Middag (tijd)

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Zondagmiddag op Île de la Grande Jatte, door Seurat

De benaming middag wordt bij het bepalen van de tijd gebruikt voor drie zaken:

  • Soms als synoniem voor de noen, ofwel het midden van de dag. Binnen een bepaalde tijdzone is dit de tijd waarop de zon haar hoogste punt aan de hemel heeft bereikt. Dit is rond 12 uur 's middags of iets later; zie ook Meridiaan (geografie).
  • In Nederland bedoelt men met middag het deel van de dag na de ochtend en voor de avond (ca. 12-18 uur). Men deelt deze tijdsperiode soms op in voormiddag (ca. 12-16 uur) en namiddag (ca. 16-18 uur), maar ook deze twee woorden hebben een verschillende betekenis in Vlaanderen. Met tussen de middag wordt de periode rond 12 uur bedoeld, in het bijzonder de middagpauze.
  • In Vlaanderen betekent "middag" de periode van 12 uur tot ongeveer 13.00 à 13.30 uur, de tijd dat men op school en op het werk middagpauze heeft.

Voormiddag/namiddag[bewerken]

De tijd van ca. 10-12 uur 's ochtends heet in Vlaanderen de voormiddag, de tijd na 12 uur en tot de avond (ca. 13.30-18 uur) de namiddag.

Wanneer middag de betekenis van "noen" draagt, kan met namiddag in Vlaanderen ook de gehele periode van 12 tot 18 uur worden bedoeld. In Nederland wordt alleen het einde van dit dagdeel (vanaf ca. 16 uur) de namiddag genoemd, terwijl de hele periode tussen 12 en 18 uur hier als de middag bekendstaat.

Achtergrond[bewerken]

Tijdens de middaguren is de hemel meestal belicht door de zon. Dit is niet het geval tijdens het optreden van een zonsverduistering, wanneer de wintertijd van kracht is waardoor de schemering in de loop van de middag al optreedt, of gedurende de wintermaanden op de poolgebieden. De zon komt dan een tijdlang gedurende een etmaal zelfs helemaal niet op.

De periode van 12 uur overdag tot 6 uur 's avonds is over het algemeen het warmste deel van de dag. Het warmste tijdstip van de dag wordt bereikt nadat de zon haar hoogste punt aan de hemel al is gepasseerd, aangezien de ingestraalde zonnewarmte daarna nog enkele uren lang groter is dan de warmte die de aarde uitstraalt. Tijdens die uren warmt de atmosfeer verder op. Naarmate de zon lager komt te staan, wordt de invalshoek van de zonnestralen kleiner. Dezelfde bundel zonnestralen bestrijkt dan een grotere oppervlakte. Bovendien leggen de stralen een steeds langere weg door de atmosfeer af, waarbij warmteverlies optreedt.

Externe link[bewerken]

Zoek dit woord op in WikiWoordenboek