Operatie Eagle Claw

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Zes van de RH-53 D Sea Stallion-helikopters die betrokken waren bij Operatie Eagle Claw

Operatie Eagle Claw was een poging van de United States Armed Forces om op 24 april 1980 52 gijzelaars te bevrijden uit de Amerikaanse ambassade in Teheran, Iran.

Nuvola single chevron right.svg Zie Iraanse gijzelingscrisis voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

De Amerikaanse president Jimmy Carter was er op gebrand om de gijzelaars te redden, zeker met het oog op de naderende presidentsverkiezingen. De reddingspoging mislukte en de gijzelaars zouden uiteindelijk vrijkomen door diplomatieke onderhandeling, letterlijk minuten nadat Carter was afgetreden als president.

Opzet operatie[bewerken]

De operatie zou aanvankelijk twee nachten duren. Bij het eerste deel van de actie zouden een MC-130E Combat Talon 1, verschillende C-130-vliegtuigen en acht RH-53 D Sea Stallion-helikopters landen op een tijdelijke landingsbaan bij Tabas, in Iran. Deze plek kreeg de codenaam Desert One. De vliegtuigen en helikopters vertrokken van het luchtdekschip de USS Nimitz. Aan boord van de vliegtuigen waren Amerikaanse mariniers. De helikopters zouden worden bijgetankt bij Desert One en daarna met de mariniers aan boord, onder de radar, doorvliegen naar Teheran. Vandaar uit zou de ambassade worden aangevallen en de gijzelaars worden teruggevlogen naar de USS Nimitz.

Problemen bij de landingsplaats[bewerken]

Bij Desert One waren intussen problemen ontstaan. Bij de eerste landing was er al met een granaatwerper op een benzinetruck geschoten, nadat deze stuitte op mariniers die net geland waren en de landingsbaan probeerden te beveiligen. De chauffeur van de wagen kwam daarbij om het leven, maar de beschieting van de truck leidde wel tot een explosie die kilometers ver te zien was. Een bus met 43 passagiers, waarvan de route langs Desert One liep, werd vastgehouden. Zij werden weer vrijgelaten nadat de Amerikanen waren vertrokken.

Problemen helikopters[bewerken]

De eerste fase van het plan ging nog goed, maar toen de helikopters richting Teheran vlogen kwamen ze onverwachts in een zandstorm terecht. Twee helikopters kwamen daarbij in de problemen. De eerste wist een veilige noodlanding te maken en de bemanning kon nog worden opgepikt. De tweede Sea Stallion-helikopter moest terugkeren naar de USS Nimitz. Een derde helikopter was al in Tabas achtergebleven, omdat er problemen waren met het hydraulische systeem.

Afblazen operatie en evacuatie[bewerken]

Er waren nog maar vijf helikopters over. President Carter besloot de missie af te blazen, omdat er op gerekend was dat er minimaal zes nodig waren om alle gijzelaars te vervoeren. Om terug te vliegen moesten de helikopters weer worden bijgetankt door de C-130. De landing van de helikopters zorgde echter voor een stofwolk en de piloot raakte gedesoriënteerd en crashte daarom boven op de C-130. Daarbij kwamen vijf inzittenden van de C-130 om en drie inzittenden uit de helikopter. Alleen de piloot van de helikopter overleefde het ongeval. De overige Amerikanen haastten zich bij de evacuatie van de plaats van het ongeval. Bij de vlucht werden vijf Sea Stallion-helikopters, de meeste in goede staat of slechts lichtbeschadigd, achtergelaten. Ook werden per ongeluk documenten achtergelaten die de identiteit van verschillende CIA-agenten in Iran onthulden. Zij slaagden er overigens in het land te verlaten.

Nasleep operatie[bewerken]

Het Witte Huis maakte de volgende dag de mislukte operatie bekend. Er kwam veel kritiek op (aspecten van) de operatie. Bijvoorbeeld het tekort aan helikopterpiloten die bekwaam genoeg waren om bij nacht laag te vliegen. Naar aanleiding van de mislukte gijzeling werd het United States Special Operations Command (USSOCOM) opgericht. Cyrus Vance, de Amerikaanse minister van Buitenlandse Zaken trad af omdat hij van tevoren niet van de aanval op de hoogte was gesteld. In Iran zorgde de mislukte aanval voor een gevoel van triomf. De gijzelaars werden voortaan op verschillende plaatsen in Iran vastgehouden om eventuele verdere reddingspogingen tegen te gaan.