Misha Defonseca

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Misha Defonseca (Etterbeek, 12 mei 1937) is een Amerikaans-Belgisch schrijfster. Ze is bekend geworden door het boek Misha: A Mémoire of the Holocaust Years (1997).

Defonseca zou als joods weeskind, van 7 tot 11 jaar, door Europa hebben gezworven - van België naar Oekraïne en terug - en zou zijn opgenomen en zijn beschermd door een wolvenroedel. Het boek werd in achttien talen vertaald en werd in 2007 door Véra Belmont verfilmd onder de titel Survivre avec les loups.
In februari 2008 erkende Defonseca echter dat het verhaal fictief is.

Defonseca werd geboren als Monica Ernestine Josephine De Wael, dochter van Robert De Wael en Josephine Donvil.[1] Haar katholieke ouders werden in september 1941 in België als verzetsmensen opgepakt door de Duitsers. Haar vader sloeg door. Hij overleed in Sonnenburg in mei 1944; haar moeder in 1945.[2]

De Wael werd in België opgevoed door haar opa en later door haar oom. Na de oorlog leerde ze Maurice Defonseca kennen, met wie ze in 1988 naar de Verenigde Staten emigreerde. Ze vestigden zich in Massachusetts. Hier ontmoette ze de plaatselijke uitgeefster Jane Daniel, die haar aanspoorde haar jeugdherinneringen op te schrijven. Voor het uitgeven werd een ghostwriter aangetrokken, Vera Lee. Het boek werd door Lee en Defonseca als een autobiografische geschiedenis gepresenteerd. Het verkocht slecht in de Verenigde Staten, maar goed in Frankrijk en Italië. Defonseca en Lee spanden een proces aan tegen Daniel, die ze ervan beschuldigden de promotie van het boek slecht te hebben aangepakt en royalties te hebben achtergehouden. In 2001 werd Lee 3,3 miljoen dollar schadevergoeding toegekend en Defonseca 7,5 miljoen. Deze schadevergoedingen werden vervolgens verdrievoudigd.

Onwaarschijnlijk verhaal[bewerken]

Aanwijzingen dat haar boek een fictief verhaal betrof, waren al in een vroeg stadium - voor publicatie - opgemerkt. De criticus Lawrence L. Langer, die gevraagd was een flaptekst te schrijven, achtte het een onwaarschijnlijk verhaal. Hetzelfde gold voor de door hem geraadpleegde Holocaust-geleerde Raul Hilberg, en ook voor de schrijfster Bette Greene, die eveneens gevraagd was een flaptekst te schrijven. De Joods-Duitse journalist en schrijver Henryk Broder schreef in 1996 al een sceptisch artikel in Der Spiegel. Niettemin werd het boek een bestseller.

In februari 2008 zette Defonseca's voormalige uitgeefster Jane Daniel een uittreksel uit het doopregister van een Brusselse parochie online en een register van een basisschool in Schaarbeek, dichtbij het huis van de De Waels, dat laat zien dat een Monique Dewael hier stond ingeschreven in september 1943 — dus twee jaar nadat Misha Brussel zou hebben verlaten.[3] Nadat Defonseca door de Belgische krant Le Soir met onweerlegbare bewijzen was geconfronteerd gaf ze op 28 februari 2008 toe het hele verhaal te hebben verzonnen.

Bronnen, noten en/of referenties
  1. uittreksel uit doopregister, afgegeven 25 januari 2008
  2. (fr) Le vrai dossier de "Misha", Le Soir, 23 februari 2008 (via Wayback Machine)
  3. In dit schoolregister wordt evenwel als geboortedatum 2 september 1937 opgegeven. Zie afbeelding.