Once in Royal David's City

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
De aanbidding van het Kind, in de stad van David

Once in Royal David's City (Nederlands: In de stad van koning David) is een traditionele Engelse christmas carol, op tekst van de Ierse dichteres Cecil Frances Alexander (1818-1895) en op muziek van Henry John Gauntlett. Alexander schreef de tekst van dit kerstlied rond 1848, althans in dat jaar verscheen het - met haar naam - in een liedboek getiteld Hymns for Children. Het lied bezingt een gebeurtenis in de koninklijke stad Davids, waarmee - zonder twijfel - de stad Bethlehem, volgens de overlevering zowel de geboorteplaats van koning David als van Jezus is bedoeld. Op de laatste heeft de liedtekst het overigens gemunt. In de liedtekst, namelijk, gaat het vooral over de gebeurtenissen in de stal van Bethlehem. Het lied bezingt overigens gebeurtenissen die in die stal zouden hebben plaatsgevonden, maar verlegt al snel de aandacht naar de betekenis die dit verhaal zou hebben met voor het menselijk leven. Want - aldus de tekst - zoals Hij in de armen van zijn moeder lag, zo hebben wij allemaal in de armen van onze moeders gelegen. En Hem, hoewel nederig geboren, zullen wij eens terugzien. En dat zal niet zijn in een nederige stal, maar in de Hemel, aan de rechterhand van de Heer. Waar het lied verder allerlei gebeurtenissen uit het leven van de kleine Jezus verhaalt, worden daar steeds lessen voor de eigen tijd aan verbonden.

Het lied is een evergreen onder de Engelse kerstliederen en is ook zeer bekend in het Nederlands taalgebied, waar verschillende vertalingen in omloop zijn.

Tekst[bewerken]

Once in royal David's city
Stood a lowly cattle shed,
Where a mother laid her baby
In a manger for His bed:
Mary was that mother mild,
Jesus Christ her little child.
He came down to earth from heaven,
Who is God and Lord of all,
And His shelter was a stable,
And His cradle was a stall;
With the poor, and mean, and lowly,
Lived on earth our Saviour Holy.
And through all His wondrous childhood
He would honor and obey,
Love and watch the lowly Maiden,
In whose gentle arms He lay:
Christian children all must be
Mild, obedient, good as He.
For He is our childhood's pattern;
Day by day, like us He grew;
He was little, weak and helpless,
Tears and smiles like us He knew;
And He feeleth for our sadness,
And He shareth in our gladness.
And our eyes at last shall see Him,
Through His own redeeming love;
For that Child so dear and gentle
Is our Lord in heaven above,
And He leads His children on
To the place where He is gone.
Not in that poor lowly stable,
With the oxen standing by,
We shall see Him; but in heaven,
Set at God's right hand on high;
Where like stars His children crowned
All in white shall wait around.