Plebejer
Plebejer is iemand uit het "plebs", het volk, een gewoon burger, niet-patriciër, in de eerste tijd zonder politieke rechten. De term werd met name gebruikt tijdens het Romeinse Rijk.
Het Romeinse leger bestond uit dienstplichtige boeren. Door de vele veroveringsoorlogen bleven deze boeren langer dan vroeger van huis. Hun achtergebleven familieleden konden daardoor het werk niet meer aan. Zij waren gedwongen hun land te verkopen. Het geld dat ze ervoor kregen, raakten ze snel weer kwijt, omdat ze geen andere inkomsten meer hadden. Deze boerengezinnen trokken naar de steden, vooral naar Rome. Daar ontstond een snel groeiende bevolkingslaag van zeer arme plebejers en vroegere boeren die alleen maar hun kinderen ('proles' in het Latijn) bezaten. Zij werden de proletariërs genoemd.
Patriciërs en de rijke plebejers vormden de nieuwe bovenlaag: de nobiles. De proletariërs hielden zich in leven door tijdelijk werk, bijvoorbeeld als bouwvakker. Ook verkochten zij hun stem bij verkiezingen aan één van de nobiles.
Later werd in het Nederlands meestal met de term "plebs" een zekere minderwaardigheid tot uitdrukking gebracht. Men bedoelt dan onbeschaafd, maar minder erg dan "proleet". Synoniemen zijn "gepeupel" of "schorriemorrie". Plebs en plebejer hebben een sterk negatieve connotatie.