Francesco Carotta
| De neutraliteit van dit artikel wordt betwist. Zie de bijbehorende overlegpagina voor meer informatie. |
Francesco Carotta (Veneto, 1946) is een Italiaans taalkundige, filosoof, ingenieur, uitgever en schrijver.
Inhoud |
[bewerken] Theorie over Julius Caesar als Jezus Christus
Carotta ontwikkelde de theorie dat de teksten over Jezus gebaseerd zijn op de levensgeschiedenis van Julius Caesar. Hij poneerde deze stelling voor het eerst in twee publicaties bij zijn eigen uitgeverij in 1988 en 1989. Vervolgens beschreef hij zijn bevindingen in twee Duitse krantenartikelen: de Stadtzeitung van Freiburg (april 1989) en die tageszeitung uit Berlijn (december 1991). Tien jaar later publiceerde hij de resultaten van zijn onderzoek in het Duitse boek 'War Jesus Caesar?' (1999). Het boek verscheen in het Nederlands onder de titel 'Was Jezus Caesar? Een onderzoek' (2002) en in het Engels (2005) onder de titel Jesus was Caesar – On the Julian origin of Christianity.
Carotta betoogt met overwegend linguïstische argumenten dat het verhaal van Jezus Christus zoals dat in het Evangelie volgens Marcus is vervat, is gebaseerd op het leven van Caesar, die als Divus Julius (Iulius) werd vergoddelijkt. Divus Julius gold in Rome sinds de officiële consecratie in 42 v.Chr. als de hoogste staatsgod, naast Jupiter Optimus Maximus. Divus Julius is de goddelijkheid die Julius Caesar verkreeg na zijn dood in 44 v.Chr. Carotta gaat uit van een continuïteit van de Divus Julius cultus door een transformatie in de christelijke religie, waarbij de Romeinse oorsprong verklarend is voor zowel de teksten van het Nieuwe Testament als voor de traditie en liturgie van het christendom. De metamorfose van de nieuwe religie zette zich voort onder keizer Vespasianus en zijn historicus Flavius Josephus, wiens vita Carotta beschouwt als basis voor de hagiografie van de apostel Paulus in Handelingen. De latere keizer Constantijn zou het politiek religieuze potentieel van de Divus Julius-verering in de Romeinse koloniën van het voormalige Palestina hebben benut voor het verder herscheppen van deze nieuwe staatsgodsdienst, waarmee de snelle groei van deze cultus binnen het Romeinse Rijk kan worden verklaard.
Carotta beroept zich voor zijn theorie onder meer op het werk van de Duitse theoloog Ethelbert Stauffer (1902-1979), die met name wees op de overeenkomsten in de structuur van de lijdensgeschiedenissen van Caesar en Jezus. Daar waar auteurs als Stauffer de overeenkomsten echter interpreteren als een poging van de eerste Christenen om ook Jezus, in navolging van Caesar, een Goddelijke status toe te dichten, dan wel om diens goddelijkheid te benadrukken, ziet Carotta ze als argument voor zijn stelling dat het verhaal van Jezus volledig is gebaseerd op de levensbeschrijving van Caesar.
