Schipper

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Een schipper is iemand die een varend beroep uitoefent en daarvoor de kennis, kunde, ervaring en de vereiste diploma's bezit om als gezagvoerder van een schip te mogen optreden.

Zeevaart[bewerken]

De schepen van de Vereenigde Oostindische Compagnie (VOC) hadden een schipper aan boord, die de leiding had over de zeelieden en verantwoordelijk was voor het zeilen van het schip. Het hoogste gezag berustte bij een koopman, afgevaardigde van de Heren Seventien, het bestuur van de VOC. Het is hier dat de naam gezagvoerder zijn oorsprong vond.

Thans is in de zeevaart de kapitein de gezagvoerder van een handelsvaartuig.

Tevens in de hedendaagse Koninklijke Marine bestaat nog steeds de aanspreektitel schipper. Deze titel is voorbehouden aan sergeantenmajoor van de nautische dienst. Voor onderofficieren nautische dienst met de rang adjudant-onderofficier, zie de lijst van militaire rangen van de Nederlandse Krijgsmacht, wordt de titel Opperschipper gebruikt.

Bij zeilraces op zee spreekt men de gezagvoerder van een groot zeiljacht ook aan met schipper of "skipper".

Zeevisserij[bewerken]

De gezagvoerders van de vissersschepen die deelnemen aan de grote visserij ter zee en op de oceanen worden nog steeds schipper genoemd, zelfs al zijn de schepen intussen immens groot van omvang, capaciteit en bemanning geworden. De gezagvoerders echter van de schepen die eertijds deel uitmaakten van de kustdorpen - welke schepen dan behoorden tot de vloot van pinken en bomschuiten - werden stuurman genoemd. De tweede man aan boord - die elders als stuurman zou zijn bestempeld - werd op de bomschuit stuurmansmaat genoemd. Het is opmerkelijk dat bij de Vlaardingse zeevisserij - waar de gezagvoerder toch een schipper was - de feitelijke stuurman ook als stuurmansmaat werd aangeduid. [1]

Bij de toenmalige vleetvisserij op haring, een honderden jaren oude vorm van Noordzeevisserij die tegen 1970 haar einde vond, moest een schipper van een vissersvaartuig, naast de zorgen voor het schip en voor de vangsten, evenzeer persoonlijk zorg dragen voor het aanwerven van zijn aankomende bemanning. Deze diende daarbij te monsteren voor de duur van een teelt. Het was niet ongebruikelijk dat een reder, waar het ging om een fortuinlijke schipper, ook diens zoon liet opklimmen tot de eindrang van schipper.

Binnenvaart[bewerken]

De gezagvoerder aan boord van een binnenvaartschip is degene die verantwoordelijk is voor de veilige vaart. In de praktijk is dat altijd een kapitein of schipper. In de continuvaart varen dus meerdere kapiteins of schippers aan boord, waarvan er op een bepaald moment altijd maar één als de gezagvoerder optreedt.

Op passagiersschepen en grotere veerboten spreekt men meestal van een kapitein; op kleinere veerboten van een veerman. Op de overige schepen meestal van een schipper of een binnenschipper.

Een vervanger is de aflosschipper of aflosser. De onder elkaar gebezigde aanspreektitel is van oudsher: buurman of buurvrouw.

De schipper in de binnenvaart is ook dikwijls de eigenaar van het binnenschip.

Recreatievaart[bewerken]

Ook in de recreatievaart wordt de gezagvoerder van een schip schipper genoemd. Aan zo'n schipper worden op het binnenwater in verband met de nautische veiligheid dezelfde eisen gesteld als aan een schipper in de beroepsvaart.

Referenties[bewerken]

  1. A. Hoogendijk Jz. De Grootvisscherij op de Noordzee (1895), blz.112.