Lewis M.20

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Lewis M.20
De Lewis M.20 in gebruik door Australische soldaten gedurende de Eerste Wereldoorlog.
De Lewis M.20 in gebruik door Australische soldaten gedurende de Eerste Wereldoorlog.
Land van oorsprong Verenigde Staten
Eigenschappen
Vuursnelheid ±450 schoten per minuut
Massa (niet geladen) 12,25 kg
Lengte 128,27 cm
Loop 0,66 meter.

De Lewis M.20 is een lichte mitrailleur die werd ontworpen door de Amerikaanse kolonel Isaac Newton Lewis (1858-1931). Het wapen was vanaf 1920 tot 1940 (en bij de Duitse bezetter van 1940-'45) in Nederland in gebruik (het getal achter de 'M' verwijst, net als alle andere wapens van de Koninklijke Landmacht, naar het jaar van invoering).

Geschiedenis[bewerken]

Lewis demonstreerde het wapen in 1912 voor het eerst in de Verenigde Staten, deze toonden echter geen interesse en Lewis trok naar Europa. Hier richtte hij zijn eigen fabriek op: Armes Automatique Lewis. Het wapen werd een succes en het werd aan veel landen verkocht. Veel landen pasten het wapen aan en zo ontstonden er veel varianten. Nederland kocht ook exemplaren van het wapen. In 1940 kon het Nederlandse leger beschikken over 8410 stuks. In de Eerste Wereldoorlog werd dit wapen zeer populair en kreeg het de bijnaam 'Belgian Rattlesnake' (Belgische Ratelslang). Na de Eerste Wereldoorlog werd dit wapen in veel landen vervangen, in Nederland was dit echter (waarschijnlijk door geldgebrek) niet het geval.

Gebruik[bewerken]

Normaal gesproken heeft dit wapen een trommel (een plat en rond magazijn) voor 47 patronen, maar Nederland maakte voor dit wapen ook een trommel voor 97 patronen. Deze variant werd in veel landen, waaronder Nederland, alleen bij vliegtuigen gebruikt. De munitie was dezelfde als voor de Mannlicher M.95 (kaliber 6,5 mm × 53R; officiële naam: scherpe patroon No. 1). Later (vanaf 1935) is dit veranderd in patroon Nr. 23 (kaliber 7,92 mm x 57R).

Het trommelmagazijn van de Lewis M.20 in het ´In Flanders Fields´ museum te Ieper.

Tot 1920 waren er in Nederland twee uitvoeringen van dit wapen:

  • de Lewis M.20 landmachtmodel en de
  • Lewis M.20 der luchtvaartafdeling.

Beiden hadden een trommel voor 97 patronen die was ontwikkeld door de Artillerie Inrichtingen (AI). De theoretische vuursnelheid van dit wapen bedroeg 500-600 schoten per minuut, dit was echter in werkelijkheid ongeveer 450 schoten per minuut. Het wapen werd gekoeld met aluminium koelribben die omgeven waren door een stalen mantel. Toch werd er ook geschoten zónder koelmantel en daarbij werden geen problemen ondervonden; het is dus niet zeker of de koeling wel noodzakelijk was. Het wapen was zwaar, maar in vergelijking met de andere Nederlandse mitrailleurs licht (de Vickers M.18, de Spandau M.25 en de Schwarzlose M.08). Ook ontstonden er wel eens storingen in de trommel als men te veel bewegingen ermee maakte. Meestal kwam dat doordat er een patroon dwars voor de kamer terecht was gekomen. Deze moest er dan eerst uitgehaald worden. Het is niet zeker of dit aan de grootte van de trommel lag. Verder stond het wapen als zeer betrouwbaar bekend.

Externe links[bewerken]