Praagse Coup

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

De Praagse Coup was een onvoorziene en ongeorganiseerde communistische machtsovername in 1948 in Tsjecho-Slowakije, die een ware schokgolf door de Westerse publieke opinie deed gaan vanwege het gemak waarmee de communisten de macht overnamen.

Tsjecho-Slowakije was na de Tweede Wereldoorlog een democratisch geleid land dat binnen de invloedssfeer van de Sovjet-Unie lag. De overheid had een zeer antiwesters karakter door de slechte ervaringen met de westerse wereld vlak voor de Tweede Wereldoorlog. In de Conferentie van München had het Westen Tsjecho-Slowakije in de steek gelaten.

De gevolgen van de oorlog, de economische crisis en de hongerwinter van 1947 dwongen de coalitieregering van Tsjecho-Slowakije om voedselsteun te vragen aan de Verenigde Staten. De Verenigde Staten ging hiermee akkoord op voorwaarde dat Tsjecho-Slowakije uit de invloedssfeer van de Sovjet-Unie zou gaan en zijn anti-westerse houding zou laten varen. De populaire communistische partij (KSČ) kon hier niet mee akkoord gaan en weigerde de voedselhulp.

In een poging om de president tot vervroegde verkiezingen te dwingen, namen twaalf niet-communistische ministers ontslag. De president durfde het evenwel niet aan om vervroegde verkiezingen uit te schrijven en verving eenvoudigweg de afgetreden bewindslieden door twaalf communistische en socialistische ministers. Zo kreeg de Tsjecho-Slowakije communistische partij ineens alle macht in handen.

Deze omwenteling van een democratische meerpartijenstelsel naar een de facto eenpartijstaat (alleen de minister van buitenlandse zaken en de president waren geen communisten) onder leiding van de communistische partij, staat bekend als de Praagse Coup.