hadden gedaan. Onderweg zagen ze een vrouw die midden op een steen stond in een diepe waterpoel. De ene monnik bleef staan kijken, terwijl de tweede naar de vrouw toe liep en haar op zijn rug mee droeg en haar aan de overkant af zette. De eerste monnik vroeg hoe hij zoiets onzedelijks kon doen terwijl hij net de gelofte van kuisheid had afgelegd. De tweede monnik zei tegen hem dat hij de vrouw aan de overkant heeft afgezet, terwijl zijn broeder haar nog steeds bij zich draagt in zijn hart.

Moraal van het verhaal: onzedelijke gedachten zijn soms erger dan onzedelijke handelingen.

De hooiberg en de speld[bewerken]

Er was eens een speld in een hooiberg die erg ijdel was omdat ze de beroemde speld in de hooiberg was. De hooiberg zei tegen haar dat hij ook iemand is. De speld zei verwaand dat hij een gewone hooiberg is en niets anders. Beledigd verliet de hooiberg de speld. Zo was ze zonder de hooiberg weer een gewone speld .

Moraal van het verhaal: beroemde mensen hebben aanbidders nodig.

De ezel en de wolf[bewerken]

Er waren eens een wolf en een ezel die vrienden waren. Echter was de wolf bang voor de ezel, want hij had twee gevaarlijk uitziende hoorns op zijn hoofd. Toen de wolf dat op een dag zei tegen de ezel, zei de ezel dat het geen hoorns zijn, maar zijn oren. Toen viel de wolf de ezel aan en beet hem dood.

Moraal van het verhaal: als je vijand onwetend is, moet je hem onwetend laten.

De leeuw en de muis[bewerken]

Er was eens een leeuw die tijdens een middagdutje door een muis werd gestoord. Hij wilde de muis opeten, maar de muis smeekte zijn leven te sparen en beloofde zijn leven ooit te redden. De leeuw lachte de muis uit en deze kroop vlug weg. Een paar dagen later kwam de leeuw in een net van stropers terecht. Het muisje kwam eraan en beet het net stuk zodat de leeuw bevrijd werd.

Moraal van het verhaal: zelfs een klein zwak diertje kan een groter sterker dier redden.

Het konijn, de wezel en de kater[bewerken]

Er was eens een konijn dat naar zijn hol terugkeerde. Hij zag hoe de wezel zijn hol had ingepikt. Het konijn was kwaad en de wezel stelde voor om naar de oude kater te gaan, zodat hij het probleem kon oplossen. Ze gingen beiden naar de oude kater en begonnen door elkaar te praten. De kater zei dat ze binnen in zijn hol moesten komen. In zijn hol besprong de kater de wezel en het konijn en loste zo het probleem op.

Het paard en het hert[bewerken]

Er was eens een paard dat zat te grazen in het bos. Maar opeens kwam er een hert dat met zijn gewei het paard wegjoeg. Kwaad hierover vroeg het paard een mens om wraak te nemen op het hert. De mens kwam met pijl en boog en schoot het hert dood. Het paard dacht nu weer verder te kunnen grazen, maar de mens legde een strop om de hals van het dier en liet hem het dode hert mee naar zijn huis trekken.

Het ijdele hert[bewerken]

Er was eens een hert dat zichzelf in het water bekeek. Hij vond zijn gewei er prachtig uit zien, maar zijn poten vond hij niet mooi. Hij had liever wat dikkere en kortere poten gehad. Opeens kwamen er jagers aan. Het hert rende ervandoor, maar kwam uiteindelijk met zijn gewei in de takken van een boom vast te zitten. De jagers haalden hem in en doodden hem.

De wolf en het lammetje[bewerken]

Er was eens een lammetje dat niet erg goed luisterde. Ze liep op een dag weg bij haar moeder omdat ze het bos wilde verkennen. Haar moeder had nog gezegd dat ze er niet in mocht komen, maar daar trok het lammetje zich niets van aan. In het bos kwam ze de wolf tegen die het lammetje uitnodigde in zijn hol. Het lammetje ging mee en de wolf at het lammetje op.

De vos en de ooievaar[bewerken]

Er was eens een ooievaar die tegen haar vriendinnen de reiger en de lepelaar zei dat de vos niet uitgenodigd zal worden op het feest van de koning. De vos was daar erg beledigd over en hij besloot de ooievaar een lesje te leren. Hij nodigde de ooievaar bij hem uit om soep te eten. Echter had hij de soep in heel lage borden waardoor de ooievaar er niet van kon eten. De volgende maand nodigde de ooievaar de vos uit om groenten bij haar te eten. Alleen had zij de groenten in flessen gestopt met een heel dunne hals waardoor de vos er niet uit kon eten.

Het meisje en de kruik met melk[bewerken]

Er was eens een meisje dat een kruik met melk had gevonden. Ze dacht erover na om de melk te verkopen en van het geld een kip te kopen, van de eieren van de kip zou ze een paar verkopen, de rest zal ze laten uitbroeden en zo een kippenfokkerij beginnen, vervolgens zal ze van het geld een koe kopen, de melk van de koe verkopen en van het geld een stier kopen en dan krijgt de koe kalveren en ze zal een groot huis kopen. Terwijl ze aan het dromen was, struikelt ze over een steen en liet de kruik met melk vallen. Het melk stroomde op de grond.

Moraal: wie teveel droomt, krijgt vaak ongelukken.

De bosmuis en de huismuis[bewerken]

Er waren eens twee muizen die elkaars beste vrienden waren. Alleen leefde de bosmuis buiten en de huismuis binnen. De huismuis die bij de bosmuis logeerde, klaagde steeds over de kou en ook dat er zo weinig eten was. Bij hem was het lekker warm en er was eten in overvloed. De bosmuis kwam toen bij de huismuis logeren. Het was bij de huismuis lekker warm en ook lekker veel eten, maar er was ook een kat en bovendien muizenvallen. De bosmuis vond het bij de huismuis veel te gevaarlijk en keerde terug naar het bos.

De wolf en de kraanvogel[bewerken]

Er was eens een wolf die zich verslikt had in een botje uit een lamsbout. Hij rende kermend heen en weer op zoek naar iemand die hem kon helpen. "Ik zou alles willen geven als je me bevrijdt van dat bot", zei hij telkens. Een kraanvogel had medelijden met de wolf en wilde hem helpen. Hij haalde met zijn lange snavel het botje uit de keel van de wolf. "Kan ik nu mijn beloning krijgen?" vroeg de kraanvogel. Maar de wolf grijnsde en liet zijn tanden zien. "Wees blij", zei hij, "je hebt je kop in de muil van een wolf gestoken en hem er weer veilig uitgehaald; dat zou beloning genoeg voor je moeten zijn."

Referenties en bronnen[bewerken]

Externe link[bewerken]

Wikisource Meer bronnen die bij dit onderwerp horen, kan men vinden op de pagina Aesop's Fables op de Engelstalige versie van Wikisource.