Polarisatie (scheikunde)

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Een veel gebruikt voorbeeld van een molecuul met polariteit is water (H2O). De elektronen van de waterstofatomen in water worden sterk aangetrokken door het zuurstofatoom en bevinden zich dichter bij het zuurtofatoom dan bij de waterstofatomen. Dit heeft tot gevolg dat het watermolecuul een relatief sterke negatieve lading heeft in het midden (rode kleur) en een positieve lading aan de uiteinden (blauwe kleur).

Polarisatie is het verschijnsel waarbij een ongelijksoortige ladingsverdeling ontstaat in een binding tussen atomen met een verschillende elektronegativiteit. De kern van het meer elektronegatieve atoom oefent daarbij een sterke aantrekkingskracht uit op de elektronen van het andere - minder elektronegatieve - atoom. Moleculen waarbij polariteit een rol speelt bezitten een dipoolmoment en worden polaire moleculen genoemd. Het bekendste voorbeeld is water.

Polarisatie speelt een belangrijke rol bij de reactiviteit van bepaalde verbindingen ten opzichte van elkaar.

Zie ook[bewerken]