Haard

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Zoek dit woord op in WikiWoordenboek
19e-eeuwse gietijzeren haard

Beluister

(info)

De haard is de stookplaats. Wanneer de rook van de haard door middel van een kap wordt afgevoerd, spreekt men van een schouw.

Van oorsprong was de haard de plek waar (binnen het huis) het vuur brandde, in het begin een open vuur (het haardvuur) of, zoals wij het nu zouden noemen, de open haard. Het was daarom ook de plek waar gekookt werd.

De naam haard is overgegaan naar het fornuis, waarop, nog steeds met vuur, werd gekookt. Ook de op hout en kolen gestookte kachels werden haard genoemd. De haard was, vanwege de warmte, vaak de centrale plek van het huis. Vandaar dat het woord ook overdrachtelijk gebruikt wordt als middelpunt.

Uitdrukkingen met haard[bewerken]

  • Eigen haard is goud waard
  • Huis en haard
  • Hij zal nog aan de haard aanbakken

Een schouw is een soort plank horizontaal boven een open haard. Hierop staan vaak mooie voorwerpen ter versiering zoals een kandelaar, vaas, foto etc. Rond feestdagen zoals kerstmis wordt hij vaak versierd met bloemen of een guirlande.

Zie ook[bewerken]