Kleine Münsterländer

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Kleine Münsterländer
Hondenras
Kleiner Munsterlander edit.jpg
Basisinformatie
Andere namen Kleine Münsterländer
Oorsprong Duitsland
Classificatie FCI: Groep 7 Sectie 1 #102
Zie ook de lijst van FCI-nummers
Lijst van hondenrassen

De Kleine Münsterländer is een hondenras dat afkomstig is uit Duitsland. Het ras werd eerder ook wel Heidewachtel genoemd, maar die naam werd rond 1920 afgeschaft, omdat deze naam verwarring opleverde met de Duitse wachtelhond. Oorspronkelijk was het dier vooral in gebruik als jachthond, vooral op hazen en konijnen, en tegenwoordig ook als gezelschapshond. Het ras komt vooral voor in Duitsland, Nederland en Tsjechië. Een volwassen reu is ongeveer 54 centimeter hoog, een volwassen teef ongeveer 52 centimeter.

Het is een intelligente en elegante hond met een atletische bouw. De hangende oren zijn hoog aangezet en de neus is egaal bruin. De kleur is bruin-wit en de tekening varieert van (platen)bont tot bruin-schimmel. De vacht is halflang, met franje aan de oren en de poten. In actie wordt de staart met vlag in een lichte boog omhoog gedragen.

De Kleine Münsterländer is oorspronkelijk één van de verschijningsvormen van de Spioen, het bruinbonte jachthondje dat in de Middeleeuwen in West-Europa voorkwam. Deze honden stonden ook wel bekend als 'vogelhonden'. Ze werden gebruikt om het wild op te drijven, zodat er met jachtvogels op gejaagd kon worden.

Gezelschapshond[bewerken]

De Kleine Münsterländer is niet alleen bijzonder geschikt als jachthond, maar vindt tegenwoordig steeds vaker zijn plaats binnen het gezin. Belangrijk is wel dat deze van nature energieke hond voldoende lichaamsbeweging krijgt. Boswandelingen, strandwandelingen en vooral veel arbeid voor de baas zijn daarom zeker aan de Kleine Münsterländer besteed. De kleine Münsterlander is goed op te voeden en luistert ook nog heel goed.

Jachthond[bewerken]

De Kleine Münsterländer werkt - in jagerstermen - zowel voor als na het schot. De hond zoekt het wild tot hij verwaaiïng krijgt, waarna hij tot voorstaan komt. Als de jager geschoten heeft, apporteert de hond het wild.