Houtgravure

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Bewick: Kerkuil uit: History of British Birds (1847)
Władysław Skoczylas: St. Sebastiaan, 1915

De houtgravure is een hoogdrukprocedé dat in de 19e eeuw een grote bloeitijd beleefde. Er bestaan kenmerkende verschillen tussen een houtsnede en een houtgravure. De houtgravure wordt gegraveerd, 'gestoken', in de kopse kant van een hard houten blok, waardoor een zeer verfijnde tekening mogelijk is, terwijl een houtsnede gegutst wordt in een zachte houten plaat en meestal een grover resultaat oplevert. Houtgravures zijn over het algemeen vrij klein en bereiken grijstinten met behulp van vele 'arceringen'.

Geschiedenis[bewerken]

De houtgravure werd ontwikkeld door de Engelse graficus Thomas Bewick (1753-1828). De nieuwe druktechniek loste de kopergravure af omdat zij, bij groter wordende oplages, veel eenvoudiger en goedkoper was. Ze werd vooral gebruikt voor het vervaardigen van populair wetenschappelijke afbeeldingen met subtiele grijsschakeringen. Populaire boekillustratoren als Gustave Doré lieten hun rijk gedetailleerde tekeningen door houtgraveurs vermenigvuldigen. Van de houtgravures werden vervolgens de clichés gemaakt die voor het drukken gebruikt werden.

Bekende grafici[bewerken]

De bekende Nederlandse houtgraveur Maurits Cornelius Escher werkte met meerdere kleuren. Voor elke nieuwe kleur moest een apart blok gemaakt worden, dat met grote nauwkeurigheid moest aansluiten op het reeds bestaande blok. Een meesterlijk houtgraveur uit de provincie Groningen was Nico Bulder.

Lijst van kunstenaars[bewerken]

houtgravure in The illustrated London News in 1861

Zie ook[bewerken]