Herr Biedermann und die Brandstifter

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Herr Biedermann und die Brandstifter
Omslag van de eerste druk van de hoorspel versie, 1953
Omslag van de eerste druk van de hoorspel versie, 1953
Schrijver Max Frisch
Taal Duits
Eerste opvoeringsdatum 1958
Locatie eerste opvoering Schauspielhaus Zürich
Eerste opvoering in Nederland 1959, Den Haag
Soort Burlesque
Omslag van de eerste druk van de hoorspel versie, 1958

Biedermann und die Brandstifter is een als Burlesque omschreven toneelstuk van de Zwitserse schrijver Max Frisch. Het stuk werd op 29 maart 1958 voor het eerst opgevoerd in het Schauspielhaus Zürich.

Achtergrond[bewerken]

In 1948 schreef Frisch naar aanleiding van de communistische coup in Tsjechoslowakije een essay in z'n dagboek, dat hij de titel Burleske meegaf.[1]. Dit essay, waarin hij een soort parabel maakt op de gebeurtenissen in Tsjechoslowakije geeft in een paar bladzijden de kern van het Biedermanverhaal weer.

Enkele jaren later, in 1953 verwerkte Frisch dit verhaal tot een hoorspel met de titel Herr Biedermann und die Brandstifter. Dit hoorspel werd in 1953 uitgezonden.

Synopsis[bewerken]

In het boek komt 1 persoon voor die zichzelf gewoon verfasser ofwel ‘schrijver’ noemt. Deze leidt het verhaal. Hij stelt vragen aan Herr Biedermann en vat voor het publiek na ieder hoofdstuk het verhaal een beetje samen. De echte hoofdrol in het boek is Herr Biedermann. Deze man is goed van vertrouwen en dat vind je dan ook terug in het verhaal van het boek.

Op een dag zit Herr Biedermann rustig in z’n stoel als er iemand aanbelt met de vraag of hij in God gelooft. Anna, het dienstmeisje had opengedaan en deze mededeling aan Herr Biedermann doorgegeven. Eerst had Herr Biedermann er niet zo’n zin in, maar hij heeft hem toch binnengelaten. Ze voeren een heel gesprek met z’n tweeën. Het komt er op neer, dat de vreemde, die Schmitz heet, hem heeft horen praten over het vertrouwen in de mens. Herr Biedermann is namelijk van mening dat men meer vertrouwen in de mens nodig heeft. In het begin lijkt het zo dat Schmitz belangstelling toont en het er mee eens is, maar later blijkt dus dat hij misbruik van de situatie maakt.

De vrouw van Herr Biedermann is nogal wantrouwig over Herr Schmitz. Ze wordt nerveus als hij bij hen in de buurt is en wil hem het liefst zo snel mogelijk weg hebben. Dat laat ze Herr Biedermann ook duidelijk merken. Ze vertelt meermaals dat ze hem wantrouwt. Biedermann meent dat ze zich niet zo aan moet stellen, dat het een beste vent is etc.

Anna, het dienstmeisje, heeft ook al eens duidelijk laten merken dat ze Herr Schmitz wantrouwt, en ook tegen haar heeft Herr Biedermann gezegd dat ze haar mond moet houden.

Tijdens het verhaal blijkt dat Herr Biedermann een conflict heeft met ene Knechtling. Dit conflict gaat over haarwasmiddel wat Herr Biedermann in zijn winkel verkoopt. Op gegeven moment gaat Herr Schmitz zich wat vrijer voelen in het huis van Herr Biedermann en nodigt ook een vriend uit. Deze vriend is ook een brandstichter en heet Eisenring. Dit gaat ook Herr Biederman een beetje te ver, al laat hij dit niet blijken. Hij is er niet erg blij mee, en hij weet dat zijn vrouw deze mensen gelijk op straat zou zetten. Omdat hij nog steeds heilig overtuigd is vertrouwen in de mens te hebben. Ik had dus verteld dat zijn vrouw wantrouwig is, maar die laat zich snel ompraten en alleen Anna blijft wantrouwig

Uiteindelijk wordt zijn huis in de fik gestoken door de brandstichter (Herr Schmitz) en heeft Herr Biedermann zijn les geleerd.

Nederlandse opvoering[bewerken]

Het stuk is in Nederland in 1959 opgevoerd door de Haagsche Comedie met onder meer Albert van Dalsum.

Bronnen, noten en/of referenties
  1. Max Frisch: Tagebuch 1946-1949. Suhrkamp. Frankfurt/Main. 1985. blz. 214-219