Pastiche

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Een pastiche (van Italiaans pasticcio: pastei, mengelmoes) had oorspronkelijk de betekenis van een kunstwerk (beeldende kunst, muziekstuk of literair werk) dat bestaat uit een amalgaam van fragmenten uit andere werken.

Tegenwoordig wordt de term pastiche vooral gebruikt om een literair werk aan te duiden dat is opgezet als een nabootsing van een werk van een bekende auteur: naar taalgebruik en gedachtegoed lijkt het werk sterk op die van een bepaalde auteur; soms wordt diens naam erbij vermeld, soms wordt die vervangen door een gefingeerde naam. De pastiche is in dit geval een vorm van mystificatie. In sommige gevallen worden zelfs citaten van de auteur op wie de pastiche betrekking heeft, ingelast. Dan kan de pastiche dicht in de buurt komen van het epigonisme of het plagiaat. De pastiche zit soms dicht tegen de parodie aan, maar de laatste is duidelijk bedoeld als, en ook uitgewerkt als een karikatuur van het werk van een gewraakte auteur.

Een geval van een pastiche gepubliceerd onder de naam van de gewraakte auteur - in wezen dus een neptekst geschreven door iemand anders - was de neptoespraak die het tijdschrift Opinio afdrukte in zijn editie van 4 april 2008, en waarin "Jan Peter Balkenende" zei dat niet de radicale islam of het islamitisch terrorisme een probleem was, maar de islam zelf. De tekst bleek geschreven te zijn door hoofdredacteur Jaffe Vink. In een kort geding eiste de Nederlandse premier rectificatie, maar de rechter in kort geding wees de eis af.[1]

Een ander voorbeeld zijn de vele nieuwe verhalen over culturele iconen zoals Sherlock Holmes, Dracula en het Monster van Frankenstein, die ver na de dood van hun originele auteurs nog steeds verschijnen.[2]

In 2004 is de pastiche opgenomen in artikel 18b van de Auteurswet als beperking op het Auteursrecht. In dat artikel stond tot dan toe alleen de parodie, maar in 2004 werd naast pastische ook de karikatuur opgenomen. Het nieuwe wetsartikel bepaalt dat het gebruik van auteursrechtelijk beschermd werk in het kader van een pastische, parodie of karikatuur is toegestaan als het in overeenstemming is met wat maatschappelijk redelijkerwijs geoorloofd is. Deze open norm is in de rechtspraak wel zo uitgelegd dat het gebruik niet al te commercieel moet zijn. Ook wordt meegewogen of een concurrentiemotief en/of verwarringsgevaar bestaat. Spoor/Verkade/Visser 2005, Auteursrecht. p. 293 menen dat een pastiche een 'kritische nabootsing' veronderstelt, maar geen 'lachwekkende bedoeling' zoals bij een parodie. Zoals hierboven uiteengezet, veronderstelt het begrip pastiche - in het normale spraakgebruik althans - juist niet altijd een kritische bedoeling. Hoeveel ruimte er nu precies is om mengelmoeskunst te maken op grond van de pastiche-beperking is nog niet in de rechtspraak van de Hoge Raad opgehelderd. Duidelijk is wel dat als hoofdregel geldt dat gebruik van auteursrechtelijk beschermd werk in het kader van een pastiche is toegestaan zonder dat een uitgever - of iemand anders die het auteursrecht uitoefent - daar iets tegen kan doen.

Zie ook[bewerken]

Bronnen, noten en/of referenties
  1. NRC Handelsblad, 5 april 2008, p. 2, "Premier verliest zaak om "neprede" '
  2. http://criminalbrief.com/?p=8047