Gheraert Leeu

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Standbeeld van Gheraert Leeu in de Willem Vroesentuin te Gouda

Gheraert Leeu (of Leew, Lyon, Leonis), drukker en uitgever, werd geboren in Gouda omstreeks 1445-1450 en overleed in Antwerpen in 1492.

Voor de uitvinding van de boekdrukkunst, waren het in de Middeleeuwen (vooral) monniken die letter voor letter de talloze handschriften vervaardigden en met prachtige gekleurde figuren verluchtigden. Met de uitvinding van de boekdrukkunst kwamen de eerst nog primitieve houten blokpersen en daarna drukpersen met losse letters, (ong. 1445), waarmee boeken gedrukt konden worden. Gheraert Leeu had in zijn geboortestad zo'n drukkerij op de Markt (of in de Koestraat).

Op de avond voor Pinksteren in 1477, gaf hij zijn eerste boek uit getiteld: "Alle die epistelen ende ewangelien van den gheheelen iaere". Dit was naar alle waarschijnlijkheid tevens het eerste in Gouda op 'moderne wijze' gedrukte boek. Het drukken van devotieplaatjes en dergelijke gebeurde daar, evenals elders, al eerder. Het was ook niet het eerste in de Noordelijke Nederlanden gedrukte boek; in andere steden, zoals Haarlem, Utrecht en Deventer waren voor 1477 al drukwerken verschenen. In Meppel bevindt zich een drukkerijmuseum waar oude technieken zoals steendrukken en papierscheppen nog gedemonstreerd worden.

Gheraert Leeu drukte in zijn Goudse periode van zeven jaar (1477-1484) ca 69 werken.[1] Dat kan als een enorme prestatie gezien worden, als men het primitieve materiaal waarmee gewerkt werd in ogenschouw neemt. Daarbij zijn prachtige exemplaren, zodat Leeu tot de allerbelangrijkste vroege Nederlandse incunabeldrukkers gerekend kan worden. De Goudse Stadslibrije bezit twaalf exemplaren van zijn drukwerk uit die periode. Vooral de houtsneden, die hij gebruikte om zijn werk te illustreren, zijn belangrijk. Verschillende daarvan heeft hij, naar men aanneemt, uitgeleend aan andere drukkers, zoals aan Snellaert in Delft. Ook de houtsneden 'Van den Seven Sacramenten', uit 1484, zijn Gouds werk.

Vaak plaatste hij aan het eind van de teksten een colofon, waarin hij zich bijvoorbeeld als volgt bekend maakte:
"Dit boexkijn is volmaect ter goude in hollant by my geraert leeu Anno lxxviij, den eerste dach van april".

Bekend zijn de verschillende 'Dialogus creaturarum'-uitgaven, met bijzondere houtsneden. De eerste Latijnse uitgave daarvan kwam uit op 3 juni 1480 en de Nederlandse vertaling op 4 april 1481. Vijf van de Latijnse uitgaven van het Dialogus creaturarum in de Nederlanden kwamen van zijn persen. Drie ervan drukte hij in Gouda, de andere twee in Antwerpen. Hij bezat ook veel initiatief en moed; zo bracht hij veel eerste drukken uit. In 1479 een eerste druk van de historie van reynaert die vos in proza op 17 augustus. Pas in 1485 verscheen er in Delft een tweede druk. Van zijn pers kwam ook de eerste Franse vertaling van de Dialogus in 1482, een jaar eerder dan de Franse editie in Lyon.

Enkele van zijn andere uitgaven zijn:

  • Die hystorie vanden grooten Coninck Alexander (1477) [2]
  • Die tafel des kersteliken levens (1478).
  • Dat liden ende passie ons heeren Jhesu Christi (1477, 1479, 1482).
  • Dat spieghel des kersten gheloefs (1478).
  • Jacobus de Voragine's Passionael winter- ende somerstuc (1478, 1480)
  • Van den seven sacramenten (1484)
  • Die vier uiterste (1482)
  • Devote ghetiden van den leven ende passie Jhesu Christi (1484).
  • Gemmula vocabulorum (1484, in Antwerpen)

Het waren niet enkel theologische en didactische boeken die hij uitgaf. Hij legde eigenlijk alles op zijn persen, van getijden- en gebedenboeken, de levens van heiligen, de statuten van het bisdom Utrecht, het rechtsboek van Eike von Repgow, de Saksenspiegel, en ook wel politieke pamfletten. Daarnaast ook nog almanakken, een tractaat tegen de pest, prognostracties en reisbeschrijvingen, onder andere van Marco Polo. Hij is ook de drukker van "die cronike of die hystorie van hollant van zeelant ende van den sticht utrecht", (1478). Later werd dit werk bekend als het "Goudsche Cronyckje".

In 1484 vertrekt Gheraert Leeu naar Antwerpen, waar hij tijdens een ruzie met een van zijn letterstekers in 1492 dodelijk werd gewond en overleed. In de colofon van zijn laatste werk, de "Cronycles of the londe of Englond" waar hij mee bezig was, maar dat hij zelf niet heeft kunnen afmaken, staat vermeld:

By maistir gerald de Leew, a man of grete wysedom
in all maner of kunnyng:
whych nowe is come from lyfe vnto the deth,
which is grete harme for many a poure man
On whos sowle god almyghty for hys grace haue mercy Amen.

Antwerpen had meer binding met de grote culturele centra in Europa; daar kon het kleine Gouda niet tegenop. In de Goudse tijd overheersten de Nederlandstalige uitgaven, in Antwerpen kreeg het Latijn de overhand. Desiderius Erasmus heeft in 1489 over Leeu, in een brief aan de humanist Jacobus Canter, geschreven: 'impressoriae artis opifex, vir sane lepidus' , 'een kundig beoefenaar van de boekdrukkunst en een zeer beminnelijk mens'.

Trivia[bewerken]

In Gouda is in 1931 de Gerard Leeustraat naar hem genoemd.

Bronnen, noten en/of referenties
  • Goudriaan, Koen e.a (red.) Een drukker zoekt publiek - Gheraert Leeu te Gouda 1477-1484, uitg. Eburon, Delft 1993.
  • Schouten, J. (1980) Wie waren zij? Een reeks van Goudse mannen en vrouwen die men niet mag vergeten. Alphen aan den Rijn: Repro-Holland.
  • Scheygrond Dr.A. "Goudsche Straatnamen" en "De namen der Goudse straten", Alphen aan den Rijn, 1979 en 1981.

  1. Het Goudse Fonds van Gheraert Leeu bevat - volgens de Incunabele Short Title Catalogue (ISTC) - 69 edities, waarvan de laatste drie edities mogelijk niet in Gouda, maar in Antwerpen zijn verschenen (Zie: "Een drukker zoekt publiek")
  2. Delft, M. van (2009) De Historie van Koning Alexander. Koninklijke Bibliotheek