Overmacht

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Overmacht is een juridisch begrip dat een niet-toerekenbare onmogelijkheid aanduidt om een verplichting na te komen, waardoor de rechtspersoon in kwestie van deze verplichting bevrijd wordt.

Nederland[bewerken]

In artikel 6:75 van het Burgerlijk Wetboek wordt overmacht als volgt gedefinieerd:

Aanhalingsteken openen

Een tekortkoming kan de schuldenaar niet worden toegerekend, indien zij niet is te wijten aan zijn schuld, noch krachtens wet, rechtshandeling of in het verkeer geldende opvattingen voor zijn rekening komt.

Aanhalingsteken sluiten

Wat onder het begrip overmacht valt hangt af van de omstandigheden. We kunnen hiertoe onderscheiden de natuurlijke verbintenissen, contractuele overeenkomsten met een inspanningsverplichting en overeenkomsten met een resultaatsverplichting.

Bij contractuele overeenkomsten met een resultaatsverplichting is er doorgaans pas sprake van overmacht in het geval van wat in het Engels "acts of God" worden genoemd. Hierbij kan onder andere gedacht worden aan natuurrampen en terroristische aanslagen. Voor contractuele overeenkomsten met een inspanningsverplichting kan het begrip overmacht uitgebreid worden met die omstandigheden die er voor zorgen dat de uitkomst onzeker is. Hierbij kan onder andere gedacht worden aan een advocaat die te maken heeft met een complexe zaak of medici die iemand reanimeren. Echter, fouten die gemaakt worden door hulpverleners en dienstverleners vallen hier niet onder. In dergelijke gevallen van overmacht zal er geen schadevergoeding hoeven worden betaald, maar zal men wel eventuele tegenprestaties ongedaan moeten maken.[1]

Een speciale vorm van overmacht is noodtoestand. Dan is er in concreto geen sprake van een onrechtmatige daad, omdat de dader een hoger doel voor ogen heeft. Bijvoorbeeld bij brand een ladder stelen om iemand te redden.

In geval van verkeersaansprakelijkheid gelden voor overmacht bijzondere regels.

De strafrechtelijke overmacht[bewerken]

De strafrechtelijke overmacht is een strafuitsluitingsgrond en is als volgt gecodificeerd in artikel 40 het Wetboek van Strafrecht

Aanhalingsteken openen

Niet strafbaar is hij die een feit begaat waartoe hij door overmacht is gedrongen.

Aanhalingsteken sluiten

Overmacht is te verdelen in 3 categorieën:

  • psychische overmacht: wanneer van de verdachte in redelijkheid niet mocht worden gevraagd anders te handelen vanwege grote psychische druk
  • absolute overmacht/fysieke overmacht: wanneer de verdachte fysiek gezien niet anders kon handelen
  • noodtoestand: wanneer van de verdachte in redelijkheid niet mocht gevraagd anders te handelen vanwege conflicterende belangen of plichten. Zie bijvoorbeeld het Opticien-arrest (1923).

Voor een geslaagd beroep op psychische overmacht is vereist een van buiten komende drang waaraan de verdachte redelijkerwijze geen weerstand kon en ook niet behoefde te bieden,[2]

Noten[bewerken]

  1. LJN BD2984, Hoge Raad, C07/052HR
  2. HR 30-11-2004, NJ 2005, 94, LJN AR2067