Huidvraat

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie

Ga naar: navigatie, zoeken

Huidvraat is een neologisme dat in de Nieuwe Bijbelvertaling (officieel sinds oktober 2004) wordt gebruikt voor het oudere woord melaatsheid, dat ook lepra kan betekenen. Huidvraat zou een betere vertaling zijn voor het hebreeuwse woord tsara'at, omdat met dit Hebreeuwse woord geen lepra wordt bedoeld.

De reden om het woord huidvraat te gebruiken is dat niet alleen mensen volgens de Bijbel deze aandoening kunnen krijgen, maar ook huizen, leer of andere stoffen, en voorwerpen.

De diagnose werd volgens de Bijbel door een priester gesteld. Een persoon met de aandoening was onrein en werd uitgestoten uit de gemeenschap. Een voorwerp met huidvraat moest worden verbrand.

Huidvraat was een ziekte waarvan in de tijd van de Hebreeuwse Bijbel gedacht werd dat het een straf was voor een zonde, zoals moord of negatief over iemand anders spreken. Koning Uzzia kreeg last van huidvraat nadat hij wierook had verbrand in de tempel en vervolgens tekeer ging tegen een priester die hem hierover terechtwees.

 
Persoonlijke instellingen
in andere talen