[bewerken] Ontstaan van het evangelie
In navolging van kardinaal Wilhelm Sirlet (1514-1585),[1] kardinaal Caesar Baronius (1538-1607),[2] de theoloog Max Meinertz (1880-1965)[3] en de filosoof Paul-Louis Couchoud (1879-1959)[4] - een aanhanger van de mythische school in casu de historiciteit van Jezus – en tegen de gangbare wetenschappelijke opinie in, is Carotta van mening dat de oerversie van het Evangelie van Marcus niet in het Grieks, maar in het Latijn werd geschreven. Deze – niet overgeleverde – oerversie van het Marcusevangelie zou zijn ontstaan door vertaalfouten en verschrijvingen bij het kopiëren van de door Asinius Pollio geschreven – en op enkele fragmenten na evenmin overgeleverde – geschiedenis van de Romeinse burgeroorlog. Carotta beroept zich hierbij op de theorie van de Franse literatuurwetenschapper Gérard Genette die ervan uitgaat dat verhalen kunnen worden getransponeerd naar andere locaties en daar als historisch 'waar gebeurd' worden ervaren. Centraal is hierbij het verschijnsel van 'diegetische transpositie', een proces van het kopiëren van fouten, het maken van verkeerde vertalingen en misinterpretaties, het maken van aanpassingen en redigeren in de verschillende culturele contexten voor verschillende politieke doeleinden, waar ook de vroeg-christelijke teksten aan zouden zijn blootgesteld. Deze transpositie zou de herschreven geschiedenis van Caesar hebben verplaatst van Rome en Gallië naar het gebied van het voormalige Jeruzalem en Galilea, onder meer vanwege de Divus Julius-verering in de daar gevestigde veteranenkolonies. Carotta spreekt van 'approximatie' (benadering): De herschreven teksten worden in de tijd aangepast aan de nieuwe sociale en geografische situaties die kloppend moeten zijn. Zo wordt in de bronnen vermeld dat Caesar de havensteden Tyrus en Sidon bezocht. Aanvankelijk komen in de teksten deze steden bij Jezus ook nog voor, maar omdat bij herschrijving het verhaal in de tekst een andere betekenis krijgt, passen herschreven passages niet meer bij de oorspronkelijke sociale geografie. Omdat bijvoorbeeld Jezus verondersteld wordt te voet te gaan, zou de afstand van het Meer van Galilea tot Tyrus en Sidon te groot zijn en zouden daarom, uit hoofde van gerezen inconsistentie tussen tekst en werkelijkheid, de namen van deze steden in latere evangelieteksten zijn uitgewist.
Carotta verklaart met zijn theorie niet alleen een veelheid aan parallellen, maar ook inconsistenties in het evangelie zelf, zoals de verschillende wijzen waarop Judas om het leven komt. Daarnaast verklaart Carotta ook allerlei zaken die in tijd ver voor of na de veronderstelde transformatie plaatsvonden vanuit zijn theorie. Zo zou de naam van Siddhartha Gautama (Gautama Boeddha, overleden rond 483 of 400 v.Chr.) kunnen worden afgeleid van de naam Octavi(an)us Sebastos (keizer Augustus, overleden 14 n.Chr.) en ziet hij het kussen van de grond door Paus Johannes Paulus II als een verwijzing naar het vallen van Caesar bij zijn ontscheping op het strand in Noord-Afrika.
[bewerken] Symmetrie
Volgens Carotta zijn alle belangrijke personen in de Caesargeschiedenis qua positie of naamgeving terug te vinden in het latere Jezusverhaal: verrader Brutus als verrader Judas (IOUNAS > IOUDAS), Lepidus als Pilatus (LEPIDUS>PILEDUS>PILATUS), Nicomedes als Nikodemus, de 'stekende' militair G. Cassius Longinus bij Caesar als de 'stekende' Romeinse soldaat Longinus bij Jezus, de onthoofding van Pompeius en het aanbieden van zijn hoofd als de onthoofding en aanbieding van het hoofd van Johannes de Doper. Ook zouden alle uitspraken van Jezus terug te vinden zijn als opgetekende uitspraken van Caesar, zoals het 'veni, vidi, vici' ('Ik kwam, zag en overwon'), dat via het Grieks werd getransformeerd tot 'De man ging weg, waste zich, en toen hij terugkwam kon hij zien' (Johannes 9:7). De structurele overeenkomsten tussen de teksten over beider levens zijn verder zichtbaar in onder meer Mare Galliae versus Mare Galilaeae, Mària versus Marìa, en in beider titulatuur of die van hun naasten, zoals bij voorbeeld Redder (Σωτήρ), Zoon van God, Almachtige of Moeder van God. De titel Pontifex Maximus die in het jaar 382 overging van keizer op paus werd ook gedragen door Caesar: de vorm van de staf die de paus draagt vindt haar oorsprong in de staf van Marcus Antonius. De verzoeningspolitiek en vergevingsgezindheid ten opzichte van de voormalige vijanden van Caesar, de Clementia Caesaris, vindt men, nog steeds volgens Carotta, in de teksten over Jezus terug als een gepropageerd ethos van naastenliefde. Voor Caesars oorlogen verwijst Carotta naar Jezus' woorden 'Ik ben niet gekomen om vrede te brengen, maar het zwaard' (Matteüs 10:34). De figuur van Cleopatra zou zijn getransformeerd in de teksten tot zowel Maria van Magdala - waarbij de mogelijke bijnaam van Cleopatra, 'Maria van de toren', kan worden gezien als een verbastering waarbij 'Magdala' gelijk is met 'van de toren' - als Maria van Cleopas (Joh. 19:25).
