Kleine Sint-Bernhardpas

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Kleine Sint-Bernhardpas
Wegdeel aan Italiaanse zijde vlak voor de pashoogte
Wegdeel aan Italiaanse zijde vlak voor de pashoogte
Hoogte 2188 meter
Coördinaten 45° 41′ NB, 6° 53′ OL
Van Prè-Saint-Didier (I)
Naar Séez (F)
Stijging 9%
Wegdek asfalt
Winterafsluiting ja
Kleine Sint-Bernhardpas
Kleine Sint-Bernhardpas

De Kleine Sint-Bernhardpas vormt de verbinding tussen het Italiaanse Valle d'Aosta en het Franse Val-d'Isère. De antieke naam van de pas was Mons Minoris Iovis. De pas is net als de Grote Sint-Bernhardpas vernoemd naar de monnik Bernard van Menton. Op de pashoogte staat een beeld van hem op een Romeinse zuil. De pas is 's winters gesloten vanwege de zware sneeuwval.

De weg naar de pas begint aan de noordzijde in Prè-Saint-Didier. De weg loopt in zuidelijke richting door het Val Verney. In het voorste deel heeft de rivier er een diepe kloof uitgesleten, de Orrido. Een goede weg gaat verder langs enkele kleine dorpjes naar La Thuile, een belangrijke wintersportplaats. Hier begint de weg naar de 1971 meter hoge San Carlopas. Na la Thuile vervolgt de weg matig stijgend richting pashoogte. Het wegdek is breed en de bochten goed uitgebouwd. Onderweg heeft men een mooi uitzicht op het onbewoonde Vallone di Chavannes.

Op de pashoogte liggen een aantal kleine meren, iets lager ligt het grotere helderblauwe Lago Verney. Op de vlakte zijn resten te zien van Romeinse bouwwerken waaronder een kleine tempel, bewijs dat de pas in die periode ook een belangrijk doorgangsgebied is geweest. Nog ouder is een prehistorische cirkel met rotsblokken, precies op de Italiaans-Franse grens. Net voorbij de pas liggen op Frans grondgebied het Hospiz en de botanische tuin Chanousia.

De verdere afdaling naar Séez in het Val-d'Isère is 26 kilometer lang, de weg daalt langzaam af naar het vakantieplaatsje La Rosière en daarna met brede lange bochten naar de dalbodem.

Afbeeldingen[bewerken]

Externe link[bewerken]