Grootschipper

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Grootschipper is een schipper of gezagvoerder op een zeeschip die lid was van het Groot Schuitenvoerdersgilde. Deze schippers voeren vooral naar de landen rond de Oostzee, maar ook naar Engeland, Frankrijk en verder naar het zuiden, meestal voor kooplieden van elders. Er werd met een relatief kleine bemanning op relatief grote schepen (overwegend fluiten) gezeild. Een dergelijke dwarsgetuigde driemaster mat tussen de honderd en tweehonderd last (ofwel twee- tot vierhonderd ton) en telde tussen de tien tot ten hoogste achttien opvarenden. De schipper omringde zich met stuurlui, hoogbootslieden, timmermannen, scheepskoks, bootsgezellen en matrozen. Grootschippers verdienden redelijk tot goed en behoorden tot de hogere lagen van de samenleving. Heel wat schippers hadden zitting in het vroedschap, over het algemeen pas wanneer ze de zee de rug hadden toegekeerd.