Francisco Serrão

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Francisco Serrão (gestorven 1521) was een Portugese ontdekkingsreiziger en een neef van Ferdinand Magellaan. In 1512 bereikte hij als eerste Europeaan de Molukken. Hij trad als persoonlijk adviseur in dienst van de Sultan van Ternate, Bayan Sirullah. Serrão bleef op Ternate tot zijn dood in 1521.

Reis naar de Molukken[bewerken]

Na de verovering van Malakka in 1511, zond de Portugese onderkoning Afonso de Albuquerque 3 schepen naar de Specerijen eilanden. Deze eilanden waren de enige producent ter wereld van kruidnagelen, nootmuskaat en foelie. Deze specerijen waren goud waard in Europa. De wens om greep te krijgen op deze specerijenhandel was een belangrijke drijfveer voor de Portugese ontdekkingsreizen.

António de Abreu leidde de expeditie; Serrão was kapitein op een van de schepen. Maleise loodsen leidden de schepen langs Java en de Kleine Soenda-eilanden naar de Banda-eilanden. De Portugezen bleven daar een maand om specerijen in te slaan en keerden daarna terug naar Malakka, zonder het eigenlijke reisdoel te hebben bereikt.

Serrão’s schip had echter schipbreuk geleden op Banda. Aan boord van een plaatselijke jonk trok hij met een klein groepje Portugezen en Maleisiërs verder. Hij belandde op Ternate, waar hij goed overweg kon met Sultan Bayan Sirulla. Serrão besloot op Ternate te blijven als een militaire huurling en persoonlijk adviseur van de sultan. In de jaren erna was Serrão betrokken bij een aantal conflicten tussen de eilanden over de controle over de specerijenhandel.

Zijn brieven aan zijn neef Ferdinand Magellaan over de Specerijen eilanden vormden een belangrijke stimulans voor de laatste om via een westwaartse route deze eilanden te bereiken. In Spaanse dienst voer Magellaan over de Stille Oceaan naar de Filipijnen, waar hij sneuvelde. Enkele maanden daarvoor was Serrão op Ternate overleden, mogelijk door vergiftiging.