[bewerken] Lijden en geboorte
Carotta beschouwt de geschiedenis van het verraad van Caesar, zijn doding en de vertoning van een kopie van was van zijn doorstoken lichaam (volgens Carotta aan een kruisvormig tropaeum) als de oorsprong van het opgetekende verhaal over de lijdende Christus. De expositie van de wasfiguur aan een tropaeum op het Forum Romanum zou zich als Christus aan het kruis tot centraal element in de cultus van het christendom ontwikkeld hebben.[5] Tegelijkertijd draagt Carotta argumenten aan voor de veronderstelling dat de oorsprong van de evangelietekst niet rept van een kruisiging, maar juist van een crematie, ook dat in navolging van de geschiedenis van Caesar: Betekenisverschuivingen tussen het Latijn en het Grieks zouden veranderingen in het van oorsprong Romeinse lijdensverhaal hebben doen ontstaan. Zo betekent het Latijnse 'cremo' verbranden, het Griekse 'kremō' kruisigen of ophangen. De laatste woorden van Jezus, het 'Eloï, Eloï, lema sabachtani? ' ('Mijn God, mijn God, waarom hebt Gij mij verlaten'; Marcus 15:34) zouden geen letterlijke overname van psalmen 22:2 zijn, maar zijn terug te voeren op de woorden die werden gesproken bij de dood van Caesar: 'Men(e) servasse, ut essent qui me perderent?' ('Och heb ik ze gered, opdat ze mij ten gronde richten?') Dezelfde woorden van Caesar zouden ook de oorsprong vormen van de spottende opmerking van de hogepriesters en schriftgeleerden 'Anderen heeft hij gered, maar zichzelf redden kan hij niet' (Marcus 15:31). Verder is er in beider levensbeschrijving sprake van een avondmaal voor de fatale doding, met eenzelfde gespreksthema over de dood, een kus als afgesproken teken van het verraad en dramatische natuurverschijnselen die hun dood begeleidden (Marcus 15:33,38; Mattheus 27:45,51-54).[6]
Ook de verhalen over de geboorte van Christus zouden terug zijn te voeren op de Caesargeschiedenis, en wel op de geboorte van diens adoptiefzoon Octavianus, die dezelfde namen droeg als Caesar en werd geboren in een kleine (voorraad)kamer in het huis van zijn grootvader nabij de Palatijn, 'ad capita bubula', bij de ossenkoppen. In de traditionele kerststal zou de os hierop teruggaan (in plaats van op Jesaja 1:2-3: Een rund kent zijn eigenaar en een ezel de krib van zijn meester, maar Israël heeft geen begrip, mijn volk geen inzicht). De oorsprong van de maagdelijke zwangerschap van Maria - door Carotta foutief aangeduid als de Onbevlekte Ontvangenis - zou liggen in een verhaal over Octavianus' moeder Atia. Suetonius verhaalt hoe Atia, slapend in de tempel van Apollo, zou zijn bevrucht door een slang. Toen zij zich daarna reinigde als na gemeenschap met haar man, verscheen er een onuitwisbare vlek op haar lichaam in de vorm van een slang.
[bewerken] Delokalisering
Volgens de taalkundige is 'Bethlehem' van oorsprong het Romeinse 'Velitrae' waar Octavianus zijn kinderjaren doorbracht, het huidige Velletri. Nazareth zou een gedelokaliseerde verbastering zijn van de havenstad Ravenna, de laatste stad van Caesars machtsgebied (RAVENNA>NAVERA>NAZERA>NAZARETH). Jeruzalem zou taalkundig kunnen worden afgeleid van ((H)IEROUSALÊM), hetgeen naar 'de heilige stad van de vrede' verwijst en waarmee de facto in oorsprong Rome zou zijn bedoeld. Tegelijkertijd merkt Carotta op dat Jeruzalem zelf al de naam Rome bevat: (H)ieROsoluMA.
