Loop (vuurwapen)

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
De loop van een 240mm houwitser

De loop van een vuurwapen (ook wel schietbuis genoemd) is een buis, waar door na een gecontroleerde ontsteking, een afvuurlading zeer snel ontbrandt (en bijna explodeert), een projectiel met hoge snelheid afgevuurd wordt. De buis bestaat in veruit de meeste gevallen uit staal en soms uit een ander metaal.

Constructie[bewerken]

Moderne lopen van vuurwapens worden gekenmerkt een speciale opbouw en constructie. De loop moet de kracht van het uitzettende gas kunnen weerstaan wanneer dit gas het projectiel voortduwt en er voor zorgt dat het een optimale snelheid bereikt.

Men onderscheidt, naar de inwendige constructie, in hoofdzaak gladde lopen en getrokken lopen. De spiraalsgewijs verlopende trekken (met de grootste diameter) en velden van een getrokken loop geven bij het verschieten een rotatie om de lengteas aan het projectiel, waardoor de kogel verder komt en beter in zijn baan (schietrichting) blijft. De spoed (aantal omwentelingen per lengte-eenheid) van de trekken kan zijn constant of progressief (toenemend naar het einde van de loop). Meestal lopen de trekken rechtsom, linksom draaiende trekken zijn ook wel toegepast. Ook luchtdrukwapens hebben vaak een loop die getrokken is. Een bijzondere constructie is de inwendig conische loop; hiermee worden optimale ballistische resultaten bereikt.

Laden[bewerken]

In het verleden werden vuurwapens om constructietechnische redenen geladen via de monding van de loop (de voorzijde), hetgeen een langzame en gecompliceerde procedure was. De vuursnelheid was daardoor ook laag. Hoewel reeds in 1849 door de Amerikaan Benjamin Chambers een achterlaadkanon werd uitgevonden deed men in de volgende jaren niets met die uitvinding. Pas vanaf circa 1880 voorzag men het geschut van een sluitmechanisme aan de achterzijde van de schietbuis dat in staat was om de krachten te weerstaan die optreden tijdens het afvuren.