Gerd

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Skirnirs boodschap aan Gerd
Freyr en Gerd op een Gullgubbe, een amulet, uit de ijzertijd

Gerd, Gärd, Gerdhr, Gerda, Gerdur of Gerdr (Oudnoords Gerðr) is in de Noordse mythologie de dochter van de reus Gymir en de reuzin Aurboda. Haar broer heet Beli. Zij leefden in Jötunheimr, de voor mensen onbereikbare wereld van de reuzen.

Zij is de mooiste onder alle schepselen en werd mogelijk beschouwd als de verpersoonlijking van vruchtbaarheid en seks. Haar glanzende naakte armen verlichtten lucht en zee.

Op een dag werd zij het voorwerp van liefde vanwege de vruchtbaarheidsgod Freyr, die enige tijd door haar begeesterd was en daarmee nog nauwelijks functioneerde. In het Eddalied Skírnismál wordt verhaald wat er toen gebeurde.

Ze was nooit van plan geweest met Freyr te trouwen, daarom weigerde ze zijn voorstellen die haar via Skirnir bereikten, zelfs nadat deze haar elf gouden appelen (ontsterfelijkheidsvoedsel van de Asen) had laten brengen en de ring Draupnir. Pas toen Skirnir dreigde het zwaard van Freyr te gebruiken om de wereld onder een dikke ijslaag te laten verdwijnen stemde zij toe om Freyr te huwen.

Etymologie en symboliek[bewerken]

Haar naam komt waarschijnlijk van gerða wat betekent: omheinen, verwant met garðr, gaard (omsloten ruimte zoals een tuin) (Engels yard en via het Deens garth).

De vereniging van Gerdr met Freyr vertoont overeenkomst met die van de reuzin Skaði met de vruchtbaarheidsgod Njördr. In beide gevallen zou dit kunnen wijzen op een manier om de krachten van dood en duisternis te verzoenen met die van het regeneratievermogen van de Natuur.

Gerd kan dus beschouwd worden als godheid van de vruchtbare bodem, vergelijkbaar met Nerthus, maar er zijn ook elementen die op walkureneigenschappen wijzen. Dat haar woonst door vlammen is afgebakend toont dat de naam van de moeder Aurboda ook gelezen zou kunnen worden als "Örboða", (kolen die kou geven) een typische Walkure naam.

Zie ook[bewerken]

Externe link[bewerken]