[bewerken] Tekstvergelijking
Carotta vergelijkt de contextuele aspecten tussen tekstgroepen en lokaliseert daarbij rekwisieten die in beide opgetekende verhalen overeenkomen. Uit de beschrijvingen van de zegetochten van Caesar zouden de verhalen over de wonderen van Jezus zijn gevormd. Te noemen valt onder andere de wandeling van Jezus over het water, wat qua verhaalstructuur terug zou gaan op Caesars overtocht per schip bij Brundisium. De evangelietekst over Johannes de Doper die zich niet waard acht de riemen van Jezus' sandalen los te maken (Marcus 1:7) zou oorspronkelijk uit een perikoop over Caesars tegenstrever Pompeius stammen. Zowel qua context als qua rekwisieten herkent Carotta in dit verband o.a. overeenkomsten als 'schoenen', 'helpen bij het uittrekken', 'riemen losmaken', 'naar hem toelopen en helpen bij het schoenen uittrekken', 'wassen van de voeten', et cetera. Achter de tekst over de doop door Johannes de Doper zou de oorspronkelijke tekst over de politiek-militaire activiteiten van Pompeius schuilgaan. Het verwijt van illegitieme doopactiviteiten aan Johannes de Doper (Joh. 1:25) zou een herschreven versie zijn van de illegale bewapening van Pompeius. Carotta stelt dat de oorspronkelijke woordbetekenissen die verwijzen naar het zegenen en schoonmaken van de wapens getransformeerd zijn naar het dopen en boetedoening. In het Onze Vader zijn elementen traceerbaar die rechtstreeks uit de Caesargeschiedenis zouden stammen en wel uit de kredietcrisis ten tijde van Caesars regeerperiode. Zo is de passage over het vergeven van schulden ('Vergeef ons onze schulden, zoals ook wij onze schuldenaren vergeven..') terug te voeren op de schuldsaneringspolitiek van Caesar waarin de wederkerigheid van opgelopen schuld tussen burgers onderling en de staat werd opgeheven. Er zijn volgens Carotta taalkundige argumenten aan te voeren dat Jezus een verbastering is van Divus Iulius en dat de titel Koning der Joden in het Grieks verward kan worden met Imperator Iulius. Tevens geldt dat 'IS' zowel als afkorting van de eerste en laatste letter van IuliuS als van IesuS kan worden opgevat. De Koran zou tekstgedeelten bevatten die verwijzen naar de gedode Caesar als wasfiguur aan een tropaeum. Daarmee zou een volgens Carotta oude strijdvraag over de waarachtigheid van de kruisdood van Jezus kunnen worden verklaard. Te denken valt in dit verband aan Soera 4.158 (… maar niet hebben zij hem gedood en niet hebben zij hem gekruisigd doch voor hen werd een schijnbeeld van hem gemaakt …).[7]
[bewerken] Iconografie
Carotta suggereert ook een afwijkende oorsprong van de Pietà, de wenende Maria met Jezus op haar schoot. Deze voorstelling, die niet in het evangelie wordt beschreven, ontwikkelde zich rond 1300, maar kan volgens Carotta worden verklaard met de voorspellende droom van Calpurnia, de jonge vrouw van Caesar: zij kreeg haar vermoorde man op haar schoot gelegd. Het feit dat de wenende vrouw in een aantal gevallen, zoals bij Michelangelo, niet ouder (want zijn moeder), maar jonger of even oud wordt afgebeeld dan de gedode man op haar schoot, is een nadere indicatie dat in de iconografische traditie de jonge Calpurnia met haar veel oudere Caesar op schoot bewaard is gebleven. Ook pretendeert de theorie nieuw licht te werpen op de vroeg-christelijke iconografie, zoals bij het ivoren kruisigingstafereel