Kleptomanie

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie

Ga naar: navigatie, zoeken

Kleptomanie of steelzucht is een psychische aandoening die in het DSM-IV is ingedeeld bij de stoornissen in de impulsbeheersing. Wie aan kleptomanie lijdt, kan geen weerstand bieden aan de drang om dingen te stelen. Een andere naam voor de aandoening is dan ook steelzucht.

[bewerken] Omschrijving

Kleptomanen stelen voorwerpen niet om persoonlijk gewin of voor persoonlijk gebruik van de gestolen voorwerpen, maar meer om de spanning tijdens het stelen en de opluchting als het is gelukt. Mensen die aan kleptomanie lijden stelen dan ook geregeld kleine dingen die vrijwel geen waarde hebben, zoals pennen, paperclips en kleine stukken speelgoed. Dit onderscheidt kleptomanen van “gewone” dieven, die doorgaans stelen voor de winst en dus gericht dure spullen uitzoeken. Het merendeel van de kleptomanen ontwikkelt een sterke voorkeur voor een bepaald type voorwerp.

Er is bij kleptomanie doorgaans geen sprake van woede of wraak en het is geen gevolg van een waan of hallucinatie. Vaak wordt het gestolen voorwerp direct weer weggegooid. Er zijn zelfs gevallen waarbij kleptomanen zich niet bewust zijn van het feit dat ze dingen stelen, tot een later tijdstip. Bij hen is het stelen dus een onbewuste reflex.

[bewerken] Oorzaak en behandeling

Kleptomanie kan verschillende oorzaken hebben, maar het meest voorkomend is verwaarlozing of een gebrek aan aandacht tijdens de jeugd. Met therapie kunnen goede resultaten worden behaald als de persoon beter met zijn emoties om leert gaan, begrijpt dat zijn gedrag anderen schade berokkent en leert om andere activiteiten te ontplooien in plaats van stelen. Soms worden in extreme gevallen ook antidepressiva voorgeschreven.

[bewerken] Criteria

Het DSM-IV geeft de volgende criteria voor kleptomanie:

  1. Een herhaald onvermogen om weerstand te bieden aan impulsen om objecten te stelen die niet nodig zijn voor persoonlijk gebruik of om de financiële waarde.
  2. Een toenemend gevoel van spanning vlak voor het plegen van een diefstal.
  3. Genoegen, bevrediging of opluchting tijdens het plegen van een diefstal.
  4. Het stelen is geen uiting van woede of wraak en is geen gevolg van een waan of hallucinatie.
  5. Het stelen kan niet beter worden verklaard door het optreden van een gedragsstoornis, manische episode of anti-sociale persoonlijkheidsstoornis.
 
Persoonlijke instellingen
Boek maken