Kamp Neubrandenburg

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
In 2008 geplaatst, afkomstig uit de Marienkirche

Kamp Neubrandenburg (Oflag 67) was tijdens de Tweede Wereldoorlog een krijgsgevangenenkamp op het voormalige landgoed Fünfeichen in Mecklenburg, Duitsland. Het lag bij Berlijn, niet ver van de Poolse grens.

Fünfeichen was tot 1938 in bezit van de joodse Olga von Maltzahn.

1939[bewerken]

Het kamp was in 1939 opgericht als Oflag II A Neubrandenburg en werd in 1940 uitgebreid met Oklag II E Neubrandenburg om officieren onder te brengen. Later werd het nog meer uitgebreid en vanaf 1944 Oflag 671 Neubrandenburg genoemd. Het bestond uit houten barakken. Om het kamp was een muur met geschutstorens.

De eerste gevangenen waren Polen, die op 12 september 1939 binnengebracht werden. In de loop van de oorlog werden gevangenen van tien verschillende nationaliteiten ondergebracht.

1940[bewerken]

Al in mei 1940 werden 2500 Belgische en Nederlandse krijgsgevangenen in Maastricht verzameld en te voet via Sittard naar Heinsberg gebracht. Daar moesten ze in veewagens stappen. Achttien uur later waren ze in een transitkamp in Hemer. Op 17 mei, de dag van de capitulatie, werden ze naar Neubrandenburg afgevoerd.
Bij aankomst kregen de gevangenen een nummer. Ze werden in barakken ondergebracht, 42 mannen per barak. Er waren 14 stapelbedden.

Eind mei werd een verzoek van de gevangenen ingewilligd en kwam er een Duitse priester een mis voordragen. Ruim 3000 Nederlandse gevangenen woonden de mis bij. Het altaar was gemaakt van aardappelkisten.

In juni mochten de Nederlanders per trein terug naar Nederland. Twee dagen later arriveerden ze per trein in Arnhem, waar ze onderdak kregen bij de bevolking. Daarna moesten de beroepsmilitairen zich in Den Haag melden. Na een kort verlof werden de meesten ingezet voor de Opbouwdienst.

1941[bewerken]

In 1941 werden aan de zuidkant van het kamp de barakken speciaal voor de Russische gevangenen gebruikt.

1944[bewerken]

Toen de Russen steeds dichter bij Stalag 371 (Kamp Stanislau) kwamen werd besloten de gevangenen over te plaatsen naar Neubrandenburg. Tussen 10 en 12 januari werd Stanislau geheel ontruimd. De 2000 gevangenen werden verdeeld over drie veewagons en overgebracht naar Neubrandenburg.

Tijdens het transport van 11 januari slaagden ze erin met een achterovergedrukt ijzerzaagje van Geert Bijl de Vroe een gat te zagen in de wagon, waarna veel mannen naar buiten konden springen. Hierbij waren Hans Bentinck, Frans Brackel, Leen Kranenburg en Geert Bijl de Vroe. Aan het einde van de reis bleken 150 gevangenen vermist te worden.

In de buurt van Halytsj brak Edward van Hootegem zijn wagon open en slaagde erin met vijf gevangenen naar buiten te springen: Jan Eggink, Kees Harteveld, Harm Lieneman, Piet de Ruijter, Gerrit Boxman. Boxman viel op zijn hoofd en kon niet verder, en van Eggink werd niets meer gehoord. De andere vier bereikten Engeland. Later zou blijken dat Boxman en Eggink gearresteerd waren, teruggevoerd naar het kamp en van daaruit naar Mauthausen werden vervoerd, waar zij zijn omgebracht. De andere vier werden door Oekraïense partizanen geholpen.

Vele anderen die probeerden te ontsnappen waren minder fortuinlijk.

1945[bewerken]

Op 28 april 1945 werden de gevangenen van Neubrandenburg tenslotte bevrijd door het Rode Leger. Hauptmann Menzel droeg het kamp over de Russische commandant.
Van april 1945 - oktober 1948 gebruikten de Russen het kamp voor geïnterneerden van de NKVD. In die periode werden ongeveer 15.000 personen geïnterneerd. Tussen juli en september 1948 werden 5181 personen in vrijheid gesteld. De resterende 2800 werden naar andere kampen overgebracht. In november 1948 werd Kamp Neubrandburg gesloten.

Slachtoffers[bewerken]

  • Naar schatting hebben 6000 Russen en 500 krijgsgevangenen net andere nationaliteiten tijdens de oorlog het kamp niet overleefd.
  • In de na-oorlogse periode hebben ongeveer 4.900 personen het NKVD-kamp niet overleefd. In 1991 werden enkele massagraven ontdekt

Monument[bewerken]

Het hele kampgebied is sinds 1993 een monument. On 1999 werden 59 bronzen plaquettes onthuld met 5169 namen van slachtoffers.

Monument

Gevangenen[bewerken]

In totaal heeft het kamp ruim 55.000 gevangenen geïnterneerd. Onder meer:

Bronnen, noten en/of referenties