in het British Museum (420-430) dat het Caesartropaeum en de dood van Brutus zou tonen. Voor de herkomst van de doorgaans als middeleeuwse vervalsing beschouwde 'Orpheus Bakkikos' amulet en voor de 'Alexamenos Graffito' - een muurtekening waarop de spot zou zijn bedreven met het christendom – heeft Carotta eveneens alternatieve verklaringen. Qua iconografische symmetrie wijst Carotta verder op de leeuw als symbool voor Marcus en de adelaar voor Johannes. Deze zouden niet, samen met de stier voor Lucas en de engel voor Matteüs, teruggaan op het visioen van Ezechiël, maar op de wapendieren van Marcus Antonius (leeuw) en de jonge (Caesar) Octavianus (adelaar). De afbeelding van Christus in een zonnewagen als w:en:Sol Invictus in Mausoleum M nabij het graf van Petrus onder het altaar in de Sint Pieter, ziet Carotta als geënt op de apotheose van Divus Julius, die met paarden en wagen ten hemel voer. Daarbij beweert Carotta dat de hier bijgezette Julius Tarpeianus, aan wie het mausoleum zijn alternatieve naam van 'Tombe van de Julii' dankt, behoorde tot de familie van Caesar, de Gens Julia. Andere voorbeelden zijn de op de moord op Caesar terug te voeren zeven dolken in het hart van de Onze-Lieve-Vrouw van Smarten en de structuur en vorm van het chi-rho- of Christusmonogram die zouden teruggaan op afbeeldingen van de 'Sidus Iulium' (Caesars komeet).
- De Griekse taalkundige Fotis Kavoukopoulos schreef een voorwoord.[8]
- De Duitse archeologe Erika Simon schreef een nawoord bij Carotta's boek 'War Jesus Caesar?'.[9]
- Eerste wetenschappelijke publicatie 'il Cesare incognito – Da divo Giulio a Gesù', Quaderni di Storia, 57, 357-375, Milaan 2003 (Luciano Canfora , Ed.)
- F. Carotta met D. R. MacDonald, W. von Ungern-Sternberg & E. W. Stegemann (dir.), Roman origins of Mark's Gospel, Theologisch Seminarium, Universiteit van Bazel, 06-12-2006
- F. Carotta, Los evangelios como transposición diegética: una posible solución a la aporía ¿existió Jesús? Voordracht aan de Complutense Universiteit van Madrid, Escorial 2007
- F. Carotta,The gospels as diegetic transposition. A possible solution to the aporia 'Did Jesus exist?' in: ¿Existió Jesús realmente? El Jesús de la historia a debate, Editorial Raices 2009 (Antonio Piñero, Ed.)
- F. Carotta, Orfeo Báquico: La cruz desaparecida, Colaboración: Arne Eickenberg – Isidorianum, Centro de Estudios Teológicos de Sevilla, 2009, Nº 35
- F. Carotta, Arne Eickenberg, Orfeo Báquico: La cruz desaparecida – Revista de arqueología, ISSN 0212-0062, Año nº 31, Nº 348, 2010 , pags. 40-49
- F. Carotta, Astigi quod Iulienses El misterio de Astigi y la palmera de Munda – Epigraphik-Datenbank Clauss / Slaby, Katholieke Universiteit Eichstätt-Ingolstadt, 2010
- F. Carotta, Arne Eickenberg, Liberalia tu accusas! – Revue des Études Anciennes, Tome 113, 2011, nº 2, p. 447 à 467, 2012.
[bewerken] Reacties
Na een eerste positieve bespreking in de uitzending van Buitenhof van 1 december 2002 [10] noemde rechtsgeleerde, humanist en publicist Paul Cliteur het boek in de uitzending van NOVA van 23 december 2002 een "ontdekking die gelijk staat aan de denkbeelden van Darwin en Galileo en die de hele cultuurgeschiedenis omver gooit".
De Leidse rechtsfilosoof Andreas Kinneging noemde Carotta's boek, in het Radio 1 Journaal van 24 december 2002 "het boek van het jaar 2002".
