Lord Carnarvon
Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
George Edward Stanhope Molyneux Herbert (Highclere Castle (nabij Newbury, Berkshire), 26 juni 1866 - Caïro, 5 april 1923), bekend als Lord Carnarvon, was de vijfde graaf van Carnarvon werd vooral gekend als financier van de opgraving van het Graf van Toetankhamon.
Hij is geboren in Highclere Castle nabij Newbury op 26 juni 1866 en verkreeg de titel lord van Carnarvon in 1890. Daarna huwde hij met Almina Victoria Maria Alexandra Wombell. Lord Carnarvon was verzot op wagens en reed vaak te snel. In 1901 werd hij echter het slachtoffer van een verkeersongeluk. Hij overleefde het, maar verkeerde in slechte gezondheid en zijn arts raadde hem aan om Engeland met zijn koude vochtige klimaat te verlaten en te verruilen voor warmer gebied.
[bewerk] Begin van Archeologie
Zo kwam Lord Carnarvon in Egypte terecht waar hij zich echter begon te vervelen en als tijdsverblijf ging hij zich verdiepen in de archeologie. Hij kreeg een concessie om in Thebe zelfstandig opgravingen te verrichten, maar vond bedroevend weinig. Hij ziet in dat hij hulp nodig had van meer ervaren archeologen en zo wendt hij zich tot Howard Carter.
Carnarvon zal zijn opgravingen financieren en ze richten zich op de westelijke oever van Thebe. Ze ontdekken onder andere het graf uit de 18e dynastie en in een ander graf vinden ze twee tabletten, waarvan één de beroemde Tablet Carnarvon 1 handelt over de verdrijving van de Hyksos door koning Ahmose. Daarnaast vinden ze nog enkele privégraven. Daarna zouden ze nog aan het werk gaan in de Nijldelta, waar ze echter weinig succes behaalden. Ze wilden echter in de Vallei der Koningen werken, maar konden dit niet doordat Theodore Davis de concessie ervan had. In 1915 geeft Davis zijn concessie echter op, omdat hij er van overtuigd is dat de Vallei der Koningen leeggehaald was. Carnvarvon en Carter halen de concessie binnen, maar kunnen door Wereldoorlog I pas in 1917 beginnen met de opgravingen in de Vallei der Koningen.
[bewerk] Toetanchamon
Hun opgravingen in de Vallei der Koningen zijn vooral gericht op farao Toetanchamon, van wie al reeds enkele artefacten waren gevonden in de vallei. Zes seizoenen lang groef Carter de vallei systematisch af zonder iets te vinden. De dure opgravingen ontmoedigen Carnarvon en hij raakt steeds meer ervan overtuigd dat de vallei uitgeput was. Carnarvon besloot de financiering voor het onderzoek stop te zetten en brengt Carter daarvan op de hoogte. Carter is echter zeker het graf te vinden en slaagt erin Carnarvon te overtuigen om nog één werkseizoen te financieren.
Enkele dagen nadat Carter terugkeerde waren zijn arbeiders op enkele treden gestoten. Carnarvon wordt hiervan verwittigd en twee weken later arriveerde hij op de site met zijn dochter Evelyn Herbert. Ze ontdekten dat de zegels nog ongeschonden waren en konden de naam Toetankhamon ontcijferen, waardoor ze nu zeker waren dat ze het het graf van Toetanchamon hadden ontdekt. Op 26 november 1922 openden ze het graf en stootten er op rijke vondsten en de mummie van de farao.
Lord Carnarvon zou echter niet lang kunnen genieten van de publiciteit. Hij werd gebeten door een mug en de muggebeet ging ontsteken. Hij kreeg hoge koorts, alle medische hulp faalde en hij stierf in de morgen van 5 april 1923 in Caïro.
[bewerk] Vloek van de farao
Zijn dood was aanleidig voor een massahype waarbij men geloofde dat Carnarvon was getroffen door de vloek van de farao. Mede doordat verschillende andere leden van de expeditie een vroege dood leden, haalde het verhaal de wereldpers. Er werd echter voorbijgegaan aan het feit dat Carnarvon een zwakke gezondheid had en dat de meeste leden van de expeditie een lang leven leden.