Volgens nieuwtestamenticus Henk Jan de Jonge staat er in het boek "niets dan klinkklare nonsens, ongefundeerde speculaties op basis van toevallige overeenkomsten tussen de weergaven van het leven van Julius Caesar en Jezus".[11] In het blad T.F. schrijft De Jonge: "De theorie van Carotta roept veel meer problemen op dan de theorie die Marcus terugvoert op oudere traditie aangaande een historische persoon Jezus. Carotta stelt ons constant voor nieuwe complicaties, die dan weer nieuwe hypothesen vereisen."[12]
Henk Versnel, oudhistoricus, kwalificeerde het met ‘Dit is een verzameling apekool‘.[11]
De klassiek historicus Anton van Hooff kwalificeerde de theorie van Carotta als 'atheïstisch bijgeloof' en pseudowetenschap.[13]
De Nederlandse vertaler van Carotta, de experimenteel psycholoog Tommie Hendriks beschreef in een uitgebreid artikel de merkwaardige receptie van de theorie in Nederland.[14] Daarnaast schreef Hendriks een monografie waarin hij tracht aan te tonen dat Caesar op 17 maart 44 v.Chr. – tertia die – is bijgezet, een gegeven dat Carotta’s theorie zou ondersteunen.[15]
De Nederlandse programmamaker Jan van Friesland maakte een documentaire over Francesco Carotta's theorie dat Jezus in feite Caesar was, waarvan op 2 november 2007 in Utrecht de officiële première plaatsvond.[16] In deze documentaire noemt de Spaanse cultureel antropoloog Francisco Rodríguez Pascual de theorie van Carotta "mogelijk" en daarom zeer van belang als werkhypothese.[17]
De Nederlandse classicus en Plutarchusvertaler Gerard Janssen beschouwt het werk als een belangwekkende theorie die een grondige wetenschappelijke discussie waard is.[18]
Maria Wyke, in haar Caesarbiografie van 2007, beschouwt de door Carotta aangedragen parallellen tussen Caesar and Jezus als "sweeping and often superficial", ondanks hun gedetailleerdheid en eindeloze verantwoording."[19] Pieter Steinz vatte haar woorden over Carotta in de NRC als volgt samen: Wyke laat de belachelijkheid van Carotta’s these mooi zien (door zijn argumenten alleen maar te citeren), maar verbindt er een mooie conclusie aan. Vroeger, schrijft ze, werden Caesar en Jezus met elkaar vergeleken om de opmars van de christelijke heilsleer of het droit divin te ondersteunen. Tegenwoordig worden de parallellen juist getrokken om de goddelijkheid en de historiciteit van Jezus te ondermijnen. ‘Caesar is niet langer de schaduw van Christus, maar Christus is de schaduw van Caesar.’[20]
[bewerken] Literatuur
- F. Carotta, "Verkündigung: Caesars Kreuzigung — Das Evangelium nach Kleopatra", in: Cam (ed.), Memoria 2090 — Kalenden und Iden, Freiburg 1989 ISBN 3-926023-76-7
- F. Carotta, War Jesus Caesar? 2000 Jahre Anbetung einer Kopie. Goldmann, München 1999, ISBN 3-442-15051-5
- F. Carotta, Was Jezus Caesar? Over de Romeinse oorsprong van het christendom. Een onderzoek. Uitgeverij Aspekt b.v., Soesterberg november 2002, ISBN 90-5911-069-2
- F. Carotta, Jesus was Caesar. On the Julian Origin of Christianity. An Investigative Report. Uitgeverij Aspekt b.v., Soesterberg 2005, ISBN 90-5911-396-9
- F. Carotta, War Jesus Caesar? Eine Suche nach dem römischen Ursprung des Christentums. Verlag Ludwig, Kiel, juli 2011, ISBN 978-3-937719-63-4
- F. Carotta, "Christus ein Mythos?", review of G. Courtney (1992), Et tu, Judas? Then fall Jesus, Kirchzarten 2002
- F. Carotta, Jezus Christus = Julius Caesar — Theologen in verwarring ("Tumult": lecture & debate), Lutherse Kerk, Utrecht, 11-28-2002
- F. Carotta, Il Cesare incognito – Da Divo Giulio a Gesù, (versie), Kirchzarten, maart 2002
- F. Carotta, "Da Divo Giulio a Gesù - con aspetti iconografici", Kirchzarten maart 2002
- F. Carotta with Rev. P. García González, Caesar on the cross. Passion before Easter, Auditorium Louis Hartlooper Complex, Utrecht, 03-20-2005
- F. Carotta met Eerwaarde P. García González, Caesar aan het kruis. Passie voor Pasen. Id. (Nederlandse vertaling)
- F. Carotta mit Ehrwürdige P. García González, Caesar am Kreuz, Passion vor Ostern. Id. (Duitse vertaling)
- F. Carotta, "Sull'origine Giuliana del Christianesimo", Conferenza tenuta ad Offnadingen, maart 2005
- F. Carotta, Die Evangelien als diegetische Transposition: Eine mögliche Lösung der Aporie „Existierte Jesus?“, (Duitse vertaling) Complutense Universiteit, Escorial 2007
- F. Carotta met Arne Eickenberg, Liberalia Tu Accusas! Restituting the Ancient Date of Caesar's Funeral, Kirchzarten 2009
- F. Carotta, Orpheos Bakkikos: Das verschollene Kreuz, Isidorianum, Centro de Estudios Teológicos de Sevilla, 2009, Nº 35 (Duitse vertaling)
- F. Carotta, Orpheos Bakkikos: The Missing Cross, Isidorianum, Centro de Estudios Teológicos de Sevilla, 2009, Nº 35 (Engelse vertaling)
- F. Carotta, 17 de Marzo -liberalia- Victoria de Munda Fundación de la Colonia Astigi, Funeral de Julio César, Écija (Spanje) maart 2010
- F. Carotta, Noche de San Juan, Colaboración: Arne Eickenberg y Daniel Mere, Conferencia Asociación Puerta del Agua, Aguilar de la Frontera. 23-24 de junio 2010.
- J. Beaufort, "Arius und Ali. Über die iranischen Wurzeln des Christentums und die christlichen Wurzeln des Islam", 2008 (republished by H. Detering at Radikalkritik, Berlin 2009)
- James Anthony Froude, "Cæsar, a sketch", London: Longmans, Green, and Co. 1879, p. 494
- P. García González, "Contexto histórico y entendimiento entre confesiones religiosas", Rascafría 2006
- P. García González, "Intereses, competencias y niveles de realidad. Diferentes lecturas de las historias de vida", Rascafría 2009
- Gérard Genette, “Palimpsestes, La littérature au second degré”. Le Seuil 2000. ISBN 9782020189057
- T. Hendriks, Rouw en razernij om Caesar. De wraak van het volk voor een politieke moord zonder weerga. Uitgeverij Aspekt b.v., Soesterberg april 2008, ISBN 9789059112957
- Earl S. Johnson Jr., "Mark 15,39 and the So-Called Confession of the Roman Centurion", in: Biblica 81, Vatican Rome 2000, pp. 406–13
- Tae Hun Kim, "The Anarthrous υἱὸς θεοῦ in Mark 15,39 and the Roman Imperial Cult", in: Biblica 79, Vatican Rome 1998, pp. 221–41
- Robert L. Mowery, "Son of God in Roman Imperial Titles and Matthew", in: Biblica 83, Vatican Rome 2002, pp. 100–10
- Lily Ross Taylor, The Divinity of the Roman Emperor, Middletown 1931; cf. especially Henri Jeanmaire, Le Messianisme de Virgile, Paris 1930
- E. Stauffer, Clementia Caesaris, Schrift und Bekenntnis: Zeugnisse lutherischer Theologie, p. 174-184. Furche-Verlag, Hamburg und Berlin, 1950
- E. Stauffer, Jerusalem und Rom im Zeitalter Christi, Bern 1957
- E. Stauffer, Christus und die Caesaren, Hamburg 1952
- E. Stauffer, Christ and the Caesars. Historical sketches (translated by Kaethe Gregor Smith and Ronald Gregor Smith). London: SCM-Press, 1955
- M. Wyke, Caesar: A Life in Western Culture, London 2007 ISBN 0226921530
[bewerken] Externe links
- Persoonlijke website van Francesco Carotta
- Catalogisering bij WorldCat
- The Gospel of Caesar, Van Friesland Filmproducties:
- Divus Julius bij WordPress
Referenties
|